nieuws

RWI: Investeer in lageropgeleiden

Gezond werken

Ongeveer een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking is laagopgeleid. Lageropgeleiden zijn vaker werkloos en hebben een grote kans om werkloos te blijven.

Door middel van praktische mogelijkheden kunnen lager opgeleiden tot scholing worden bewogen. Hiermee kunnen zij zichzelf verbeteren en hun arbeidsmarktpositie versterken.

Ook voor werkgevers heeft investeren in lager opgeleiden voordelen. De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) pleit daarom in het op 8 december  gepubliceerde advies ‘We worden er beiden wijzer van’ voor gerichte aandacht voor de ontwikkeling van lager opgeleiden.

Technologische ontwikkelingen

Zo’n 1,6 miljoen werkenden hebben geen startkwalificatie. De groep is groot en divers. Voor veel van de werkzaamheden is geen specifieke opleiding nodig. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is om te blijven investeren in de ontwikkeling van lager opgeleiden. (Technologische) ontwikkelingen gaan immers snel, de vraag van afnemers en consumenten verandert en bedrijven moeten hierop kunnen inspelen. Dat kan alleen als er voldoende wordt geinvesteerd in de kwaliteiten van werknemers, ook de lager opgeleide. Vaak is er de nodige aandacht voor het bijhouden van vakkennis, maar het gaat ook om taal- en communicatieve vaardigheden en het vermogen om mee te veranderen als het werk verandert.

Investeren in inzetbaarheid

Lager opgeleiden nemen minder vaak deel aan formele scholing en leren ook minder informeel, ‘on the job’. Ook worden met hen minder vaak functionerings- en ontwikkelingsgesprekken gevoerd. Ze hebben moeite met leren en hebben vaak een afwachtende houding. Het is belangrijk dat ook lager opgeleide werknemers nadenken over hun inzetbaarheid, gebruik maken van aangeboden scholing en ook zelf initiatieven nemen om de eigen kennis en vaardigheden te versterken. Werkgevers kunnen hen helpen door te investeren in informeel leren en een scholingsaanbod op maat en door duidelijk te zijn over de vereiste kennis en vaardigheden en het belang van scholing en verdere ontwikkeling. Leidinggevenden spelen daarbij een belangrijke rol.

Leercultuur

Het advies ‘We worden er beiden wijzer van’ beschrijft wat bedrijven kunnen doen om ook onder deze groep een leercultuur te stimuleren. Sectorale organisaties, zoals brancheorganisaties, bonden en O&O-fondsen, ondersteunen en stimuleren bedrijven via cao-afspraken, (het toegankelijk maken van) scholing en loopbaanfaciliteiten en subsidies. Er gebeurt al veel, maar de RWI roept sectoren op om te kijken of er juist voor lager opgeleiden extra ondersteuning of initiatieven nodig zijn. Het advies beschrijft ook wat regionale partijen, zoals gemeenten en arbeidsmarktplatforms, kunnen doen. Contacten met onderwijsinstellingen en bedrijfsleven in de regio kunnen leiden tot zinvolle initiatieven die anders moeilijker tot stand komen, bijvoorbeeld voor laaggeletterden. Een deel van de gemeenten ondersteunt faciliteiten van samenwerkende bedrijven, zoals gezamenlijke bedrijfsscholen.

Het advies ‘We worden er beiden wijzer van’, Investeren in de ontwikkeling van werknemers met een lage en/of verouderde opleiding’ is mede gebaseerd op twee onderzoeken: ‘Vakkrachten in ontwikkeling, Praktische mogelijkheden om lager opgeleiden tot scholing te bewegen’, uitgevoerd door IVA, en ‘Duurzame inzetbaarheid, Inventarisatie van doelgroepen en de noodzaak tot scholing’, uitgevoerd door TNO.

Reageer op dit artikel