artikel

Beheerder niet aansprakelijk voor gebrek

Veilig werken

Onderhoudsman Karelse, werkzaam bij een aannemer, valt bij uitvoeren van onderhoudswerk van een ladder en raakt daarbij ernstig gewond. Hij is sindsdien volledig arbeidsongeschikt. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk en diens verzekeraar vergoedt de schade. De verzekeraar claimt echter vervolgens de schade bij de beheerder van het wooncomplex. Dit complex is eigendom van een Bpf Bouw, die de exploitatie en het beheer heeft ondergebracht bij SFB.

 

Volgens de verzekeraar is het ongeval veroorzaakt doordat de schroeven van de stang waaraan de ladder werd opgehangen te kort waren en uit het hout zijn geschoten. Daardoor is Karelse met ladder en al gevallen. Voor dat gebrek aan het wooncomplex acht de verzekeraar de beheerder aansprakelijk.

 

De rechtbank wijst de vordering af en de verzekeraar gaat in hoger beroep.

 

Het hof gaat eerst in op de vraag of de beheerder aansprakelijk kan worden gesteld op grond van artikel 6:174 BW (aansprakelijkheid voor opstallen). Het hof vindt van niet omdat Bpf Bouw de eigenaar van het complex is en zij het beheer aan SFB heeft opgedragen. Onder beheer valt in dit verband te verstaan de verhuur aan de woningzoekenden, het innen van de huurpenningen en het laten verrichten van onderhoud ten laste van de verhuurder. Het feit dat SFB door de eigenaar is belast met de exploitatie van het wooncomplex betekent nog echter niet dat SFB het complex ook bezit.

 

De verzekeraar heeft ook aangevoerd dat SFB het wooncomplex heeft gebruikt in de uitoefening van haar bedrijf als bedoeld in artikel 6:181 lid 1 BW, maar het hof ziet SFB niet als bedrijfsmatige gebruiker van het wooncomplex. Beheer als hier aan de orde is, is geen gebruik in de uitoefening van een bedrijf. Dat SFB uit hoofde van de beheerstaak een zekere macht over het wooncomplex had, bijvoorbeeld ten aanzien van de uitvoering en de kwaliteit van het onderhoud van het wooncomplex, betekent nog niet dat zij naast de eigenaar aansprakelijk zou zijn. Ook is er geen sprake van een onrechtmatige daad van de kant van SFB. Aangevoerd is dat de schroeven te kort waren. Maar gesteld noch gebleken is dat dit kan worden toegerekend aan de beheerder.

 

Het beroep wordt verworpen.

Reageer op dit artikel