artikel

Leeftijdsontslag 55-jarige gerechtvaardigd

Veilig werken

In de ontslagvergunning is gewezen op een medische notitie waarin staat dat wegens de fysieke en psychische eisen die worden gesteld aan de functie van brandweerman, de functie niet geschikt is voor oudere werknemers. De werknemer komt in aanmerking voor een schadeloosstelling gebaseerd op aanvulling van zijn uitkering tot 87,5% tot aan de pensioengerechtigde leeftijd en voortzetting van de pensioenopbouw. De werknemer vindt dat hij nog wel degelijk aan de eisen voor zijn functie kan voldoen en wil herstel van het dienstverband. De kantonrechter wijst die vordering af en de brandweerman gaat in hoger beroep.

 

Het gerechtshof overweegt dat de werkzaamheden van de werknemer wat minder gevaarlijk en belastend zijn geworden doordat de primaire brandbestrijding thans door de gemeentelijke brandweer wordt verricht. Maar er kunnen in de functie van de werknemer nog steeds zeer gevaarlijke werksituaties voorkomen en dan kan de fysieke belasting hoog zijn. Het ontslag op 55 jarige leeftijd vormt op zich onderscheid naar leeftijd. Dit onderscheid wordt echter gerechtvaardigd door de redenen die de werkgever daarvoor heeft aangedragen.

 

In dit verband stelt het hof vast dat de bescherming van de werknemer zelf en van derden een legitiem doel vormt en dat, omdat veel werknemers vanaf de 55jarige leeftijd niet meer aan de te stellen eisen voor dat doel voldoen (gelet op de medische notitie en de richtlijnen van de overheid ter zake) functioneel leeftijdsontslag bij 55 jaar een passend en noodzakelijk middel is dat discussies over individuele geschiktheid kan voorkomen. Weliswaar dateert het onderzoek waarop de leeftijdsgrens berust uit de jaren ’60 en wordt er thans opnieuw onderzoek gedaan naar de rechtvaardiging van collectieve leeftijdsgrenzen, maar ook dat onderzoek gaat uit van het voortbestaan van vervroegd leeftijdsontslag.

 

Het hof is verder van oordeel dat de werkgever voldoende duidelijk heeft gemaakt dat hij geen andere functie kan aanbieden en dat het ontslag niet om andere redenen kennelijk onredelijk is. De vordering van de werknemer wordt afgewezen.

Reageer op dit artikel