artikel

Werkgever waarschuwt niet voor gladde trap

Veilig werken

In december 2001 ontslaat het bedrijf hem op staande voet, omdat hij weigert aangepast werk te doen op een laadkraan. De arbeidsovereenkomst wordt uiteindelijk in april 2002 ontbonden, waarbij de werknemer een kleine vergoeding krijgt. De werknemer acht het ontslag op staande voet nietig en vordert uitbetaling van al het achterstallige loon. De kantonrechter wijst de vordering af en de werknemer gaat in beroep.

 

Het hof overweegt dat de werkgever heeft aangevoerd dat de werknemer zich bewust roekeloos heeft gedragen, omdat hij van de trapleuning is afgegleden en daardoor is gevallen. Dat heeft de werkgever echter niet hard kunnen maken.

 

Dan komt vervolgens de vraag aan de orde of de trap bij normaal gebruik veilig was en of de werkgever heeft voldaan aan zijn zorgplicht van 7:658 BW. Het gaat om een vrij steile trap met treden van geprofileerd metaal, zogeheten tranenplaat. Volgens de bedrijfsleider wordt de trap druk belopen, ook met nat schoeisel. Omdat de installatie geregeld wordt schoongespoten, is de trap zelf ook vaak nat. Verder voldeed de trap aan de voorschriften en waren de treden tijdens het ongeval nog voldoende geprofileerd. Ook in de wekelijkse toolboxmeeting waarin ook veiligheid aan de orde komt, is er nooit over de trap geklaagd. Bovendien, zo stelt de werkgever, is er de laatste twintig jaar nooit iemand van de trap gevallen. Een getuige geeft echter aan dat het profiel wel behoorlijk versleten was en dat hij diverse malen is uitgegleden. Maar hij heeft daar geen letsel aan overgehouden. Hij kon zich niet herinneren dat andere medewerkers van de trap zijn gevallen. Het hof stelt vast dat ook uit de vijfjaarlijkse risicoanalyse niet blijkt dat de trap onveilig is.

 

Op grond van dit alles oordeelt het hof dat de werkgever erin is geslaagd te bewijzen dat de trap, hoewel steil, toch veilig was. Het veelvuldig schoonmaken is gezien de aard van het productieproces noodzakelijk. Daarbij is het niet te voorkomen dat de trap behalve nat, ook glad wordt. Omdat dit vrijwel altijd het geval is, moeten werknemers daarop bedacht zijn en hoeven zij daar niet expliciet voor te worden gewaarschuwd. De werkgever heeft ook goed geprofileerd schoeisel ter beschikking gesteld, waarmee het risico voor uitglijden wordt beperkt. Daarom heeft de werkgever zijn zorgverplichtingen niet geschonden. Ten slotte is het hof van oordeel dat de werknemer onvoldoende heeft aangetoond dat het werk op de laadkraan geen passende arbeid was. Het beroep van de werknemer wordt verworpen.

Reageer op dit artikel