artikel

Rookvrij

Veilig werken

De werknemer vordert in kort geding veroordeling van de stichting om een rookvrije werkplek voor hem te creeren op straffe van een dwangsom. De kantonrechter stelt vast dat op grond van het artikel 1a van de Tabakswet die op 1 januari 2004 is ingegaan, werkgevers verplicht zijn zodanige maatregelen te treffen dat werknemers zonder overlast van roken door anderen kunnen werken.

 

Werkgevers in de opvangbranche van wie gedoogd wordt dat zij nog niet aan deze verplichting voldoen, staan vermeld op een uitstellijst van de Federatie Opvang. De stichting staat niet op deze lijst, maar heeft wel stappen ondernomen om daar op te komen. Het is echter aannemelijk dat de stichting niet de financiele middelen heeft, en ook niet op korte termijn zal kunnen krijgen, om een aparte rookruimte in het opvanghuis te creeren. Want als die er wel komt, is er ook meer toezicht nodig. Dan zouden er meer vrijwilligers ingezet moeten worden, en die zijn er niet. Een algeheel rookverbod is ook niet mogelijk, omdat dan veel dak- en thuislozen geen gebruik meer zullen maken van het opvanghuis.

 

Daarom verwacht de kantonrechter dat de werkgever voor de uitstellijst in aanmerking komt. De werknemer mag daarom niet van de stichting verwachten dat zij een aparte rookruimte creeert. Mocht het de stichting niet lukken om op de uitstellijst te komen, dan mag de werknemer dit wel eisen.

Reageer op dit artikel