artikel

Geen toezicht op rijdende aanhanger

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Een werknemer gaat staan op een rijdende aanhangwagen om afzettingen in de berm te gooien. Wie is verantwoordelijk wanneer hij valt?

Geen toezicht op rijdende aanhanger

Pietersen werkt als uitzendkracht bij een bedrijf dat kabels legt. In april 2013 is hij in verband met wegwerkzaamheden samen met een collega bezig om vanaf een stapvoets rijdende aanhangwagen wegmarkering te plaatsen.

Aanhanger

De aanhanger wordt getrokken door een bestelauto, bestuurd door de eigenaar. Pieterse gooit afzetschilden in de berm. Eerst zittend, maar als hij niet meer bij de schilden kan, gaat hij op de aanhangwagen staan. Hij verliest zijn evenwicht en komt tussen de aanhanger en de bestelauto terecht. Hij kan zich daar nog even aan vasthouden, maar valt kort daarop en komt onder de wielen van de aanhanger. Hij loopt blijvend letsel op en stelt in een deelgeschil de WAM-verzekeraar van de bestuurder/eigenaar van de bestelauto aansprakelijk. Die is eerder in verband met dit ongeval wegens overtreding van art. 5 Wegenverkeerswet veroordeeld tot 500 euro voorwaardelijk. WAM-verzekeraar Klaverblad beroept zich op eigen schuld van Pietersen.

Onrechtmatigheid

De rechtbank overweegt dat Klaverblad heeft erkend dat de bestuurder artikel 61b RVV heeft overtreden door een aanhanger te trekken waarop hij personen vervoert. Maar net als Klaverblad acht de rechtbank deze overtreding op zichzelf niet voldoende voor onrechtmatigheid. Er zijn uitzonderingen op dit voorschrift. Bijvoorbeeld als het vervoer plaatsvindt in het kader van een evenement of optocht, wanneer daar een vergunning voor is gegeven. Volgens de rechtbank is hier echter sprake van een doorslaggevende bijkomende omstandigheid. De bestuurder had op geen enkele wijze – direct of indirect via de spiegels van de bestelauto – zicht op wat zich achter hem afspeelde. Ook de achterdeuren waren geheel geblindeerd. Hij had wel het raam aan de bestuurderskant naar beneden om signalen te horen, maar dat acht de rechtbank niet voldoende.

Toezicht

Het was voor de bestuurder onder deze omstandigheden niet mogelijk om toezicht te houden op het werk en snel in te grijpen als daar aanleiding toe was. De bestuurder wist dat er vanaf de aanhanger werd gewerkt en hij had er rekening mee moeten houden dat Pietersen zijn evenwicht kon verliezen. Door het gebrek aan zicht was ingrijpen of extra alert zijn niet mogelijk. Op de aanhanger was geen enkele valbescherming aangebracht, terwijl naast de wagen lopen geen optie was. Daarmee heeft de bestuurder van de bestelwagen onrechtmatig gehandeld. Het beroep van Klaverblad op 100 procent eigen schuld faalt. De schade is in hogere mate te wijten aan omstandigheden die de bestuurder zijn toe te rekenen dan aan omstandigheden die in de risicosfeer van Pieterse liggen. Klaverblad is aansprakelijk en daarmee vergoedingsplichtig voor de materiële en immateriële schade van het ongeval.

 

Bron: Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 24 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:912
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo wetgeving & Actualiteitendag op 17 november 2016.

Reageer op dit artikel