artikel

Rookvrij overnachten onmogelijk?Rookvrij overnachten onmogelijk?

Veilig werken

De werknemer laat echter weten, niet aan het werk te gaan. Hij acht de arbeidsomstandigheden op het platform onaanvaardbaar, omdat er geen rookvrije ruimte is. Midden juli 2005 zegt hij zijn dienstverband per 1 september op. De werkgever beschouwt dit als werkweigering en betaalt hem geen loon meer. De werknemer vindt dat hij recht heeft op betaling tot 1 september. Volgens hem heeft hij geen werk geweigerd, maar had hij er last van dat in de verblijven op dat platform werd gerookt. Hij had gevraagd op een ander platform te mogen overnachten, maar dat werd niet toegestaan.

 

De kantonrechter overweegt dat een werkgever alleen het loon moet doorbetalen als de oorzaak van het niet-werken in redelijkheid niet voor rekening van de werknemer komt. Wat het roken betreft is in dit verband van belang dat deze werkgever is vrijgesteld van de plicht om de werknemer te vrijwaren van hinder of overlast van roken (art. 11a Tabakswet). In het Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek staat namelijk dat deze verplichting niet geldt in ruimtes waar werkgevers geen zeggenschap hebben over de gebruiksregels. Volgens de memorie van toelichting heeft de wetgever hierbij onder andere gedacht aan situaties waarin de formele werkgever niet dezelfde is als de feitelijke werkgever, zoals in de uitzend- of detacheringsbranche.

 

Van die situatie is in dit geval sprake, omdat de opdrachtgever c.q. de eigenaar van de platforms ook de inrichting en arbeidsvoorwaarden op die platforms bepaalt. Dan blijft de werkgever nog steeds gehouden te zorgen voor de gezondheid van zijn werknemers op grond van artikel 7:658 BW. Die zorgplicht houdt onder meer in dat de werkgever ervoor zorgt dat zijn opdrachtgever passende maatregelen neemt om te voorkomen dat zijn werknemer in de rook moet werken. Maar zulke inspanningen kosten wel enige tijd. De werknemer kon daarom niet verwachten dat zijn werkgever van de ene dag op de andere een ander rookbeleid of een ander overnachtingsbeleid voor hem had gerealiseerd, zeker als de werknemer zijn bezwaren tegen de rook niet eerder kenbaar heeft gemaakt. De loonvordering wordt daarom afgewezen.

Reageer op dit artikel