artikel

Maak meer ruimte voor BHV in de RI&E

RIE

Een RI&E hoort de arbeidsveiligheid in organisaties te verbeteren. Maar gebeurt dat ook? Niet altijd, zeggen Carolien de Vries en Inge Hoogeveen van Young Safety Professionals. In de klassieke RI&E blijven veel thema’s onderbelicht. De BHV-organisatie, bijvoorbeeld.

Maak meer ruimte voor BHV in de RI&E

Bovendien willen we te vaak alles in één keer goed doen. Maar het is juist belangrijker om steeds opnieuw en cyclisch per onderwerp en per organisatie naar de RI&E te kijken. En dus ook naar de BHV in die RI&E.

Een tijdje geleden was Carolien de Vries van Young Safety Professionals op bezoek bij een hotel voor een gesprek over de RI&E. Er moesten alleen nog vragenlijsten worden ingevuld en de RI&E was compleet. Maar leerzamer dan die vragenlijsten was het gesprek met de contactpersoon. “Ik vroeg hem wat hij een risico vond binnen het hotel. Hij vertelde over een bijenkas. Die stond op het dak van het vijf etages hoge gebouw en hij vroeg zich af of dat wel veilig was.”

Het antwoord is: ja, dat is veilig, mits de werkgever adequate maatregelen treft. Maar opmerkelijk genoeg kwam die bijenkas nergens in de vragenlijsten terug. En volgens De Vries is dat geen uitzondering. “Het is een bekend probleem: vragenlijsten geven een beperkt beeld. Dat beeld wordt een stuk scherper na een paar goede gesprekken.”

> LEES OOK: Vragenlijsten of een goed gesprek?

Incompleet door inventariseren met gesloten vragen

De RI&E is ooit ingesteld om als werkgever een goed beeld te krijgen van de risico’s, maar dat beeld is nu vaak incompleet. Voor een deel komt dat doordat we dikwijls inventariseren met gesloten vragen. “Kijk bijvoorbeeld in branche-RI&E’s naar de meeste inventarisaties van psychosociale arbeidsbelasting (PSA)”, zegt De Vries. “Daarvoor krijgen mensen vragen als: ‘Is de werksfeer in orde?’ Nou, denkt de medewerker dan, er is natuurlijk wel eens wat, maar over het algemeen gaat het best redelijk. Dus komt er een kruisje bij ‘ja’. Maar daarmee blijven veel problemen onder de radar. Want juist dat ‘Er is wel eens wat’ kan erg belangrijk zijn.”

90 arbothema’s op dezelfde manier in één RI&E?

Maar dat is niet De Vries’ belangrijkste bezwaar. “Een RI&E behelst vaak maar liefst 90 arbothema’s, die ook nog eens heel ver uit elkaar liggen. Het ene moment gaat het over het onderhoud van een installatie, het andere moment over vertrouwen in een team. Dan weer hebben we het over agressie van cliënten, even later over keuring van arbeidsmiddelen. Die onderwerpen staan allemaal in één RI&E en worden vaak op dezelfde manier in kaart gebracht. En bovendien vaak beoordeeld door een en dezelfde expert. Maar wat weet een arbeidshygiënist van agressie? Of een hoger veiligheidskundige van veilig tillen?”

Volgens De Vries komt dat de kwaliteit van de RI&E niet ten goede. “Je hoort het zo vaak: we hebben een RI&E opgesteld, maar die verdwijnt in een lade. Hoe kan dat? Welnu, vaak komt dat doordat één expert gebruik heeft gemaakt van één methode. Daardoor zijn veel onderwerpen in de RI&E niet goed onderzocht. Met als gevolg dat we het probleem niet echt kennen en de oplossingen niet op het echte probleem aansluiten. Logisch dat het eindresultaat dan eindigt in een la. We moeten dus ophouden organisaties aan te sporen meer met de RI&E te doen; we moeten gewoon betere RI&E’s maken.”

