artikel

Aansprakelijk voor ontbreken valbeveiliging

Veilig werken

Bij de aanvang van het werk blijkt dat de te gebruiken rolsteiger niet compleet is. De directeur van het sloopbedrijf wordt gebeld en hij zal de ontbrekende delen direct brengen. De werknemers klimmen toch al vast op het dak om de eerste rij platen weg te halen. Die platen zijn van buitenaf met schroeven aan de dakspanten vastgezet. Op zeker moment zakken twee werknemers door het dak en vallen van een hoogte van 2,5 tot 4 meter naar beneden op een betonnen vloer. Een van hen raakt daardoor zwaar gewond en houdt blijvende letsel over. Hij spreekt zijn aan werkgever aan voor vergoeding van de schade.

 

De werkgever heeft na het ongeval de arbeidsinspectie niet ingeschakeld. Ook erkent hij geen aansprakelijkheid voor de schade. Niet alleen is hij niet tekort geschoten in zijn zorgverplichting, hij vindt ook dat er van de kant van de werknemer sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

 

Kantonrechter en hof wijzen de vordering toe en de werkgever tekent cassatie aan bij de Hoge Raad. Die stelt vast dat de bedrijfsactiviteiten van het inmiddels failliete bedrijf bestonden uit onder meer bodem- en asbestsaneringen. In de voorbereiding was besloten de asbestplaten (zo veel als mogelijk) in hun geheel, dus zonder te breken, van binnenuit te verwijderen. De hiervoor te gebruiken rolsteiger bleek voor de aanvang van het werk niet compleet te zijn. Het slachtoffer was wel “deskundig toezichthouder Asbestverwijderaar” maar had op dit werk niet de leiding. Deze lag bij een collega die tevens verantwoordelijk was voor de voorbereiding en de beslissing over de wijze waarop het werk zou worden uitgevoerd.

 

Daaraan doet niet af dat het slachtoffer samen met twee collega’s, als meewerkend DTA-er de feitelijke werkzaamheden zou uitvoeren en daarbij mogelijk ook de leiding had. Ook is niet van belang dat het slachtoffer werd aangemerkt als “de veiligheidsdeskundige” en meermalen de leiding had gehad bij andere, vergelijkbare sloopklussen.

 

In het opgestelde V&G Plan stond dat voor het verwijderen van de platen van binnenuit een rolsteiger zou worden gebruikt. Er is echter niet komen vast te staan, dat het plan aangaf dat de platen alleen van binnenuit konden worden verwijderd. Dat zou alleen kunnen door het breken van tenminste een van die platen en dat werd niet wenselijk geacht gezien de mogelijke verspreiding van asbeststof. Maar dat houdt in, dat voor het op een andere manier van verwijderen de direct leidinggevende had moeten besluiten tot het treffen van valbeschermingsmaatregelen en uitdrukkelijk opdracht had moeten geven tot het gebruik daarvan. Dat is niet gebeurd.

 

Daarom wordt de werkgever aansprakelijk gehouden voor de schade van de werknemer. Het beroep wordt verworpen.

Reageer op dit artikel