artikel

Algemene omschrijvingen missen doel

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Welke afspraken over PBM’s in een arbocatalogus dienen te worden opgenomen, hangt af van het soort arbocatalogus. Zoals bekend bestaan er twee soorten arbocatalogi: die op sector- of brancheniveau en die op bedrijfsniveau. De afspraken in de eerste categorie catalogi kunnen algemener van aard zijn dan die in de laatste categorie. Voor beide catalogi geldt dat de opgenomen PBM’s een minimaal beschermingsniveau dienen te realiseren op basis van de arbeidshygienische strategie. Tevens dienen de PBM’s te voldoen aan de ‘stand van de wetenschap en professionele dienstverlening’. Deze stand der techniek laat zich veelal terugvinden in nationale en internationale normering. Dit betekent dat normontwikkeling en -specificaties bij de beoordeling van PBM’s in de arbocatalogus thuishoren.

 

Dat laat zich echter lastig realiseren. Individuele bedrijven hebben nu al veel moeite om de juiste en meest doelmatige PBM’s voor hun werknemers te bepalen. Bovendien beschikken ook arbodeskundigen over het algemeen over onvoldoende kennis op dit gebied, vakspecialisten daargelaten. Een ander probleem is dat de inhoud van normen niet voor iedereen toegankelijk is. In de praktijk heeft bij veel risico-inventarisaties en -evaluaties tot op heden dan ook onvoldoende onderzoek en beoordeling plaatsgevonden naar de minimale eisen waaraan PBM’s moeten voldoen.

 

In beide soorten catalogi moeten daarom op de eerste plaats afspraken worden opgenomen over de algemene vereisten, keuzesystematiek, beschikbaarheid, het gebruik en het onderhoud van PBM’s.

 

Hierbij kan worden verwezen naar bestaande publicaties, net als in de voormalige Beleidsregel 8.2. Beter is om meer gebruik te maken van de nationale, Europese en internationale normering op dit gebied. Ten aanzien van de algemene vereisten voor PBM’s kunnen we hierbij gebruikmaken van specificaties uit Europese geharmoniseerde normen en ISO-normen.

 

Wat PBM’s betreft, zullen de catalogi voor sectoren en individuele bedrijven anders moeten worden ingevuld.

 

In arbocatalogi op sector- of brancheniveau kan worden volstaan met verwijzingen naar algemene specificaties en normen voor PBM’s.

 

Bijvoorbeeld naar de NEN-EN 340, als het om beschermende kleding gaat. Bij arbocatalogi op bedrijfsniveau kan men op basis van de RI&E veel specifieker en diepgaander vaststellen waaraan PBM’s moeten voldoen.

 

De verwijzingen naar normen moeten wel actueel worden gehouden. De NEN-EN 531 voor beschermende kleding tegen hitte en vlammen wordt in de toekomst vervangen door de ontwerp-NEN-EN-ISO11612. Een goed hulpmiddel bij het opzetten en actueel houden van de arbocatalogus is de NTA 8050.

 

Arbocatalogi met enkel algemene verwijzingen op sector- of brancheniveau schieten te kort op het terrein van de meer specifieke risico’s, waarbij bescherming moet worden geboden tegen bijvoorbeeld gassen en dampen van gevaarlijke stoffen.

 

Neem adembescherming: daarvoor is het van belang om de concentratie te kennen, evenals de eigenschappen van de gevaarlijke stof, de blootstellingsduur, de uit te voeren werkzaamheden, de omgevingsfactoren en de persoonlijke eigenschappen van de gebruiker. In de praktijk is toepassing van PBM’s veelal dan ook maatwerk. Dat is tevens de zwakte van de arbocatalogus. Een arbocatalogus op sectorniveau bevat onvoldoende PBM-gerelateerde informatie om te voldoen aan de doelvoorschriften uit de arbowetgeving. Zo zal voor de toepassing van handbescherming tegen mechanische risico’s in een sector-arbocatalogus slechts worden verwezen naar de NEN-EN 420 ‘algemene vereisten’ en de NEN-EN 388 voor bescherming tegen mechanische gevaren. Vergelijk dat met een bedrijfsarbocatalogus, waarin meer specifiek wordt ingegaan op de specificaties voor snijbestendigheid, schuurbestendigheid en vingergevoeligheid.

 

Welke normspecificaties dienen in de arbocatalogus te worden opgenomen? Op het gebied van PBM’s bestaan tal van normen. Alleen al voor adembescherming bestaan er ongeveer 52, voor beschermende kleding zelfs niet minder dan 75. Voor veiligheidsschoeisel kennen we weer vijftien normen, waarvan er slechts vijf echt toe doen. Bij een catalogus op sectorniveau kan met algemenere normen worden gewerkt dan bij een catalogus op bedrijfsniveau.

 

Grotere bedrijven met meerdere werklocaties hebben behoefte aan een arbocatalogus waarin meer duidelijkheid bestaat over specifieke PBM-toepassingen.

 

Binnen Europa (CEN) is de laatste jaren gewerkt aan de ontwikkeling van diverse praktijkrichtlijnen, de zogenaamde SUCAM-richtlijnen (Selection, Use, Care and Maintenance of PPE).

 

Deze zouden standaard deel kunnen uitmaken van de meeste arbocatalogi. Ook het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) werkt momenteel aan een praktijkrichtlijn voor de keuze en het gebruik en onderhoud van persoonlijke valbeveiligingssystemen.

 

In de inmiddels gerealiseerde arbocatalogi op brancheniveau beperkt de aandacht voor PBM’s zich helaas tot zeer algemene omschrijvingen. Het is de vraag of op basis van de catalogi afdoende maatregelen kunnen worden genomen om te voldoen aan de doelvoorschriften in de Arbowet. Neem de arbocatalogus van de sector Podiumkunsten voor het voorkomen van gehoorschade. Hierin staat enkel een algemene omschrijving van de diverse typen persoonlijke gehoorbeschermingsmiddelen. Verdere verwijzingen waaraan deze middelen moeten voldoen, zoals bijvoorbeeld de NEN-EN 352 1 tot en met 8 voor gehoorbeschermers, ontbreken. Evenmin wordt in deze arbocatalogus ingegaan op de keuzesystematiek voor gehoorbeschermers waarvoor een Europees geharmoniseerde norm bestaat, de NEN-EN 458. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat organisaties op een verkeerde wijze hun keuze voor gehoorbescherming bepalen, met alle gevolgen van dien. Het is dan ook noodzakelijk dat arbocatalogi op sector- en brancheniveau voor wat betreft PBM’s meer en beter worden uitgewerkt.

 

Reageer op dit artikel