> LEES OOK: Zo vergeet u niets in de RI&E 

Betere RI&E’s maken door aanpak per thema

Dus luidt de vervolgvraag: hoe maken we betere RI&E’s? De Vries’ collega Inge Hoogeveen pleit voor een aanpak per thema. “Je wilt de mogelijkheid hebben om per thema een andere onderzoeksmethode te kiezen. Daarbij houd je rekening met het soort organisatie, wat er al gedaan wordt en wat uitvoerbaar is. Neem een onderzoek naar werkdruk in een bedrijf dat het financieel lastig heeft en bovendien kampt met een personeelstekort. Idealiter wil je tijdens een inventarisatie zo veel mogelijk medewerkers kort spreken. Maar bij een organisatie met personeelstekort zitten ze vaak niet echt te wachten op tijdsintensieve onderzoeken. Geld en tijd drukken dan op de mogelijkheden.”

Steeds cyclisch per onderwerp naar RI&E kijken

Bovendien is het niet nodig om een goede RI&E in één keer op te stellen. “Veel beter is het om een proces in te richten waarin steeds en cyclisch per onderwerp en per organisatie wordt gekeken: waar staan we (inventariseren), wat vinden we daar van (evalueren) en wat gaan we nu doen (plan van aanpak)? Een voorbeeld: legionellabeheersing bij een grote zorginstelling. Natuurlijk kun je per locatie bekijken wat het risico is, of de organisatie beschikt over een legionellabeheersplan en of ze wel spoelen en metingen uitvoeren. Maar je kunt ook een systeem inrichten waaruit blijkt dat we ‘in control’ zijn en deze zaken hebben geborgd. Dan kunnen we het af met een periodieke: ‘Loopt het nog goed? Het loopt nog goed. Vink.’”

> LEES OOK: Ede’s dynamische RI&E heeft ogen en oren

Uitersten bij BHV: weinig urgentie en irreële angsten

Zo’n hernieuwde RI&E maakt de organisatie veiliger. Kijk bijvoorbeeld naar de BHV. “Op dat gebied zie je vaak twee uitersten”, zegt Hoogeveen. “Ten eerste de te optimistische visie: werkgevers sturen hun medewerkers naar een opleiding BHV en denken vervolgens ‘nu is het veilig.’ Zo’n instelling is ook logisch, want je vraagt aan mensen om zich voor te bereiden op iets dat hopelijk nooit gebeurt. Dat doet iets met de motivatie van medewerkers en hun gevoel van urgentie: ‘Dat overkomt ons toch niet’.

Aan de andere kant zie je ook veel irreële angsten. BHV’ers die zich wanhopig afvragen hoe ze ’s nachts in hun eentje het hele gebouw kunnen ontruimen, bijvoorbeeld. Ze hebben wel vaardigheden geleerd, maar zijn niet op de hoogte van bijvoorbeeld de compartimentering of andere voorzieningen in hun gebouw die kunnen helpen.” Daarom denken ze dat zo’n massale ontruiming nodig is. Een BHV’er zou die kennis wél moeten hebben.

> LEES OOK: BHV: 6 tips voor een draaiboek ontruiming

Basis goede BHV-organisatie: continu verbeterproces

Een goede BHV-organisatie is volgens Hoogeveen niet gebaseerd op optimisme of op vage angsten. En zelfs niet op wetgeving. Een goede BHV-organisatie is vooral gebaseerd op het inrichten van een continu verbeterproces. En dat komt overeen met de visie op de RI&E. “Welke risico’s zijn er aan de orde in onze organisatie? Welke accepteren we en welke niet? Een ondernemer vindt het misschien fijner als de wet aangeeft hoeveel BHV’ers hij moet opleiden. Maar de wet geeft alleen aan dat hij een adequate bedrijfsnoodorganisatie moet hebben. Dat spoort een organisatie aan om goed na te denken over veiligheid.

Natuurlijk rijst dan de vraag: ‘wat is adequaat?’. Het antwoord verschilt per organisatie. Kijk bijvoorbeeld naar de BHV bij veel zorginstellingen. Die instellingen zien dat hun cliënten voor het overgrote deel niet zelfredzaam zijn. Daarom willen ze dat iedereen kan handelen bij een calamiteit. Dus iedere medewerker is daar BHV’er.”

Peter Passenier | journalist

 

> TIP: Bijblijven met RI&E en Arbowet? Kom naar de Arbo Actualiteitendag!

BHV in de RI&E

Reageer op dit artikel