artikel

In billen knijpen is nog geen seksuele intimidatie

Veilig werken

Door de omstanders wordt wat gelachen. De werknemer voelt zich beledigd en probeert het uit te praten. Dat mislukt, ondanks de excuses van de directeur. Een klacht bij het bestuur resulteert in een berisping voor de directeur. Hij moet de verstoorde arbeidsverhouding weer rechtbreien en krijgt te horen dat zijn positie ‘onhoudbaar’ is als het nog eens gebeurt.

 

Een maand later meldt de werknemer zich ziek en weer een half jaar later volgt ontslag, met een ontbindingsvergoeding van 68.500 euro. De werknemer was ongeveer dertig jaar in dienst. Hij eist vervolgens een schadevergoeding van bijna 270.000 euro wegens onrechtmatig ontslag. Zowel de kantonrechter als het hof wijzen dat af, hoewel het hof de werknemer nog wel een immateriele schadevergoeding toekent van 500 euro. De werknemer gaat in cassatie.

 

De Hoge Raad overweegt als volgt. De klacht is kennelijk gebaseerd op de opvatting dat een gedraging zonder meer als seksuele intimidatie moet worden aangemerkt als degene tot wie die gedra­ging is gericht zich seksueel geintimideerd voelt. Maar die lezing acht de raad niet juist. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de feiten en omstandigheden niet tot de conclusie kunnen leiden dat de directeur zich aan seksuele intimidatie heeft schuldig gemaakt.

 

Het hof heeft, voor de inhoud van het begrip ‘seksuele intimidatie’, terecht aansluiting gezocht bij de omschrijving van art. 7:646 lid 8 Burgerlijk Wetboek. Volgens dat artikel wordt onder seksuele intimidatie verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder als er een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreeerd.

 

Het hof heeft terecht uitgesproken dat de werknemer onvoldoende heeft aangetoond dat het gedrag van de directeur tot gevolg had dat hij in zijn waarde is aangetast. Daarbij is ook terecht geoordeeld dat er geen bedreigende, ver­nederende of kwetsende situatie werd gecreeerd. De eis van de werknemer wordt verworpen.

 

Reageer op dit artikel