blog

Wel of niet naar de vertrouwenspersoon?

Gezond werken

De economie trekt aan, er worden meer huizen verkocht, bedrijven maken weer winsten, stelt de regering blij vast. Maar vóór iedereen hiervan kan mee genieten, worden her en der nog harde noten gekraakt. Zoals bij het bedrijf waar de vertrouwenspersoon werkt die mij belde.

Wel of niet naar de vertrouwenspersoon?

Hij vertelt me dat een paar weken geleden de gezamenlijke directie en or aan hadden gekondigd dat zij overeenstemming hadden bereikt over ‘verruiming’ van de werktijden. Dat wil zeggen dat de koffie- en theepauzes in de ochtend en in de middag niet langer in de tijd van de baas zouden vallen, maar vanaf 1 september beschouwd zouden worden als privétijd. De maatregel gold voor zowel productiepersoneel als de mensen op kantoor. Als reden gaf de directie dat de organisatie in de rode cijfers terecht was gekomen. Als iedereen een tandje zou bijzetten door in eigen tijd koffie en thee te drinken, zouden ontslagen waarschijnlijk te voorkomen zijn. Wel gaf de directie aan rekening te zullen houden met persoonlijke uitzonderlijke gevallen.

Er was sindsdien een run op de vertrouwenspersonen ontstaan, het regende klachten. Klagers schuwden grote woorden niet. Zij noemden de maatregel onmenselijk, stelden dat mensen als vee werden behandeld, niet serieus werden genomen, dat het intimiderend was om op die manier met je personeel om te gaan, dat men rechteloos was in deze organisatie. En hoewel de vertrouwenspersoon het voor zichzelf ook een heel vervelende maatregel vond en zelf ook moest zoeken naar een nieuwe combinatie van privé en werk, kreeg hij van al dat gescheld wel een beetje een nare smaak in de mond. Soms ook voelde hij medelijden, bijvoorbeeld met de collega die in haar eentje voor de zorg van drie kinderen staat en echt niet wist hoe ze dit nu weer moest regelen.

Ik vroeg hem waarom deze medewerkers zich eigenlijk bij hém, in zijn functie van vertrouwenspersoon, meldden. Goeie vraag, want daarover belde hij nou net. Want soms kwamen mensen stoom afblazen, anderen vonden het zijn taak om formeel bezwaar te maken tegen deze ‘intimiderende’ maatregel en weer anderen riepen zijn hulp in om hard te maken  dat zij persoonlijk een uitzonderlijk geval dat in aanmerking kwam voor dispensatie. Hij had al van alles gehoord: te grote woon-werkafstand waardoor de werkdagen te lang werden, de kinderen moesten naar school gebracht, financiële problemen, een werkende partner, ziektes. Hij snapte het allemaal wel, maar vond het geen werk voor de vertrouwenspersoon. En daarin verschilde hij van mening met zijn twee collega-vertrouwenspersonen die redeneerden dat mensen verdrietig en boos waren, dat zij zich door de maatregel geïntimideerd voelden en dat men dus bij de vertrouwenspersoon terecht moest kunnen.

Ik kon niet anders dan de beller gelijk geven. De vertrouwenspersoon is er voor mensen die op het werk slachtoffer worden van discriminatie, of seksuele intimidatie, of pesten, of een agressieve bejegening. In dit geval gaat het om een collectieve maatregel waardoor werknemers zich benadeeld voelen. Dan is er geen sprake van ongewenste omgangsvormen waarvoor je bij de vertrouwenspersoon terecht kunt, maar speelt een arbeidsconflict. Dat mensen daar emotioneel van kunnen worden, staat buiten kijf. En dan is het eigenlijk wel sjiek – en misschien kun je het zelfs een maatschappelijke verplichting noemen – om deze mensen vanuit de organisatie hulp te bieden. Niet door een vertrouwenspersoon. Maar door een functionaris die kennis van arbeidsrecht en -regels combineert met het vermogen om op een goede manier met emoties van mensen om te gaan.

De beller ging dit bespreken. Met zijn collega’s en met de directie.

Auteurs: Alie Kuiper en Willeke Bezemer

Reageer op dit artikel