artikel

Keuze ademhalingsbescherming

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Het antwoord niet eenvoudig, ook als we ons beperken tot maskeroplossingen in de groep afhankelijke ademhalingsbescherming en waarbij een filters direct op het masker is geplaatst. Door in te ademen, met het masker op het gezicht, wordt de lucht door de filters ‘getrokken’. De verontreiniging (stof, gas of damp) blijven in de filters achter.

 

Bij de (stof) deeltjesfilters treffen we de letter P van particle aan, met het cijfer 1, 2 of 3. Een hoger nummer geeft een hogere filterefficiency. P1-filter is inzetbaar tegen onschadelijk hinderlijk fijnstof, het P2-filters tegen schadelijk fijnstof en het P3-filter is, in combinatie met een volgelaatsmasker, inzetbaar tegen giftig fijnstof (in combinatie met een halfmasker op basis van de NPF, tegen schadelijk stof tot maximaal 50 x de grenswaarde, of op basis van de TPF tegen schadelijk stof tot max 20 x de grenswaarde). Ook is de MAC-waarde een hulpmiddel bij het selecteren van het juiste filter: onschadelijk of hinderlijk fijnstof heeft een MAC-waarde van > 10 mg/m3 (stofklasse 2a), schadelijk fijnstof heeft een MAC-waarde van 0,1-10 mg/m3 (stofklasse 2b) en giftig fijnstof heeft een MAC-waarde van < 0,1 mg/m3 (stofklasse 2c).

 

Gas- en dampfilters zijn verkrijgbaar in drie klassen. Het is echter niet zo dat een klasse 3-filters een hogere mate van bescherming bieden dan klasse 2-filters. Bij gas- en dampfilters betekent een hoger nummer een toename in de capaciteit (standtijd). Een klasse 1-filter kan worden ingezet tot een concentratie van 1000 ppm (0,1% volume verontreiniging), een klasse 2-filter tot 5000 ppm (0,5% volume verontreiniging) en een klasse 3-filter respectievelijk tot een concentratie van 10000 ppm (1% volume verontreiniging).  Hierbij dient echter wel rekening gehouden te worden met de Protectiefactor van het middel (maskertype + filter). De maximale inzetconcentratie wordt bepaald door, of de filterklasse, of door de Protectiefactor x de grenswaarde, de laagste waarde geldt. In de praktijk worden door hun volume/afmeting/gewicht, klasse 3 filters in Nederland nooit ingezet.

 

Voorbeeld
De TPF (Toegekende ProtectieFactor) van een volgelaatsmasker met gasfilter = 20. De maximale inzetconcentratie mag dan 20 x de grenswaarde(MAC-waarde) bedragen.  Stel dat de MAC-waarde 40 ppm is dan is de max inzet concentratie 800 ppm ongeacht of je een klasse 1 of klasse 2 filter draagt. Als de MAC-waarde 80 ppm is dan is de max inzet concentratie 1600 ppm, waarbij dan wel een Klasse 2 filterbus moet worden ingezet (klasse-1 = max 1000 ppm, klasse-2 = max 5000 ppm). Bij hogere concentraties dan 5000 ppm, moet hoe dan ook onafhankelijke adembescherming worden toegepast.

 

De verschillende actiefkoolfilters hebben een letter- en een cijferaanduiding op het etiket. Bovendien is elk filter ook nog voorzien van een kleurcodering. We kunnen de verschillende filters rangschikken naar type en kleur:

 

organische dampen kookpunt > 65 °C (BRUIN);
AX organische dampen kookpunt < 65 °C (BRUIN);
B anorganische gassen en dampen (GRIJS);
E zwaveldioxide overige zure gassen (GEEL);
K ammoniak en organische ammoniakderivaten (GROEN).

Combinatiefilters bevatten alle kleuren van de aanwezige aparte filters. Ook zijn combinaties mogelijk van actiefkoolfilters met stof/deeltjesfilters. Naast deze filters kennen we ook nog een aantal speciale filters:
NO nitreuze dampen (BLAUW);
CO koolmonoxide (ZWART);
Hg kwikdamp (ROOD);
Re reactorfilter (ORANJE);
SX overige speciale filters gespecificeerd door de fabrikant (VIOLET).

 

De nuttige levensduur van het filter zal varieren afhankelijk van het verontreinigingsniveau, de mate van gebruik, de werkingsduur, enzovoort. Het einde van de levensduur van gas/dampfilters wordt echter aangekondigd door het ruiken, proeven, voelen van sporen van de verontreiniging door de drager. Stoffilters moeten vervangen worden als de ademhalingsweerstand onacceptabel wordt. Er zijn ook onderhoudsvrije gas- en dampmaskers. Voor deze gas- en dampmaskers gelden dezelfde criteria als voor de actiefkoolfilters van gas- en dampmaskers met verwisselbare filters. Bij gas- en dampfilters is het dus van belang dat de doorslag tijdig, voor het bereiken van de grenswaarde, door reuk of smaak kan worden waargenomen. Zie voor reukgrenzen en reukveiligheidsfactoren o.a. het Chemiekaartenboek. Is dit niet het geval, of is de stof reukloos, dan dient altijd onafhankelijke adembescherming te worden toegepast. Dit geldt overigens ook voor zuurstofverdringende gassen waarbij afhankelijke adembescherming uit den bozen is.

Reageer op dit artikel