artikel

Otoplastieken en hun meerwaarde in kaart

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Havenarbeid brengt risico op gehoorschade met zich mee. Als aanvullend persoonlijk beschermingsmiddel krijgen arbeiders in de Antwerpse haven sinds 2013 otoplastieken: geïndividualiseerde oordoppen. Wat zijn hun ervaringen daarmee? En met lawaai, gehoorverlies en gehoorbescherming in het algemeen?

Otoplastieken en hun meerwaarde in kaart

Enerzijds bevroegen wij havenarbeiders over hoe zij staan tegenover lawaai, gehoorverlies en gehoorbescherming – in het bijzonder otoplastieken. Anderzijds lieten wij op een deel van hun historische gehoorgegevens een analyse los, waarbij we rekening hielden met het tijdsaspect bij de verzameling van deze gegevens.

Enquête bij arbeidsgeneeskundig onderzoek

Voor de bevraging boden verpleegkundigen 529 havenarbeiders met diverse functies een papieren vragenlijst aan, tijdens hun jaarlijks arbeidsgeneeskundig onderzoek in 2016. Deze enquête ging hun gedrag, attitudes en kennis na ten aanzien van lawaai, gehoorverlies en gehoorbescherming. Van de aangesproken groep vulden 418 havenarbeiders (79%) de vragenlijst in, van wie 279 voldoende volledig (minstens 95%). Van de respondenten die voldoende ingevulde vragenlijsten teruggaven was 98 procent man en bedroeg de gemiddelde leeftijd 40,9 jaar (SD 10,34, range 20-70 j).

> LEES OOK: Zo vergeet u niets in de RI&E

Gehoorbescherming bij havenarbeid

In de Antwerpse haven bedragen de geluidsniveaus, uitgemiddeld over acht uur, naar schatting minimum 85 dB(A), met minstens 87 dB(A) in de subgroep kuiperij
– havenarbeiders die aan boord de goederen bevestigen. De Belgische Codex over het welzijn op het werk stelt dat als de risicoanalyse aantoont dat de uitgemiddelde geluidsniveaus 80 dB(A) overschrijden, of er piekdrukken zijn van minstens 112 Pa, de werkgever maatregelen moet treffen voor gehoorbescherming. Daarbij geniet collectieve gehoorbescherming de voorkeur boven persoonlijke. Collectieve gehoorbescherming kan bestaan uit het reduceren van geluidsproductie, afscherming, vergroting van de afstand tot de geluidsbron en jobrotatie. Bij overmatig restlawaai zijn persoonlijke gehoorbeschermers aangewezen: oorkappen of oordoppen. ⁴

Onderzocht: gehoorevolutie en consistentie gebruik

Bij de analyse van de gehoorgegevens onderzochten we de gehoorevolutie in functie van de lawaaiblootstelling en de consistentie in gebruik van gehoorbescherming. Afhankelijk van hun lawaairisico krijgen de havenarbeiders jaarlijks tot driejaarlijks een gehoortest met zuivere toonaudiometrie. Met deze techniek bepaalt de onderzoeker de gehoordrempel op verschillende frequenties in het bereik van het menselijk gehoor; het testresultaat is een audiogram. ¹

> LEES OOK: Zo hard mag de muziek in uw café

Van 226 respondenten met voldoende ingevulde vragenlijsten hadden we arbeidsgeneeskundige gehoortestresultaten uit de periode 2003-2012, de tien jaar voorafgaand aan de introductie van de otoplastieken. Hun eerste gehoortestresultaat werd geanalyseerd; was er toen al gehoorverlies of een zogenaamde ‘lawaaidip’ op 4-6 kHz die lawaai-geïnduceerd gehoorverlies suggereert? Er waren 174 havenarbeiders in de onderzoeksgroep voor gehoortest-analyse, die gebeurde in functie van diverse variabelen.

