blog

Waar krijgen zorgmedewerkers energie van?

Gezond werken

In de Sectorrapportage Zorg en Welzijn (2013) schreef de Inspectie SZW verontruste woorden over het hoge arbeidsgerelateerde verzuim in deze sectoren. Hoewel dat van segment tot segment verschilt, wordt globaal de helft van het arbeidsgerelateerde verzuim veroorzaakt door psychosociale arbeidsbelasting.

Waar krijgen zorgmedewerkers energie van?

Zorgen of kansen?

Niet zo gek dus dat we in onze onderzoekspraktijk veel zorginstellingen met vragen op dit gebied ontmoeten. Wij zien dat de zorgsector niet alleen aandacht heeft voor de negatieve gevolgen van het werk, zoals bij de Inspectie SZW, maar juist ook voor de positieve. Want daar staan medewerkers in de zorg om bekend: om hun betrokkenheid bij het vak, de bevlogenheid en passie, de zingeving.

Iedereen gemotiveerd door ‘goede zorg’?

Ik zie bij onze klanten een gezonde interesse voor die positieve effecten van het werk op de bevlogenheid van de medewerkers. Daarover praten geeft meer energie dan een gesprek over overbelasting, ziekteverzuim en burn-out. Ik sprak een manager uit een ziekenhuis die daarover een heel duidelijke opvatting had: “Als we er nou maar voor zorgen dat de patiënt goed behandeld wordt, dan levert dat zoveel intrinsieke motivatie op bij de medewerkers dat de hele organisatie vanzelf beter gaat functioneren.” Zou dit inderdaad zo werken? Een gepassioneerde verpleegkundige levert goede zorg met aandacht voor de patiënt. Intuïtief zou ik verwachten dat ook het omgekeerde het geval is: dat een verpleegkundige die ziet dat er goede, patiëntgerichte zorg geleverd wordt, daar extra motivatie van krijgt. Maar hoe zou dat uitwerken bij managers? Of bij de medewerkers die de bedden verschonen? Zij hebben immers minder persoonlijke contacten met patiënten. Worden zij (ook) gemotiveerd door het leveren van goede zorg?

Facilitaire medewerkers wel

Omdat ik daar wel nieuwsgierig naar was, hebben we de resultaten van tienduizenden ziekenhuismedewerkers geanalyseerd en bekeken wat er bij verschillende functiegroepen speelt. Daaruit wordt duidelijk dat bij verpleegkundigen vooral afwisseling in het werk en de mogelijkheid om nieuwe dingen te leren bijdragen aan hun bevlogenheid. Maar patiëntgerichtheid of de kwaliteit van geleverde zorg niet! Ook managers raken niet bevlogen door het leveren van ‘goede zorg’. Zij krijgen juist energie van veranderingen, inspraak en goede relaties met collega’s. Dit alles in tegenstelling tot de facilitaire medewerkers, voor wie ‘patiëntgerichtheid’ en ‘kwaliteit’ wel een sterke motivator zijn.

Bekijk het zelf

De resultaten van deze analyses kunt u zelf bekijken in onderstaand dashboard. Hier is ook meteen te zien welke factoren nog meer bijdragen aan bevlogenheid of het herstel van de medewerkers (zodat ze niet opgebrand raken).

Bevlogenheid

Bekijk zelf in het dashboard hoe bevlogenheid te beïnvloeden is

Patronen

Elke medewerker heeft zijn eigen persoonlijke mogelijkheden, dromen en voorkeuren waar zijn of haar hart sneller van gaat kloppen. De cijfers in het dashboard gaan over het gemiddelde van een heleboel persoonlijkheden. Ondanks al die individuele verschillen kun je daarin wel nuttige patronen ontdekken.

Leuk om te zien is bijvoorbeeld dat alle functiegroepen meer bevlogen raken van een afwisselende werkomgeving waarin je nieuwe dingen kunt leren. Een duidelijke gemeenschappelijke deler dus. Zie je als leidinggevende kans om die aspecten in het werk te bevorderen, dan wordt je vrijwel zeker beloond met medewerkers die met meer plezier en energie aan de slag gaan. Als je als leidinggevende meer gericht wilt motiveren, dan is het nuttig om je te verdiepen in de verschillen tussen de functiegroepen. Zoals uit dit voorbeeld blijkt, liggen de patronen dan vaak anders dan je intuïtief zou verwachten.

Jan Prins is directeur bij onderzoekbureau SKB. De inzichten in dit artikel zijn verkregen met de Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid (VBBA). Bent u geïnteresseerd in meer achtergronden over werkbeleving in Nederland? Vraag een elektronisch boek op.

Reageer op dit artikel