nieuws

Arboadviseur moet kunnen schakelen

RIE

Als arboadviseur hebt u natuurlijk kennis van zaken. Maar is het u uw enige taak om die kennis doorlopend te spuien? Of kunt u ook overschakelen naar een andere rol?

Arboadviseur moet kunnen schakelen

Hoger veiligheidskundige Roel Meuldijk is mede-directeur van tri-plus, maar het liefst speelt hij de rol van coach. “Als ik een organisatie adviseer, vind ik het belangrijk dat ik iets achterlaat. Mensen moeten in staat zijn om hun veiligheidsproblemen zelf op te lossen, ook als ik ben vertrokken. Dat probleemeigenaarschap, dat creëer je door niet te veel kennis te spuien. Het liefst heb ik dat de mensen de antwoorden op hun vragen zelf ontdekken.”

Schakelen tussen verschillende rollen

Maar let op, dit is volgens Meuldijk alleen mogelijk in de juiste omstandigheden. Want wat doet hij bijvoorbeeld als de medewerkers totaal niet in veiligheid zijn geïnteresseerd? Of als de organisatie alleen wil voldoen aan het wettelijk niveau? “Dan ga ik schakelen. En wel van de ene rol – coach – naar de andere: die van deskundige. Op dat moment moet je mensen gaan overtuigen. Bijvoorbeeld door te wijzen op de wet, of op ongevallen die hebben plaatsgevonden in soortgelijke organisaties. Dan zit je dus in een andere rol.”

Een veiligheidsadviseur moet beschikken over een breed repertoire, hij moet kunnen schakelen tussen verschillende rollen

Een andere rol. Het komt in het betoog van Meuldijk regelmatig terug. Want volgens hem moet een veiligheidsadviseur beschikken over een breed repertoire. Anders gezegd: hij moet een probleem kunnen aanpakken op verschillende manieren, al naargelang de omstandigheden. Vandaar dus het onderscheid tussen de volgende vier rollen:

1. De deskundige
Dit is vaak een expert op een zeer specifiek terrein, bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen. Op het moment dat hij door een organisatie wordt ingehuurd, zal hij zijn kennis spuien. Maar zijn advies is niet gericht. Hij zal zich niet zozeer bezighouden met de vraag hoe die kennis precies in dat specifieke bedrijf kan worden toegepast.

2. De helper
Een groot verschil met de deskundige: de helper werkt vraaggestuurd. Hij is niet alleen een kennisbank, maar hij houdt zich ook bezig met de organisatie. Maar… in beperkte mate. Want als de situatie lastiger wordt, zal hij snel weer terugvallen op zijn zekerheden. Kennis spuien dus.

De ene rol is niet beter of slechter dan de andere, het is een persoonlijke keuze

Walter Zwaard tijdens het webinar ‘Wikken en wegen over risico’s’

3. De coach
Ook een coach beschikt over een grote hoeveelheid kennis – hoewel die vaak generalistischer is dan die van de deskundige. Een groot verschil: hij treedt veel meer in contact met directie en medewerkers: “Snappen jullie het echt?” En: “Hoe gaan jullie deze kennis zelf toepassen?” Bovendien houdt een goede coach rekening met de cultuur van een bedrijf.

4. De partner
Partners gaan nog een stap verder: ze nemen plaats naast de opdrachtgever. Ze denken strategisch: samen met het management bespreken ze welke zaken er werkelijk opgelost moeten worden. Bovendien handelen partners proactief: ze zullen zich bijvoorbeeld afvragen hoe ze de RI&E optimaal kunnen houden. Let wel, dat doen ze zonder dat ze daarvoor een specifieke opdracht krijgen.

Die adviseur moet niet alleen kunnen schakelen tussen rollen, maar ook tussen verschillende soorten taalgebruik

Van risicovakman naar risicoprofessional

Volgens Meuldijk staan deze rollen niet naast elkaar. In plaats daarvan ziet hij een hiërarchie. “Een arboadviseur zou zich moeten ontwikkelen van risicovakman naar risicoprofessional. Van een deskundige, die alleen gespecialiseerd is in een specifiek onderdeel en niet kijkt naar de rest van de organisatie, tot een coach of een partner, iemand die het hele veiligheidsterrein overziet en ook nog eens oog heeft voor de specifieke omstandigheden.”

Waarom dat zou moeten? Alweer vanwege dat schakelen. “Een coach of partner kan kiezen welke rol hij speelt”, zegt Meuldijk. “Want bij het ene bedrijf moet hij vooral kennis toevoegen. Maar ergens anders moet hij management en medewerkers vooral zelf laten denken. En nogmaals, dat schakelen, dat kan alleen een coach of partner. Een deskundige zit vast in zijn rol.”

Schakelen tussen soorten taalgebruik

Schakelen dus. En volgens Meuldijk gebeurt dat schakelen niet alleen tussen rollen, maar ook tussen verschillende soorten taalgebruik. “Stel dat je met de medewerkers hebt besproken dat een bepaalde machine aan vervanging toe is. Dan moet je die boodschap vervolgens overbrengen naar de directie. De kans is aanwezig dat die daar niet blij mee is. Dan krijg jij wellicht te horen dat die vervanging wordt uitgesteld tot volgend jaar. En dat de medewerkers dit jaar zijn aangewezen op organisatorische maatregelen of pbm’s. Vervolgens moet jij met dat verhaal weer naar de medewerkers: ‘Nee, vervanging zit er dit jaar niet in, maar de veiligheid hebben we gegarandeerd op een andere manier.’”

Nogmaals, ook hier is sprake van schakelen. “Want”, zegt Meuldijk, “dat management en die medewerkers spreken een verschillende taal. Over het algemeen denkt een directeur veel strategischer, veel abstracter. Maar op de werkvloer praten mensen vaak concreter, denken ze meer in details. Die verschillende soorten taalgebruik, ook dat is iets wat je als adviseur moet beheersen. Dat schakelen komt steeds weer terug.”

 

[box type=”shadow” ]> Hoe kunt u de adviesrollen in de praktijk vormgeven? Roel Meuldijk en Walter Zwaard gaan daarover met u in gesprek op de praktijkdag Wikken & wegen over risico’s op 13 december in Veenendaal.
> Alvast sfeer snuiven voor deze dag? Walter Zwaard bespreekt kort de theorie die de basis vormt voor de praktijkaanpak op deze dag. Bekijk de webinar ‘Wikken en wegen van risico’s’!
[/box]

Reageer op dit artikel