artikel

Zorgplicht werkgever, ook als werknemer niet klaagt

Veilig werken

De bedrijfsarts constateert verschijnselen die duiden op Repetitive Strain Injury (RSI). De werkneemster heeft haar werkzaamheden niet meer hervat en de arbeidsovereenkomst is eind december 1999 van rechtswege geeindigd. Zij ontvangt inmiddels een uitkering gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Zij wijt dit aan het werk bij PGCM en stelt het pensioenfonds aansprakelijk voor de schade. PGGM betwist de aansprakelijkheid.

 

De kantonrechter heeft de vordering tot een voorschot van 45.000 Euro toegewezen tot 5000 Euro. Het pensioenfonds heeft hoger beroep aangetekend. Zij vindt dat zij niet aansprakelijk is op grond van art. 7:658 BW inzake de schending van de zorgplicht voor de periode dat de werkneemster als stagiaire werkzaam was.

 

Het hof is echter van oordeel dat een werkgever ook verantwoordelijk is voor werkplekken bij detachering of thuiswerken. De werkgever heeft aangevoerd dat er nauwelijks deadlines werden opgelegd zodat van werkdruk geen sprake was. Of dat nu wel of niet zo was, uit de verklaring van de deskundig blijkt dat werkdruk subjectief wordt ervaren. De werkneemster ervoer deze werkdruk als hoog, mede doordat veel van haar werk door een computercrash moest worden overgedaan.

 

De werkgever vindt het verder uiterst onwaarschijnlijk dat de klachten veroorzaakt zijn door de werkzaamheden, omdat deze klachten thans – acht jaar na die werkzaamheden – nog steeds aanwezig zijn. Dit zou niet te rijmen zijn met het principe dat de klachten minder zouden moeten worden na een verandering van activiteiten, of het stopzetten daarvan. Uit de verklaring van een deskundige blijkt echter dat het mogelijk is om RSI-klachten te ontwikkelen binnen een tijdsbestek van enkele maanden. Dat acht het hof van groot belang omdat de werkneemster in totaal iets minder dan negen maanden feitelijk bij de werkgever heeft gewerkt – eerst als stagiaire, later als werknemer.

 

De werkgever heeft ook gesteld dat de werkneemster gelet op haar leeftijd en opleidingsniveau zelf had kunnen wijzen op gebrekkige zaken. Het hof stelt dat de zorgplicht van de werkgever voorop staat. De werkgever heeft zich niet gehouden aan de normen die golden op het gebied van arbeidsomstandigheden doordat de werkplek niet was aangepast, er geen voorlichting was gegeven over ergonomisch werken en beeldschermwerk en er ook niet gezorgd is voor de juiste arbeidsomstandigheden op de thuiswerkplek. Het eventueel nalaten van de werkneemster om de werkgever op een en ander te wijzen is in verhouding tot de schending van diens zorgplicht van zo’n gering gewicht dat dit geen verandering brengt in de aansprakelijkheid van de werkgever. Het hoger beroep wordt afgewezen.

Reageer op dit artikel