De subgroep voldeed aan de volgende criteria: geen gekend plotseling gehoorverlies, geen gehooringreep in de voorgeschiedenis, geen vrouwelijke werknemers – dit vanwege hun andere gehoorevolutie (n = 3) – en minstens twee beschikbare testresultaten. Enerzijds vergeleken we hun oudste en recentste gehoortestresultaten, anderzijds bestudeerden we aan de hand van een statistisch model welke factoren de mate van gehoorverlies bepaalden.

20% hoort niet goed, 19% draagt nooit gehoorbescherming

Uit de bevraging bleek dat 20 procent van de deelnemers aangaf niet goed te horen. Ook vermeldde 51 procent ooit al tinnitus ² na een werkdag te hebben ervaren en 9 procent permanente tinnitus. Elf procent ondervond meestal of altijd hinder in de communicatie bij rustige omstandigheden in aanwezigheid van veel andere personen; dit suggereert het begin van lawaaigerelateerd gehoorverlies. Uit de vragenlijsten bleek dat 19 procent nooit gehoorbescherming droeg en een bijkomende 69 procent niet systematisch.

> LEES OOK: PBM worden niet gebruikt, wat nu?

Otoplastieken

Vanaf 2013 konden Antwerpse havenarbeiders kosteloos otoplastieken verkrijgen als aanvullend type persoonlijke gehoorbescherming. Otoplastieken zijn geïndividualiseerde oordoppen met een akoestisch filter, met een maximale gebruiksduur van vier à vijf jaar. Er zijn verscheidene opties in materiaal en filtertype. ⁵
Ten opzichte van andere gehoorbeschermers ervoeren de deelnemers aan dit onderzoek deze gehoorbeschermers als een verbetering waar het ging om spraak verstaan en veilig werken, en neigden zij ertoe ze vaker te gebruiken.

Factoren die gebruik behoorbescherming doen toenemen

Verscheidene factoren waren beduidend positief geassocieerd met de frequentie van gebruik: steeds werken in een lawaaierige omgeving (p = 0,003), bezorgdheid over gehoorverlies (p = 0,023), tevredenheid met het huidige type gehoorbeschermer (p = 0,018) en een negatieve ingesteldheid ten opzichte van lawaai (p < 0,001). Ook waren er verschillen in functie van de beroepsgroep en de soort werkomgeving.

Zo gaven havenarbeiders met erg wisselende activiteiten aan vaker gehoorbescherming te dragen dan hun collega’s die hoofdzakelijk in eenzelfde soort werkomgeving werken (p = 0,018). Arbeiders die voornamelijk werken bij containers gaven beduidend vaker aan hun gehoorbescherming in lawaai te dragen dan werknemers die voornamelijk bij droge bulk of roro ³ staan (p = 0,031; p = 0,036). Kuipers, die de goederen aan boord bevestigen, meldden beduidend vaker gehoorbescherming te dragen dan markeerders, die zich wel op kaaien begeven maar veeleer administratieve taken uitvoeren (p = 0,018). De gebruiksfrequentie vertoonde geen significante samenhang met leeftijd, opleiding of kennis over gehoorschade.

Factoren die gebruik behoorbescherming doen afnemen

Comfortproblemen bij het dragen en ondervinding van enig nadeel hielden duidelijk verband met minder frequent gebruik (p = 0,023; p = 0,016). De werknemers die otoplastieken droegen, ervoeren bij het dragen ervan de volgende ongemakken (in afnemende volgorde van belangrijkheid): discomfort in de gehoorgang (35%), belemmerde spraakverstaanbaarheid (26%), verminderde veiligheid (10%) en moeilijke plaatsing (9%). Deze volgorde bleek dezelfde te zijn bij gebruikers van andere gehoorbeschermers.

