artikel

Werkgever aansprakelijk voor rugletsel

Veilig werken

In januari 1999 stelt een neuroloog hernia vast. In januari 2007 wordt hij voor 80-100 procent arbeidsongeschikt verklaard. Volgens deskundigen kan het tillen van een zware last tot een hernia leiden. De werkgever ziet geen oorzakelijk verband tussen het tillen van de oven en de hernia. De werknemer had aanleg voor rugklachten.

 

De kantonrechter wijst een eis tot schadevergoeding toe, het hof wijst die af. De werknemer stapt naar de Hoge Raad. Die oordeelt dat ook volgens de in 1998 gangbare normen en inzichten de werkgever de verplichting had om ervoor te zorgen dat een werknemer die een zware last moet tillen, de beschikking krijgt over hulpmiddelen om rugletsel te voorkomen. Het is immers algemeen bekend dat het handmatig tillen van een last van circa 50 kilo door iemand voor wie dat niet gebruikelijk is, een serieus gevaar oplevert voor het ontstaan van rugletsel. Volgens art. 7:658 BW moet de werkgever die maatregelen nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. En art. 5.2 Arbobesluit stelt dat de werkgever het werk zo moet organiseren en zulke hulpmiddelen moet toepassen dat fysieke belasting van de werknemer geen gevaren meebrengt. Volgens de werknemer woog de oven meer dan de 200 kilo die de werkgever heeft opgegeven.

 

De Hoge Raad vindt dat niet de werknemer het juiste gewicht hoeft te bewijzen, maar de werkgever. Het met vier man gezamenlijk tillen zou inhouden dat ieder maximaal 50 kilo tilt. Maar volgens de Hoge Raad is het een algemene ervaringsregel dat als iets door meer personen wordt getild, het van veel omstandigheden afhangt welk gewicht ieder afzonderlijk draagt. Niet alleen kan het zwaartepunt van de oven zich op verschillende afstand van de dragers hebben bevonden, zij kunnen ook afwisselend met verschillende kracht hebben getild. Het arrest van het hof wordt vernietigd en terugverwezen voor nieuwe behandeling.

Reageer op dit artikel