artikel

Ondeugdelijke werkplek?

Veilig werken

Een vrouw werkt sinds september 1990 als grafisch vormgever bij een producent van marsepeindecoraties voor banketbakkerijen en cateringbedrijven. In maart 1997 blijft zij ziek thuis en een jaar later zit ze voor 80 tot 100 procent in de WAO. De arbeidsovereenkomst wordt in mei 1998 ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhoudingen. Zij krijgt daarbij een vergoeding van (omgerekend) ruim 18.000 euro.

 

Zij vordert nu schadevergoeding van de werkgever, omdat zij allerlei fysieke klachten heeft gekregen die het gevolg zijn van slechte werkomstandigheden. Zij werkte aan een ondeugdelijke montagetafel en had een slechte stoel. De werkgever heeft die klachten jarenlang genegeerd en daarmee zijn zorgplicht geschonden.

 

De kantonrechter benoemt vier deskundigen. Als uit hun rapportages blijkt dat het onvoldoende aannemelijk is dat de klachten het gevolg zijn van een ondeugdelijke werkplek, wijst hij de vordering af.

 

Het hof stelt voorop dat artikel 7:658 lid 2 BW in beginsel vereist dat de werknemer aannemelijk maakt dat de lichamelijke klachten het gevolg zijn van de werkomstandigheden. Uit de deskundigenrapporten blijkt dat de werkplek destijds niet voldeed aan de toen geldende (wettelijke minimum)eisen. Als gevolg daarvan verrichtte zij volgens de arbo-adviseur haar werk in een houding die, mede gezien de duurbelasting, kon leiden tot overbelasting van een gezonde rug. De arbodeskundigen hebben echter wel de werkplek, maar niet de vrouw onderzocht. Beiden hebben de vraag naar de causaliteit niet voldoende (kunnen) beantwoorden. Daarom zijn hun rapporten niet relevant.

 

Volgens de ingeschakelde medisch deskundigen is de arbeidsongeschiktheid met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet het rechtstreekse gevolg van de werkhouding en de inrichting van de werkplek. Er zijn lichamelijk geen structurele afwijkingen gevonden.

 

Gelet op deze gedetailleerde en voldoende onderbouwde rapporten is het hof van oordeel dat er vanuit juridische optiek geen verband bestaat tussen de lichamelijke klachten van vrouw en de (inrichting van) haar werkplek. Het hof verwerpt het hoger beroep.

Reageer op dit artikel