artikel

Werkgever te laat met beleid

Veilig werken

De arbeidsovereenkomst wordt met ingang van 1 september 2000 ontbonden, waarbij haar een ontslagvergoeding wordt toegekend van ruim 18.000 gulden (thans ca. 8000 euro). De vrouw stelt haar werkgever aansprakelijk voor de schade als gevolg van de rsi.

 

De kantonrechter acht in februari 2003 de werkgever aansprakelijk en wijst een voorschot op de schadevergoeding toe van ruim 22.500 euro. De kantonrechter baseert zich daarbij onder andere op een deskundigenrapport waarin wordt geconcludeerd dat het ging om rsi-syndroom fase III. Er waren ook geen andere factoren dan het werk die de klachten konden verklaren. De werkgever gaat in hoger beroep.

 

Volgens het hof toont het deskundigenrapport voldoende aan dat er sprake is van rsi. Uit het rapport en de brief van de fysiotherapeut blijkt ook dat de klachten zijn ontstaan in de periode waarin de vrouw bij de werkgever werkte. Haar werk bestond voor het overgrote deel uit beeldschermwerk, werk dat in verband wordt gebracht met een verhoogde kans op rsi.

Verder waren er verschillende andere risicofactoren. Zo was de werkplek niet ergonomisch aan de individuele kenmerken van de vrouw aangepast en was er regelmatig sprake van een aanzienlijke werkdruk.

 

Het hof acht het oorzakelijke verband met het werk daarom bewezen. De werkgever krijgt de gelegenheid een tegenbewijs te leveren. Als hij daar niet in slaagt, komt aan de orde of hij zijn zorgplicht heeft nageleefd. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat dit niet het geval is, omdat niet tijdig een RIE is opgesteld, de werkplek niet (tijdig) ergonomisch is aangepast en er niet (tijdig) voorlichting en onderricht is gegeven. Pas in 1995/1996 werd er bij de arbodienst advies ingewonnen.

 

Het hof doet nog geen uitspraak, maar gelast een comparitie om te bespreken of en zo ja, hoe de werkgever nog een tegenbewijs wil leveren. Ook kan er dan worden gekeken of er een regeling mogelijk is

 

Noot: Bij een comparitie krijgen partijen de opdracht voor een rechter te verschijnen. Ze moeten daarbij worden vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is een regeling aan te gaan. Kortom: er kunnen dan onder het toeziende oog van de rechter zaken worden gedaan.

Reageer op dit artikel