nieuws

Een kleermaker in je computer

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Bedrijfskleding die net niet lekker zit. Of die ongedragen wordt weggegooid omdat ze niemand past. Het zorgt voor onplezierig werken en het brengt ook nog eens schade toe aan het milieu.

Een kleermaker in je computer

Maar in de nabije toekomst is het gemakkelijk te voorkomen. Door die kleding digitaal te ontwerpen. Dan zit de kleermaker in je computer.

Defensie: 30 seconden in een bodyscanner

Wat is het verschil tussen werken bij Defensie en werken in de zorg? Volgens bewegingswetenschapper Lisette Vonk, coördinator van het Fashion Technology Lab aan de Hogeschool van Amsterdam, zit dat voor een deel in de bedrijfskleding. “Ik heb zelf een tijd in de zorg gewerkt. Daar kreeg je op de eerste dag de vraag wat je maat was: S, M of L. Weet ik veel, dacht ik dan. Dat ligt eraan hoe die kleding precies valt.”

Bij Defensie verloopt dat heel anders. “Iedereen die daar binnenkomt, gaat eerst 30 seconden in een bodyscanner staan”, zegt Vonk. “En die produceert digitaal een exacte kopie van het lichaam van de militair in kwestie. Met precies zijn of haar lichaamsmaten.”

Vervolgens zoekt de werkgever voor die militair de goede kleding. En de kans dat die werkelijk past, is hier veel groter. “Uit die scans kun je tal van lichaamsmaten herleiden”, zegt Vonk. “De lengte van je armen en benen, je buikomvang, enzovoort. Al die lengte- en omtrekmaten worden gematcht met een kledingmaat. Vervolgens krijgt de militair een karretje en een lijstje, en kan hij de passende kleding zelf ophalen.”

De kledingbranche is gigantisch vervuilend

Voor Vonk is dit een lichtend voorbeeld. Zij werkt samen met haar studenten en collega-onderzoekers aan innovatieve onderzoeksprojecten voor onder andere bedrijfskleding – en volgens haar zijn die hard nodig. “De kledingbranche is gigantisch vervuilend. Van alles wat die bedrijven produceren, wordt maar liefst een derde vernietigd. Let wel: voordat die kleding ooit wordt gedragen. Bijvoorbeeld omdat bedrijven kleding bestellen die niemand goed zit. Maar ook omdat particulieren hun jurken en broeken online kopen – en alles wat niet past, weer terugsturen.”

Hierboven zagen we de oplossing voor de militairen. Maar volgens Vonk kan die nog wel wat verder worden doorgevoerd. “Bij Defensie gaat het vooral om matching. Ze hebben daar kleding liggen en ze willen de juiste uniformen verstrekken aan de juiste militair. Maar je kunt natuurlijk nog een stap verder gaan: je kunt kleding digitaal ontwerpen. En dat niet alleen: je kunt diezelfde kleding digitaal passen.”

De kleermaker hoeft niet meer langs te komen

Om met dat eerste, dat digitaal ontwerpen, te beginnen: dat kan op twee manieren. Want zoals gezegd, op het moment dat een lichaam wordt ge-3D-scand, kun je daar heel gemakkelijk alle lichaamsmaten uit afleiden. “Dat betekent dat jouw kleermaker niet meer bij je langs hoeft te komen om die maten op te nemen”, zegt Vonk. “Die heeft hij allemaal al beschikbaar, dus hij kan meteen beginnen. En het kan zelfs nóg simpeler. In de toekomst kan zo’n kleermaker ook direct werken met jouw game-poppetje. Hij kan die digitale kleding aanpassen en kijken hoe die met de pop meebeweegt.”

En dat biedt ook enorme voordelen voor de klant. “Als jij nu een account maakt bij een kledingleverancier, vul je allerlei gegevens in”, zegt Vonk. “Wat als je als werknemer ook gewoon je 3D-scan kon uploaden? Dan kon die leverancier alvast kleding voor jou selecteren, en dan kon je die ook gewoon digitaal passen. Net zoals je dat in de winkel kunt doen voor de spiegel.”

Eerst nog wat technische uitdagingen slechten

Dat klinkt goed, efficiënt ook. Toch zal het volgens Vonk nog wel even duren voordat alle werkgevers hun bedrijfskleding digitaal laten ontwerpen. “Er liggen nog wat technische uitdagingen. “Allereerst moet je de kleding op het poppetje kunnen projecteren, en dan ook op zo’n manier dat het er goed uitziet. En nog lastiger: die kleding moet er realistisch uitzien en realistisch meebewegen, want juist dat is zo belangrijk. Defensie is op dit moment de duidelijke koploper. Andere bedrijven zitten in de oriëntatiefase. Er is nog veel onderzoek nodig – en dat hopen wij in de komende jaren uit te voeren, in samenwerking met het bedrijfsleven.”

Reageer op dit artikel