artikel

Zo komt Jan Splinter door de winter

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Tijdens snoeiwerk met een houtversnipperaar loopt een werknemer blijvende oogschade op. De werkgever vecht de boete aan wegens het niet dragen van wel beschikbare gezichtsbescherming. Boetematiging volgt, toch stapt de werkgever naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Zo komt Jan Splinter door de winter

Een werknemer van een gemeentelijk samenwerkingsverband krijgt bij snoeiwerk met een ingehuurde houtversnipperaar een splinter hout in zijn linkeroog. Het oog gaat verloren. Tijdens het ongeval droeg de man geen gezichtsbescherming of veiligheidsbril om zijn gelaat of ogen te beschermen.

 

Gezichtsbescherming aanwezig, boete gezakt

Wegens overtreding van artikel 8.3, tweede lid Arbobesluit krijgt de werkgever een boete van 4.800 euro. Omdat hij wel gezichtsbescherming beschikbaar had gesteld, zakt de boete in bezwaar naar 3.600 euro. Beroep van de werkgever bij de rechtbank is vergeefs. Daarop gaat de werkgever in hoger beroep. Want volgens de gebruiksaanwijzing begint de veilige zone op 1,5 tot 2 meter van de versnipperaar. Het slachtoffer stond daar ver buiten toen het ongeval gebeurde.

> LEES OOK: Houtversnipperaar? Gelaatsbescherming!

Slachtoffer op werk aanwezig als gebruiker van versnipperaar

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt als volgt. Rechtbank en minister hebben eerder terecht geoordeeld “dat de werknemer zich tijdens het ongeval in de situatie bevond dat er gevaar voor zijn veiligheid of gezondheid op de arbeidsplaats aanwezig was of kon ontstaan” (art. 8.3, eerste lid Arbobesluit). Hij was immers met twee collega’s aan het werk met een houtversnipperaar; een gevaarlijke machine.

Op het moment van het ongeval was de versnipperaar in werking en  werd er ook hout ingevoerd. Het waren weliswaar zijn collega’s die dit deden. Maar dit neemt niet weg dat ook de werknemer als gebruiker van de versnipperaar op de arbeidsplaats aanwezig was. Dat hij zich daarbij op zes of zeven meter van de invoerkant bevond, doet niet af aan het gevaar. Want uit de handleiding valt niet af te leiden dat er een veilige zone begint op anderhalf tot twee meter van de versnipperaar.

Niet gezorgd voor gebruik van en instructie over gelaatsbescherming

De werkgever heeft niet gezorgd dat de werknemer de beschikbare gelaatsbescherming ook gebruikte. Daarmee is sprake van overtreding van art. 8.3, tweede lid Arbobesluit. Dit artikel bevat geen opzet of schuld als bestanddeel. Daarom is sprake van een overtreding als aan de materiële voorwaarden van dit artikel is voldaan. Betoogt een werkgever dat hem geen verwijt valt te maken, dan moet hij dit aannemelijk maken.

> LEES OOK: Gelaatsbescherming, als een veiligheidsbril niet volstaat

Het doorgeven van door de verhuurder gegeven instructies is niet hetzelfde als het zelf geven van instructies. De leidinggevende kon ook geen deugdelijk toezicht op de naleving houden. De situatie dat de werkgever geen enkel verwijt valt te maken, doet zich daarmee niet voor. De Afdeling verwerpt het beroep.

Bron: Raad van State, Afd bestuursrechtspraak, 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3330
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> TIP: Bijblijven met arbowetgeving en -jurisprudentie? Kom naar de Arbo Actualiteitendag!

geen oog voor gezichtsbescherming

Reageer op dit artikel