artikel

‘Arboadviseurs moeten life-coaches worden’

Persoonlijke ontwikkeling

Gaspersz wil na het employabilityconcept een nieuwe benadering van het werk. Want veel werkgevers zijn getuige de mobiliteitscentra van de laatste jaren wel doordrongen van het nut van dit concept. ‘Nu heet het mobiliteitscentrum soms het career fitness center. Er zijn overigens steeds minder werkgevers die ruw afscheid nemen van werknemers. Gevaar is dat de overgebleven mensen zich als een kalkoen na Thanksgiving wanen. Ik heb het nu wel overleefd, maar Kerst komt eraan.’

Was het bij employability zaak om medewerkers het vermogen te geven werk te krijgen en te behouden, nu pleit hij ook voor enjoyability: het vermogen om arbeidsvreugde te ervaren en creeren. Hiermee snijdt het mes aan twee kanten: de medewerker blijft duurzaam inzetbaar, productief en vitaal in een onzekere werksituatie en de werkgever houdt een goede, productieve, tevreden en hopelijk creatieve werknemer. Want daar moeten we de economische slag gaan winnen met opkomende industrieen als China en India, zo schreef Gaspersz al in zijn essay voor Economische Zaken. ‘Vergis je niet, creativiteit is de enige manier om de slag te winnen met landen die niet alleen een lage kostprijs hebben, maar ook nog een hoge kwaliteit bieden. Nu hebben deze landen wellicht nog een achterstand, maar wat als ze die inlopen? Dan moet je het van je vindingrijkheid hebben. Kijk naar Apple. Waarom verslaat zo’n relatief klein bedrijf reuzen als Philips en Sony? Omdat ze steeds weer nieuwe, aantrekkelijke versies van bestaande producten maken. Bovendien kun je door creatief te zijn de kostprijs omlaag brengen.’

Oke. Creativiteit en balans houden is dus belangrijk. Maar hoe zorg je als arbodienst dat je bijvoorbeeld een vuilnisman tevreden in zijn werk houdt? ‘Tja, die vuilnisman. Toen ik samen met Marlies Ott het begrip employability in Nederland introduceerde, kregen we ook al te horen dat dit niet opging voor de vuilnisman. Juist wel! Hoger opgeleiden zijn vaak al in staat de bakens te verzetten. Het is juist belangrijk voor de man die antwoordt: ‘Dan kom ik dinsdag toch!’, als hem verteld wordt dat hij maandag niet meer hoeft te komen. Je moet deze mensen zo proberen te coachen dat ze genoeg competenties hebben om elders of in een andere baan te slagen. En natuurlijk is enjoyability ook voor de spreekwoordelijke vuilnisman belangrijk. Iedereen wil graag meedenken over het eigen werk. Laat medewerkers nadenken over hun werk, ideeen aandragen en daar dan ook wat mee doen. Het werk wordt er beter door, medewerkers voelen zich beter en het plezier in het werk neemt toe.’

Gevraagd naar de toekomst van arbodiensten trekt Gaspersz een vergelijking met de zorgverzekeraars. Degenen die op tijd de bakens verzet hebben, overleven. De anderen zullen het onderspit delven. ‘Mag ik een advies geven aan arbodiensten? Ga anders kijken. Dat bedrijfsartsen de witte jas moeten uittrekken zullen ze zelf ook wel weten. Maar ze hebben een stigma. Arbo is verplicht en vervelend. Dat is lastig kwijt te raken. Het is moeilijk jezelf te herdefinieren, maar met het nodige imagomanagement moet het wel lukken. En dan denk ik dat lifecoaching het nieuwe domein moet worden van arbodiensten. Niet alleen gezondheid is belangrijk, maar ook de tevredenheid van medewerkers en de impact van de werkdruk. De komende jaren wordt het belangrijk dat medewerkers balans vinden. Voorbeeld: er zijn twee zaken die burn-out tegengaan. De ene is een leerorientatie, de andere dingen doen die je leuk vindt in je prive-leven. Help mensen zoeken naar wat ze vreugde en energie geeft. Ikzelf ben op mijn veertigste begonnen met vioolspelen. Een razend moeilijk instrument en ik kan eigenlijk slechts kinderliedjes spelen, maar ik heb er enorm veel plezier aan. Net als mijn schilderhobby.’

De marketing van de boodschap die verkocht kan worden zal divers moeten zijn, aldus Gaspersz. ‘Arboadviseurs moeten drie verschillende verhalen vertellen. Ze hebben drie stakeholders: de HRM-manager, de werknemer en de werkgever. Die moet je elk met verschillende argumenten overtuigen van het nut van die life-coaching.’

