artikel

Geleidelijk doof geen dienstongeval

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Een militair keert terug van missie met gehoorklachten. Hij verzoekt de minister van Defensie zijn gehoorverlies aan te merken als dienstongeval. Slaagt hij daarin?

Geleidelijk doof geen dienstongeval

Een opperwachtmeester van de Koninklijke Marechaussee is van 21 januari 2013 tot en met 28 mei 2013 uitgezonden voor een missie. Hij verrichte politiediensten en was gelegerd op een luchtmachtbasis. Sinds zijn terugkomst heeft hij gehoorklachten (een constante pieptoon).
Hij heeft verklaard dat zijn gehoorschade zou zijn veroorzaakt doordat zowel zijn kantoor als zijn slaapruimte zich vlak bij de start- en landingsbanen bevonden. Die werden 24/7 door straaljagers gebruikt, altijd met afterburn. De straaljagers vlogen ook vaak laag over de legeringsgebouwen. Een arts had, gezien het lawaai, geadviseerd om de oren zoveel mogelijk dicht te houden als mensen de straaljagers hoorden aankomen.

Minister vindt gehoorverlies geen dienstongeval

De bedrijfsarts heeft in maart 2015 vermeld dat het gehoorletsel op 2 oktober 2013 is geconstateerd. Er is sprake van hoge tonen en perceptief verlies, passend bij lawaai-expositie in het verleden. De minister heeft een verzoek om het gehoorverlies aan te merken als bedrijfsongeval ook na bezwaar afgewezen, omdat geen sprake is van een ongeval in de zin van de ‘Regeling proces-verbaal van ongeval’. De blootstelling aan lawaai was gedurende een bepaalde periode en de gehoorklachten zijn gaandeweg ontstaan. De militair stapt naar de rechter.

AMAR ziet ongeval als ‘plotselinge gebeurtenis’

Volgens artikel 147 Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) moet van elk dienstongeval een proces-verbaal worden opgesteld. Voor het oordeel of het ongeval al dan niet in verband staat met de dienst, is een ministeriële regeling opgesteld. Het begrip ongeval van artikel 1 van deze Regeling beschrijft een plotselinge gebeurtenis, te relateren aan een concreet moment. Ook moet sprake zijn van acuut letsel. Het ‘Proces-verbaal Ongeval’ geeft aan dat het ongeval is gebeurd tussen 21 januari 2013 en 28 mei 2013. Een concrete datum en tijd van een plotselinge gebeurtenis ontbreken.

Geen acuut letsel, maar gaandeweg klachten

De militair heeft zich pas op 2 oktober 2013, dus geruime tijd na terugkeer van zijn uitzending, onder geneeskundige behandeling laten stellen voor zijn gehoorklachten. Dat duidt niet op acuut letsel dat rechtstreeks verband houdt met een plotselinge gebeurtenis. Veeleer was sprake van blootstelling aan lawaai gedurende een zekere periode, waardoor de gehoorklachten gaandeweg zijn opgetreden. Daarmee heeft de minister terecht vastgesteld dat geen sprake was van een ongeval in de zin van de Regeling. Dat de arts deze procedure heeft aangeraden, maakt dit niet anders. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar geeft aan dat volgens art. 10 van de Regeling de militair wel een verzoek kan indienen tot het opmaken van een rapport van medische aangelegenheden.

 

Bron: Rechtbank Den Haag 25 augustus 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9682
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo Actualiteitendag op 17 november 2016.

Reageer op dit artikel