artikel

Stank duldt geen uitstel

Veilig werken

De werkgever gaat in beroep bij de rechtbank. Kort daarop verzoekt de werkgever de rechtbank om een jaar uitstel, omdat de hal inmiddels is afgebrand. Maar de rechtbank gaat daar niet op in, omdat na de herbouw de onderneming wordt voortgezet: dan kunnen dezelfde feiten weer een rol spelen.

 

De werknemers werden in de sorteerhal blootgesteld aan dieselmotorenemissie (DME) afkomstig van shovels, een kraan en vrachtwagens. Op grond van art. 4.3a Arbobesluit is geeist om de blootstelling met 70 procent te verminderen. Meting van de DME-uitstoot door de inspecteur acht de rechtbank niet nodig: het is immers de wettelijke plicht van de werkgever om zelf onderzoek naar de blootstelling van gevaarlijke stoffen te doen. DME is kankerverwekkend en elke blootstelling is gevaarlijk voor de gezondheid. En er is niet aannemelijk gemaakt dat roetfilters niet zouden helpen. Dat in Europees verband deze filters pas in 2009 verplicht worden, is op grond van de milieubescherming. Het gaat hier echter om bescherming van de gezondheid van werknemers.

 

Op grond van art. 6.2 Arbobesluit is ook de eis gesteld dat het sorteren moet plaatsvinden in een compartiment dat is afgescheiden van de sorteerhal. In die sorteercabine moet de luchtverversing minimaal 25 m3 per uur per persoon bedragen. De toevoerlucht moet zonodig worden gefilterd om verontreiniging van de lucht in de cabine te voorkomen. Verder dient er een temperatuurregeling aanwezig te zijn. Ook deze eis acht de rechtbank terecht, ondanks het verweer van de werkgever dat de cabine moet worden beschouwd als een gebouw in de zin van artikel 1 Woningwet.

 

De eis om bij de storttrechters het geluidsniveau van meer dan 85 dB(A) terug te brengen door het aanbrengen van dempend materiaal is, ook zonder nadere geluidsmeting, volgens de rechtbank eveneens terecht gesteld. De inspectie heeft immers in 1998 een meting gedaan waarbij overschrijding van het geluidsniveau werd geconstateerd. Uit niets blijkt dat er sinds die tijd verbeteringen zijn aangebracht, zodat de inspectie er terecht van mocht uitgaan dat het lawaai bij de storttrechters nog steeds te hoog was en in strijd met artikel 6.8, eerste en derde lid Arbobesluit.

 

Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Reageer op dit artikel