artikel

Bewijslast RSI

Veilig werken

Een vrouw werkt van 1979 tot 1998 als administratief medewerkster bij een scholengemeenschap. In oktober 1994 valt zij uit wegens klachten aan het bovenste deel van het bewegingsapparaat. Zij wordt volledig arbeidsongeschikt verklaard en ontvangt een volledige WAO-uitkering. Zij stelt haar werkgever aansprakelijk voor de schade.

 

De kantonrechter wijst de vorderingen toe en de werkgever gaat in beroep. Het hof overweegt dat de vrouw voldoende heeft aangetoond dat haar klachten het gevolg zijn van de door haar verrichte werkzaamheden. De relatie met het werk is gelegd door de bedrijfsarts, de Arbeidsinspectie en de revalidatiearts. Ook de neuroloog/psychiater heeft aangegeven dat de vrouw aanvankelijk specifieke RSI-klachten had. Tevens staat vast dat de werkneemster type- en beeldschermwerkzaamheden heeft verricht. Dat gebeurde soms langdurig en vaak onder hoge druk. Het is daarbij op voorhand voldoende aannemelijk dat de arbeidsomstandigheden niet aan de daaraan te stellen eisen voldeden.

 

De werkgever krijgt de gelegenheid om een tegenbewijs te leveren. Als hij daar niet in slaagt, moet hij bewijzen dat hij zijn zorgplicht heeft nageleefd. Dan dient hij aan te tonen dat hij (onder meer) ten volle heeft voldaan aan het Besluit Beeldschermwerk van 10 december 1992. De vrouw is eind 1994 uitgevallen en de rechter acht deze periode lang genoeg om, als het Besluit niet is nagekomen, de schade bij de vrouw te veroorzaken. Als de werkgever ook dit niet weet te bewijzen, mag hij proberen aan te tonen dat het oorzakelijke verband tussen de dan vaststaande tekortkoming en de schade van de werkneemster ontbreekt. De werkgever heeft subsidiair ook een beroep gedaan op de toepassing van proportionele causaliteit. Ook daarvoor mag hij de feiten en omstandigheden aantonen, voorzover deze te maken hebben met de aard van de arbeidsongeschiktheid.

Reageer op dit artikel