Volgens Gaspersz kan niet meer worden volstaan met het adviseren in deelonderwerpen als employability, risicomanagement, arbeidsomstandigheden en arbeidsrisico. ‘Nee, het is belangrijk dat arbodiensten zich inleven in hun rol van adviseur en proactief nadenken voor en over hun klant. En dan niet aankomen met een koffer vol met mogelijkheden, maar goed luisteren. Wat is er mogelijk in een organisatie? En hoe kom je tot een healthy organisation?’ Dat vereist maatwerk, een visie op afstand en veel overtuigingskracht. ‘Kijk, de HRM-managers zijn druk met de besognes van alledag. Arboadviseurs zouden hen een spiegel kunnen voorhouden door van een afstand gericht te adviseren. Het ontbreekt de HRM-manager vaak aan tijd voor strategisch denken. Een arbodienst kan een rustmoment zijn en kan mogelijkheden bieden om te scoren. Je dient als adviseur de organisatie als systeem te zien. Antwoord krijgen op vragen als: waar zijn arbeidsrelaties gestold? Wat zijn de waarden van het bedrijf? We hebben in het bedrijfsleven een andere kijk op mensen nodig. We moeten een spirituele stap maken. Mensen zijn bezig met hebben en doen, maar het zijn wordt verwaarloosd. Adviseurs als bedrijfsartsen zouden het management bewust moeten maken van het waardevolle van het investeren in mensen. Dat levert euro’s en betrokkenheid op. Kijk eens achter de medewerker. Naar wat iemand drijft en wat zijn onvermoede talenten zijn. Bovendien bind je personeel. En dan niet door gouden kettingen, maar door ruimte te bieden voor geestelijke groei.’

Het lijkt in tegenspraak: Gaspersz die wil dat werkgevers hun werknemers binden en tegelijk het pleidooi voor meer werknemersmobiliteit. Want de hoogleraar wil dat medewerkers hun loopbaan in eigen hand nemen. En dan hoeft er niet per se geswitcht te worden van werkgever; nadenken is ook genoeg. Als je 55 bent en baalt van je werk, hoef je niet te veranderen, maar wees je bewust van het feit dat je nog een fors aantal jaren van je leven investeert in een saaie baan en compenseer dit door leuke prive-passies, zo raadt hij aan. Gaspersz onderscheidt in zijn laatste boek drie soorten werknemers: de traditionele werknemer, de werkondernemer en de freeagent. Zelf behoort hij tot de laatste categorie die gekenmerkt wordt door een hoge mate van onafhankelijkheid en de visie dat een werkgever een opdrachtgever is. De free agent is misschien te veel gevraagd voor het gros van de beroepsbevolking, toch zou het merendeel van de werknemers werkondernemer moeten worden. Iemand die voor zichzelf werkt in een onderneming. ‘We leven in een unieke tijd. Na de industriele revolutie en het lifetime employment, het bedrijf als een familie, kennen we nu een combinatie van hoge werkdruk en werkonzekerheid. Je kunt nog zo je best doen, uiteindelijk kan toch die warme deken van je af worden getrokken. Dat druist in tegen een diepmenselijk gevoel en ook tegen de manier waarop we zijn opgevoed: wie goed doet voor de groep, geeft de groep vanzelf iets terug. We hebben dus een nieuw perspectief nodig waarin werknemers meer voor zichzelf kiezen.’

Gaspersz erkent dat daar een paradox zit. Aan de ene kant de werkgever die zijn best moet doen de werknemer aan zich te binden en aan de andere kant de werkondernemer die vooral voor zichzelf werkt, voortdurend kijkt naar nieuwe uitdagingen en ook fun en voldoening zoekt in zijn werk. ‘Dat is waar. Toch kan het voor een versterkend effect zorgen. De werkgever die een goede werkomgeving biedt, houdt mensen aan boord die uit volle overtuiging blijven en niet omdat ze bang zijn over te stappen of niets anders kunnen. Dat levert geweldig veel energie en voordelen op. En natuurlijk gezonde, vitale en tevreden mensen, zonder stressklachten, zonder verzuim en met goede ideeen. Daarin kunnen we ons als land onderscheiden. Natuurlijk, dit is een ideaalbeeld, maar het is wel een richting goed werkgeverschap. De arbodienst kan daarbij goed benchmarken. Laten zien hoe anderen het doen.’

Als het aan Gaspersz ligt, wordt het bevorderen van enjoyability en creativiteit een essentieel onderdeel van het aanbod van arboadviseurs. ‘Ik ben absoluut geen doemdenker maar vergeet niet dat in dertien landen ter wereld, waaronder Zuid-Afrika, Finland en Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen, het gericht bevorderen van creativiteit onderdeel is van het lesrooster op school. Dat zou bij ons ook moeten gebeuren.’

Spiritualiteit en balans vinden als antwoord op de onzekere tijden. Het lijken de jaren zestig revisited wel. Maar kom daar niet mee aan bij Gaspersz. ‘Enjoyability heeft niets te maken met het ‘zoek je zelf broeder’. Maar we kunnen wel krachten opbouwen door te leren van Zen Boeddhisme en te mediteren. Daarom was ik ook zo blij met het idee van Liselotte Smits van het CNV om meditatie in de cao op te nemen. Je hoeft niet in een lotushouding te gaan zitten, maar om je ambities te realiseren zul je moeten investeren in creativiteit. Ontspannen en keuzes kunnen maken zijn daarin erg belangrijk. Plato zei het al: ons leven is gebaseerd op hebben, doen en zijn. In de Westerse en ook sommige Oosterse economieen zijn we alleen maar bezig met hebben en doen.’

Reageer op dit artikel