nieuws

Zicht op licht bij beeldschermwerk

RIE

Bij een goede inrichting van de beeldschermwerkplek is een aantal zaken van belang. Verlichting is er daar een van.

Zicht op licht bij beeldschermwerk

Verlichting is belangrijk bij beeldschermwerk. Te veel licht in de werkomgeving vermindert het contrast op het scherm. En lampen en ramen kunnen voor hinderlijke weerspiegeling zorgen in het beeldscherm. Dit werkt door in een goede of slechte werkhouding van de gebruiker. Dat maakt licht medebepalend voor de fysieke belasting van de beeldschermwerker.

Bij een goede afstemming van licht en beeldschermwerk spelen vier aspecten een rol:

1. Toetreding daglicht

De opstelling van de werkplek in de werkruimte bepaalt mede de lichtinval. Zittend met de neus naar het raam riskeert de beeldschermwerker verblinding door fel licht en zonneschijn. Met de rug naar het raam ontstaat er spiegelingshinder. Dus wat is wijsheid? Het beste is om het scherm dwars ten opzichte van het raam te zetten, liefst op zo’n 3 meter afstand. De kijkrichting loopt nu evenwijdig aan het raam. Hoeveel daglicht er binnenkomt, verschilt per seizoen. Optimaliseer de hoeveelheid licht op de werkplek in de donkere seizoenen door aanvulling met andere lichtbronnen. Verminder de toetreding van daglicht in de lichte seizoenen met behulp van zonwering. Zonwering is verplicht in iedere ruimte waar mensen met beeldschermen werken.

2. Verlichtingsniveau

Een goed verlichtingsniveau ligt tussen de 200-800 lux. Bij beeldschermwerk ervaren gebruikers een hoog verlichtingsniveau eerder als hinderlijk dan te weinig licht. Daarom geldt een verlichtingsniveau tussen de 200 en 400 lux bij beeldschermwerk als optimaal. Verdeel de verlichting gelijkmatig over de ruimte. Voor behoud van een goede oriëntatie moet de lichtsterkte naast de werkplek ten minste 2/3 van de lichtsterkte bedragen van die op de werkplek zelf. De beste keuze voor het lichtniveau hangt mede af van omgevingsfactoren zoals het aantal ramen, maar ook van bijvoorbeeld de leeftijd van de gebruikers. Oudere werknemers hebben meer licht nodig dan jongere.

3. Verlichtingsarmaturen

Directe verlichting vraagt om verlichtingsarmaturen die van opzij bijna geen licht uitstralen. Roosters of spiegeloptieken (anti-reflectiekappen) beperken de zijdelingse lichtuitstraling tot 40 graden ten opzichte van het horizontale vlak. Let op dat algemene verlichtingssystemen meer spiegelingshinder veroorzaken in ruimten waarin men uitsluitend met beeldschermen werkt. Bij indirecte verlichting is het zaak spiegeling te voorkomen via een te glad plafond. Indirecte verlichting aangevuld met werkplekverlichting is zeer geschikt voor beeldschermwerk. Met deze combinatie is de kans op spiegelingshinder minimaal. Een bureaulamp is indirecte en werkplekverlichting tegelijk. Een goede bureaulamp is verstelbaar, geeft weinig warmte af, verblindt niet en verlicht de werkplek gelijkmatig.

4. Luminantieverhouding

Onder de luminantieverhouding verstaan we de lichtsterkte per oppervlakte-eenheid. Zorg dat die verhouding op en rond de werkplek de gestelde grenzen niet overschrijdt. De luminanties van de verschillende delen van het werkvlak mogen niet meer dan een factor 3 verschillen. Het verschil in luminantie van werkvlak en omgeving mag niet hoger zijn dan 10.

RI&E

Door voldoende en goed licht en het tegengaan van spiegelingshinder zijn vermoeidheid en oogklachten te voorkomen. In de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moeten de risico’s van beeldschermwerk voor het gezichtsvermogen vermeld staan. Ondanks alle zorg toch problemen met goed zicht op het beeldscherm? Medewerkers met oogklachten hebben recht op advies van een deskundige. En op eventuele vergoeding door de werkgever van een beeldschermbril.

 

> TIP: Hoe staat het met de opstelling en instelling van uw werkplek? Kom er achter met de Werkplekchecker.

Reageer op dit artikel