artikel

Asbestkanker door uitrukkleding

Persoonlijke beschermingsmiddelen

De vrouw van een voormalig brandweerman krijgt asbestkanker. Komt dat door het werk van haar man? En is de gemeente aansprakelijk?

Asbestkanker door uitrukkleding

Jansen heeft sinds november 1976 bij de regionale brandweer gewerkt. Hij was als hoofdbrandmeester 1e klasse werkzaam bij het brandweerkorps van de gemeente Ede. Zijn kantoor bevond zich tot 1986 in een gebouw tegenover de brandweerkazerne.

Mesothelioom

Jansen krijgt in juli 2001 functioneel leeftijdsontslag. In januari 2009 stellen artsen in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis ‘maligne mesothelioom’ vast bij zijn dan 65-jarige vrouw. Zij stelt een maand later de gemeente aansprakelijk voor de schade omdat die is veroorzaakt door blootstelling aan asbest – via haar echtgenoot – bij de brandweer. Het Instituut voor Asbestslachtoffers (IAS) verstrekt een voorschot van 17.532 euro op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers. Het Nederlands Mesotheliomen Panel bevestigt de diagnose in maart 2009. De gemeente wijst het verzoek van het IAS af om op basis van onderzoek de aansprakelijkheid te erkennen. Mevrouw Jansen overlijdt in september 2010. Haar man zet de vordering door.

Blootstelling aan asbest

De rechtbank stelt vast dat blootstelling aan asbest de oorzaak is van de ziekte ‘maligne mesothelioom’. Kortdurende blootstelling aan lage concentraties is voldoende om de kans op de ziekte te vergroten. In de oude werkplaats bij de brandweerkazerne werden remvoeringen met perslucht schoon geblazen. Daarbij kwam asbeststof vrij. Monteurs liepen in hun werkkleding door het hele gebouw. Het risico van asbest was al in 1972 aan de orde gesteld. Van de gemeente Ede mocht – zeker als overheidsinstelling – worden verwacht dat zij het Asbestbesluit kende. Een afzuiginstallatie was tot 1984 afwezig. Het nalaten van veiligheidsmaatregelen bij werk aan asbesthoudende remvoeringen in de werkplaats is dan ook niet passend.

Uitrukkleding

De echtgenote van Jansen is ook blootgesteld aan asbeststof door zijn uitrukkleding. Daarop is bij branden en oefensituaties asbeststof neergekomen. Jansen borstelde zijn kleding af en klopte die uit. Hij vervoerde zijn uitrukkleding van en naar branden in zijn privé-auto waarin hij ook zijn gezin vervoerde. Volgens de gemeente Ede komt bij brand van asbestdakplaten geen asbest vrij, omdat de vezels aan de cementmatrix gebonden zijn en bij hoge temperatuur zelfs versmelten. Bij natuurbranden kwam ook geen asbest vrij. De officier van dienst staat altijd bovenwinds en de uitrukkleding werd extern gewassen. Verder acht de gemeente zich niet verantwoordelijk voor blootstelling in het kader van nevenactiviteiten (opleidings- en onderwijsactiviteiten).

Asbeststof

De rechtbank stelt vast dat mevrouw Jansen in of via de oude brandweerkazerne is blootgesteld aan asbeststof. Zij kwam daar ook zelf enkele malen per jaar, bij recepties en Sinterklaasfeesten. Ook al zou er nog een andere oorzaak zijn, dan verandert dat niets aan de schadevergoedingsverplichting van de gemeente. De rechter neemt het causaal verband tussen de blootstelling in of via de oude brandweerkazerne en de ziekte daarom aan. Daarmee heeft de gemeente Ede onrechtmatig gehandeld jegens mevrouw Jansen. Daarop volgt veroordeling tot betaling van immateriële en materiële schadevergoeding van in totaal ruim 60.000 euro.

 

Bron: Rechtbank Utrecht, 28 oktober 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:8742
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo wetgeving & Actualiteitendag op 21 april 2016.

Reageer op dit artikel