artikel

Voormalige werkgever aansprakelijk voor RSI

Veilig werken

In februari 1998 valt hij uit in verband met deze klachten. Hij hervat in oktober 1998 zijn werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis. Vanaf 1 april 1999 werkt hij bij een gemeente als accountmanager. Hij ontvangt enige tijd een aanvulling op zijn salaris als compensatie van het verschil in arbeidsvoorwaarden. De werknemer stelt dat hij lijdt aan de beroepsziekte RSI en dat de klachten zijn veroorzaakt door zijn werk voor het accountantskantoor. De vordering wordt toegewezen.

 

De werknemer deed bij het accountantskantoor veel beeldschermwerk onder slechte (ergonomische) omstandigheden. De (voormalige) werkgever heeft niet voldaan aan zijn zorgplicht en is daarom aansprakelijk voor de geleden schade. De rechtbank wijst de vordering op 19 december 2003 toe maar de werkgever gaat in beroep.

 

Het hof stelt vast dat er nog geen eenstemmigheid is over de oorzaak van RSI en de risicoverhogende factoren. Maar wel kan (onder meer) veelvuldig beeldschermwerk RSI-klachten veroorzaken. Slechte ergonomische omstandigheden en grote werkdruk zijn risicoverhogende factoren. De werknemer werkte veel bij klanten en daar was sprake van wisselende en vaak ergonomisch slechte werkplekken. Ook werd gewerkt met een laptop, waarvan intensief gebruik risico-verhogend is voor RSI. De werknemer bracht bijna de helft van zijn tijd door achter het beeldscherm. Het gemiddeld aantal uren bedroeg zo’n 50 a 60 uur per week.

 

Volgens het hof zijn dit factoren die het risico op RSI verhogen. Diverse revalidatieartsen spreken in hun rapporten over RSI of RSI-achtige beelden en in 2001 trekt een door beide partijen ingeschakelde arts de conclusie dat er sprake is van arbeidsgebonden RSI. Andere oorzaken voor de klachten van de werknemer dan zijn werk acht het hof niet aannemelijk geworden.

 

Het hof is van oordeel dat in 1986 nog niet veel aandacht was voor het probleem RSI. Maar die aandacht is daarna wel toegenomen en van een werkgever mag worden verwacht, dat zijn zorg voor het voorkomen van klachten daarmee in de pas loopt. Het Besluit beeldschermwerk dateert van december 1992. Daarom had de werkgever in elk geval vanaf die datum een zorgplicht ten aanzien van de inrichting van beeldschermwerkplekken.

 

Uit een onderzoek van de Arbo-dienst in 1998 blijkt dat de stoel van de werknemer niet voldeed aan NEN 1812. Ook werken met een laptop was niet in overeenstemming met het Besluit beeldschermwerk. De zorgplicht van de werkgever strekt zich ook uit tot de werkplekken bij de klanten, zeker nu die vaak slechter waren dan van het eigen personeel.

 

De werkgever heeft, met name in de jaren 1992 tot 1996, daarom niet voldaan aan zijn zorgplicht. Daarbij laat het hof in het midden of daar vanaf 1996 wel aan is voldaan. De klachten hebben zich immers voor 1996 ontwikkeld, zodat die periode relevant is. Ook is niet aannemelijk is geworden dat werknemer zonder zijn werk dezelfde klachten zou hebben gekregen. Het hoger beroep van de werkgever wordt afgewezen.

Reageer op dit artikel