artikel

Matiging boete? Dacht het niet!

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Een hand raakt bekneld tussen een vrachtwagendeur en een pilaar. De bestuursrechter matigt de boete van 18.000 euro. Dacht het niet, zegt de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Matiging boete? Dacht het niet!

Een (ingeleende) chauffeur wil een collega helpen om diens aan de zijkant vastgezette, openslaande achterdeur van de vrachtwagen te sluiten. Door ruimtegebrek is die deur niet meteen na het laden te sluiten, daarom rijdt de wagen langzaam vooruit.
De inleenchauffeur raakt met zijn linkerhand bekneld tussen de vrachtwagendeur en een steunpilaar van de overkapping van het laadstation (zie de casus in  Te barre boete voor beknelling?). Er volgt een dag en een nacht opname in het ziekenhuis. De inspectie SZW legt de inlenende werkgever een boete op van 18.000 euro wegens overtreding van art. 3.17 Arbobesluit: beknellingsgevaar voorkomen of zoveel mogelijk beperken. Bezwaar faalt, maar in beroep reduceert de bestuursrechter de boete tot 12.000 euro. Zowel minister als werkgever gaan in hoger beroep.

Discretionaire bevoegdheid bij oplegging boete

Volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) heeft de minister een discretionaire bevoegdheid bij het opleggen van een boete. Wel moet hij daarbij rekening houden met de omstandigheden. De boete moet zodanig worden vastgesteld dat het bedrag passend en geboden is en leidt tot een evenredige sanctie. De matigingsgronden staan in artikel 11 van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving.

Ten onrechte matigingsgrond toegepast

De inspanningen van de werkgever om de veiligheid van het personeel te beschermen, vormen geen reden tot matiging. Daarmee had hij immers geen veilige werkwijze ontwikkeld om beknellingsgevaar te voorkomen. Het feit dat het slachtoffer maar kort in het ziekenhuis heeft gelegen en geen blijvend letsel heeft overgehouden, is evenmin reden tot matiging. Het slachtoffer heeft tien maanden niet kunnen werken, waarmee toepassing van de Beleidsregel niet tot een onevenredig hoge boete heeft geleid. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank daarin ten onrechte aanleiding heeft gezien om de boete te matigen.

Boetebedrag blijft in stand

De werkgever acht het praktisch onmogelijk om alle risico’s op de laad- en losplaats in kaart te brengen. Ook zou het letsel minder erg zijn geweest als het slachtoffer de voorgeschreven handschoenen had gedragen. Dan zou ziekenhuisopname (en daarmee de verhoging van de boete) wellicht niet nodig zijn geweest. De Afdeling stelt vast dat het veelvuldig overleg over de beperkte ruimte onder de overkapping nooit heeft geleid tot aanpassing van de situatie. Daarnaast had het dragen van handschoenen het letsel niet kunnen voorkomen. Het beroep van de minister is gegrond, dat van de werkgever wordt afgewezen. Het boetebedrag van 18.000 euro blijft gehandhaafd.

 

Bron: Raad van State, 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2974
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie en de gewijzigde Arbowet? Kom naar de Arbo Actualiteitendag op 11 april 2017.

Reageer op dit artikel