> LEES OOK: Gehoorbescherming: pasvorm is prioriteit 

Gehoorbescherming: voordelen gebruik otoplastieken

Ten opzichte van gebruikers van andere gehoorbeschermers ervoeren werknemers die hoofdzakelijk otoplastieken droegen minder vaak communicatieproblemen op een meter afstand (23% versus 10%, p = 0,013), minder vaak het gevoel niet veilig te kunnen werken (17% versus 10%, p = 0,006) en minder nadelen van enigerlei aard (67% versus 60%, p = 0,041). Ook was er een significante tendens tot frequenter gebruik van gehoorbescherming bij de dragers van otoplastieken; 80 procent gaf aan zijn audioprotectie “soms tot altijd” te dragen, tegenover 69 procent van de gebruikers van andere gehoorbeschermers (p = 0,029). Van hen die in het bezit waren van otoplastieken droeg 88 procent (95% CI [0,815; 0,925]) die ook, in min of meerdere mate – 17 procent consistent en 71 procent zelden tot meestal.

> LEES OOK: De maximale pieken voor je plastieken

In de opvolgingsperiode ontwikkelde 8 procent van alle werknemers een lawaaidip aan één oor en 4 procent aan beide kanten. Onderzoek op het gemiddelde van de lawaaigevoelige gehoorfrequenties 3,0, 4,0 en 6,0 kHz wees uit dat werknemers met de grootste geïdentificeerde lawaaiblootstelling hierop een sneller verlies vertoonden (p = 0,023).

 Van afgietsel tot otoplastiek

otoplastiekenNa uitsluiting van tegenindicaties plaatst de vertegenwoordiger van de otoplastiekendistributeur een propje watten in de gehoorgang en injecteert hierin een polymeer (A). Deze pasta hardt na twee à drie minuten uit tot een elastisch afgietsel (B en C). Op basis van dit afgietsel wordt het persoonsspecifieke deel van de gehoorbeschermer gemaakt, waarin de filter komt. Ter demonstratie zijn uit een paar zachte otoplastieken de filters gedemonteerd (D).

Otoplastieken hebben meerwaarde in lawaaierige omgeving

In de huidige setting bleken bijkomende gehoorbeschermingsmaatregelen inderdaad aangewezen vanwege de argumenten voor gehoorverlies door lawaai. Ook bleek dat er nog ruimte is voor de mate waarin werknemers gehoorbescherming dragen. Verder suggereren deze onderzoeksresultaten dat otoplastieken ook in andere lawaaierige werkomgevingen een meerwaarde kunnen hebben als het gaat om gehoorbescherming. In vergelijking met andere audioprotectie is er immers een als gunstig ervaren effect voor spraakverstaanbaarheid en arbeidsveiligheid. De acceptatie ervan is groot en er is een significante tendens tot consequenter gebruik.

Karel De Raedt | bedrijfsarts bij Mediwet vzw, werkte dit onderzoek uit als zijn masterproef Arbeidsgeneeskunde (dr.de.raedt@mediwet.be); Hannah Keppler | professor Audiologie bij UZ Gent (vakgroep Taal-, Spraak en Gehoorwetenschappen) en Micheline Bekaert | medisch directeur Mediwet vzw.

Noten
[1] Franks JR. Noise: 8) Hearing measurement. World Health Organization, Occupational Health Publications, 1998. Geraadpleegd via http://www.who.int/occupational_health/publications/noise8.pdf .
[2] Tinnitus is een ‘spontane’ gewaarwording van geluid, dus zonder geluidsprikkel in de omgeving, vaak omschreven als ruisend, suizend of fluitend.
[3] Roro is een afkorting van ‘roll-on/roll-off’, de havenactiviteit bij schepen die voertuigen transporteren.
[4] Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Sobane Strategie, deel Lawaai, uitgave juli 2005.
[5] De hardheid varieert tussen zacht, halfhard en hard. De filtering kan licht tot sterk verschillend zijn in functie van de geluidsfrequentie – met sterkere demping bij hogere frequenties – of nagenoeg vlak, met een gelijke demping voor de verschillende frequenties. In de huidige setting ging het om zachte oordoppen met vrij vlakke demping, zo bepaald op basis van de risicoanalyse.

 

> TIP: Houvast bij PBM kiezen? Ga naar de PBMwijzer

Reageer op dit artikel