artikel

Houvast bij de RI&E voor werken op hoogte

RIE

Arbeidsongevallenoorzaak nummer 1 is nog steeds vallen van (geringe) hoogte. Zaak voor de werkgever om een RI&E te maken inclusief reddingsplan. Wat zijn de risico’s bij werken op hoogte? Wat is het belang van de RI&E en wat zijn de (wettelijke) verplichtingen?

Houvast bij de RI&E voor werken op hoogte

Kunnen we het risico vermijden of voorkomen of moeten persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) bescherming bieden? Valbeveiligingsproducten vallen in categorie 3 (hoogste risico). Het is aan de werkgever om ze beschikbaar te stellen en te onderhouden. Daarnaast is de werkgever verplicht zijn werknemers te trainen en te zorgen dat zij hun PBM op de juiste manier gebruiken. Dat zijn in een notendop de feiten en cijfers over werken op hoogte. En wat werkgevers en werknemers eraan moeten doen.

> LEES OOK: PBM worden niet gebruikt, wat nu?

Risico’s bij werken op hoogte

Werken op hoogte brengt een aantal levensgevaarlijke risico’s met zich mee. Soms is het gevaar zeer vanzelfsprekend, in andere situaties is het gevaar veel minder duidelijk. Het grootste gevaar bij werken op hoogte is een val. Die kan zich voordoen vanaf:

  • een open, niet-beveiligde rand, bijvoorbeeld een dak
  • elke structuur of verhoging van permanente of tijdelijke aard
  • installaties of voertuigen
  • of door fragiele oppervlakken

Daarnaast moeten we rekening houden met hoe onze acties impact kunnen hebben op andere mensen. Denk bijvoorbeeld aan het gevaar van vallende voorwerpen bij werken op hoogte.

> LEES OOK: 4 mythes over werken op hoogte

Specifieke wetsartikelen over plichten werkgevers

Nederland kent specifieke wetsartikelen die gaan over de plichten van werkgevers omtrent veilig werken op hoogte. Zo moet een werkgever in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) schriftelijk vastleggen welke risico’s de arbeid meebrengt voor de werknemers. Ook moet hij een plan van aanpak te maken. Daarin staan de te nemen organisatorische en materiële maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de werkplek veilig is.

> LEES OOK: Hoe specifiek moet een RI&E zijn?

Is collectieve bescherming, zoals het plaatsen van een hekwerk, niet voldoende voor veilig werken op hoogte? Dan moet de werkgever persoonlijke valbeveiligingsoplossingen ter beschikking stellen. Twee factoren wegen daarbij altijd mee: het belang van gebruikersgewicht en het gevaar van niet correct gebruikte valbeveiliging.

Belangrijke vragen bij de RI&E

Bij het opstellen van een RI&E is het belangrijk een antwoord te geven op onderstaande vragen:

  • Wat zijn de specifieke activiteiten of ruimtes waar werknemers worden blootgesteld aan valgevaar?
  • Wat zijn de toegangsmethoden naar de ruimten waar de activiteiten plaatsvinden?
  • Hoeveel arbeiders worden blootgesteld aan deze gevaren en moeten daarom persoonlijke valbescherming dragen?
  • Hoe vaak voeren ze deze activiteiten uit?
  • Hoe vaak gaan de werknemers op training voor werken op hoogte/werken in besloten ruimten?

> LEES OOK: Zo vergeet u niets in de RI&E

De ‘gemiddelde medewerker’ bestaat niet

Zoals gezegd: als collectieve valbeveiliging niet (afdoende) mogelijk is, moeten medewerkers gebruik maken van individuele valbeveiliging. Voor dit doel zijn onder andere diverse typen harnassen beschikbaar. Een kleine kanttekening mag hierbij zeker niet ontbreken: mensen variëren allemaal in lengte en gewicht, dus pas de valbeveiliging daarop aan.

Een standaard valbeveiligingsuitrusting is getest met een gewicht van 100 kilo. Een gemiddelde man van 85 kilo zal, met het gewicht van zijn veiligheidskleding, harnas, lijn en gevulde gereedschapsgordel daarbij opgeteld, zwaarder zijn. Met alle risico’s van dien. Ook kampt 36 procent van de mannen in de Benelux met overgewicht, waardoor zij het testgewicht van 100 kilo (soms ruimschoots) overschrijden. Voor al deze mensen zijn valbeveiligingsproducten verkrijgbaar die met een zwaardere belasting zijn getest, namelijk 140 kilo.

> LEES OOK: Zeg maar dag tegen die bureaustoel

Gebruik valbeveiliging moet even zorgvuldig als aanschaf

Valbeveiliging is maatwerk en het bepalen van de juiste valbeveiliging is een persoonsgebonden procedure. Het gebruik van valbeveiliging zou net zo zorgvuldig moeten gebeuren als het uitzoeken ervan. Helaas blijkt het daar vaak mis te gaan. Medewerkers die zonder harnas aan de slag gaan, harnassen die te los zitten, beschadigde of niet goed onderhouden valbeveiliging. Het zijn allemaal risicoverhogende voorbeelden uit de praktijk. Verder dragen medewerkers soms harnassen die niet geschikt zijn voor de taak die ze op dat moment uitvoeren. Zoals een regulier harnas (zonder hittebestendige en vlamvertragende eigenschappen) tijdens laswerkzaamheden. Tot slot blijkt vaak dat we niet verder kijken dan het harnas lang is: we vergeten de controle van de andere onderdelen van het valbeschermingssysteem. Stuk voor stuk kunnen deze situaties het ontstaan van ernstige of zelfs fatale bedrijfsongevallen in de hand werken.

> LEES OOK: Het wat & hoe van PBM

Werkgever verantwoordelijk voor doeltreffende opleiding

Het is dan ook niet gek dat wettelijk is vastgelegd dat de werkgever verantwoordelijk is voor doeltreffende opleidingen over arbeidsomstandigheden en ter beschikking gestelde materialen. Dus ook het juiste gebruik van PBM. Dit om de risico’s duidelijk te maken en voor zover mogelijk te minimaliseren.

Veilig werken op hoogte staat of valt dus met het opstellen van een goede RI&E. Daarvoor is het essentieel om op de hoogte te zijn van de verplichtingen van zowel werknemer als werkgever. Meer informatie over de verplichtingen van werkgevers? Download de whitepaper.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met 3M.

 

Bart Vandenberghe | Application Engineer Fall Protection bij 3M

Reageer op dit artikel