nieuws

Balans houden tussen werk en werk

Persoonlijke ontwikkeling

Buiten blijft de temperatuur onder nul, en aan het bureau van de preventiemedewerker verschijnt een verontruste collega. ‘De sneeuw voor de ingang ligt veel te hoog. Als het glad wordt, kunnen mensen uitglijden. Jij bent toch preventiemedewerker? Kun je er niet voor zorgen dat er wordt gestrooid?’

Wat moet je als preventiemedewerker in zo’n geval doen? Onmiddellijk je mobiel pakken en op zoek naar iemand met strooizout? Trainer Peter Vos ziet het vaak gebeuren. Maar bij zijn timemanagement-trainingen leert hij de deelnemers te zoeken naar alternatieven.

Part-time-preventie
‘Je moet ad hoc-gebeurtenissen niet altijd ad hoc oppakken’, zegt hij. ‘Telefoontjes, mails, mensen aan je bureau, ze hebben gemeen dat je ze niet kunt inplannen. En juist voor een preventiemedewerker is dat plannen belangrijk. Want preventie vormt meestal maar een deel van je takenpakket; daarnaast heb je een gewone baan. Als je geen tijd te kort wil komen, kun je niet overal ja op zeggen.’

Hoe moet het dan? Het tegenovergestelde van ja is nee, maar volgens Vos hoef je niet door te schieten. ‘Natuurlijk moet je wel oog blijven houden voor de relaties met je collega’s. Nee is bot. Ik zou altijd iets zeggen als: ‘Goed dat je even langskomt, en ik wou dat ik je je kon helpen.’ Maar dat is iets anders dan meteen op ieder verzoek ingaan.’

Checklist
Vos’ advies aan de preventiemedewerker hierboven? Stel jezelf een korte vraag: ‘moet ik dit nu doen?’ ‘Dat is niet een vraag’, zegt hij. ‘Het zijn er 5. Want na ieder van de 5 woorden kun je een vraagteken zetten: ‘Moet? Ik? Dit? Nu? Doen?’ Daarmee wordt het een soort checklist.’

En dan borrelt de oplossing vaak vanzelf naar boven. De actie is bijvoorbeeld niet echt noodzakelijk, of iemand anders kan hem uitvoeren, je kunt kiezen voor een minder tijdrovend alternatief, of alles kan wachten tot een later tijdstip.

Bij het bovenstaande sneeuwprobleem, zit het antwoord in het woordje ‘ik’. ‘Die preventiemedewerker kan zeggen dat strooien niet zijn taak is, maar eerder van facilitair management. Nee, je moet niet alles afschuiven, maar je moet ook niet alles op je schouders nemen.’

Schop
Die balans is niet voor iedereen even gemakkelijk te vinden, heeft Vos ervaren. ‘Tijdens mijn trainingen laat ik deelnemers ontdekken hoe ze zelf met tijd omgaan. En daarvoor maak ik gebruik van de ‘schop-methodiek’: ik deel mensen onder in persoonlijkheidstypen, met hun eigen sterke punten en valkuilen. De solist, de creatieveling, de helper, de optimist en de perfectionist.’

Welke van deze predicaten is het meest van toepassing op de preventiemedewerker? Vos twijfelt, maar hij heeft wel een vermoeden. ‘Iemand die zich bezighoudt met veiligheid en gezondheid? Die zou wel eens kunnen vallen in die laatste categorie: de perfectionist.’

Is dat erg? Nee zegt Vos. ‘Sterker nog: als je bezighoudt met een RI&E, lijkt het me zelfs een voordeel. Maar aan de andere kant… als je perfectie verlangt bij alles wat je doet, kun je nooit eens iets snel afhandelen. Juist die mensen raad ik aan: ontdek wat je kunt doen uit de losse pols. Dan kun je al je aandacht besteden aan die zaken die werkelijk belangrijk zijn. En krijg je meer balans tussen je reguliere baan en je preventietaken.’

 

Reageer op dit artikel