artikel

Niet bewezen seksuele intimidatie kost toch 40 mille

Veilig werken

Ze krijgt 41.000 euro. Van 1998 tot 2006 werkte de betreffende werkneemster bij een groothandel. Per 1 juli 2006 neemt zij ontslag, maar op verzoek van haar oude werkgever wordt zij twee maanden later opnieuw aangenomen, in de functie van Sales en Marketing Manager Benelux. De werkgever hanteert een Gedragscode. Vanaf april 2007 krijgt zij te maken met een nieuwe Managing Director. Deze spreekt haar al spoedig aan op het niet goed functioneren van de onder haar vallende afdeling. In juni 2007 beklaagt zij zich over de wijze van leidinggeven van haar Managing Director bij de vice-president Marketing. Die besluit de ontwikkelingen af te wachten.

Zij wendt zich vervolgens tot de vertrouwenspersoon. Deze noteert haar klachten maar komt verder niet tot werkbare ideeen. In november 2007 meldt de werkneemster zich ziek. In december stuurt ze een brief aan de hoogste baas, de CEO. Die formeert een klachtencommissie, die de klachten ongegrond verklaart. De commissie doet wel een aantal aanbevelingen over de positie, de taakomschrijving en de bevoegdheden van de vertrouwenspersoon en de bedrijfsarts. De situatie wordt voor de werkneemster onwerkbaar en zij verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van ruim 200.000 euro. Tegengestelde verklaringen
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst wegens verandering van omstandigheden. Dan komt de vraag aan de orde of een vergoeding op zijn plaats is. De kantonrechter besluit allereerst dat de dienstjaren van het eerste dienstverband sowieso niet worden meegeteld. De werkneemster had destijds uit onvrede immers zelf de arbeidsovereenkomst opgezegd. Daarmee liet zij eventuele aanspraken op een billijke vergoeding over die periode varen. Het grootste verwijt van de werkneemster is dat haar leidinggevende tegenover haar en haar collega’s seksueel intimiderende uitlatingen heeft gemaakt. De kantonrechter stelt vast dat uit verklaringen van collega’s blijkt dat de Managing Director zich meerdere malen ongepast seksueel heeft uitgelaten en een negatieve stijl van leiding geven had. Maar dat wordt weersproken door de werkgever en ook met de nodige verklaringen ondersteund. Verdere bewijslevering is in de ontbindingsprocedure niet mogelijk.

Ondanks de tegengestelde verklaringen meent de kantonrechter dat de werkgever is tekortgeschoten en dat daarom een vergoeding op zijn plaats is. Want de werkneemster heeft zowel bij de vertrouwenspersoon als bij de bedrijfsarts geklaagd, maar beiden hebben geen adequate actie ondernomen.

Bij de berekening van de ontbindingsvergoeding moet echter in de C factor worden verdisconteerd dat de rol van de werkneemster ook ter discussie staat. Gezien haar positie mocht van haar worden verwacht dat zij opkwam tegen de heersende cultuur. Zij heeft haar leidinggevende echter nooit direct op zijn gedrag aangesproken. Gelet op alle omstandigheden acht de kantonrechter een vergoeding op basis van C = 2,5 en een dienstverband van drie gewogen jaren billijk, wat neerkomt op ruim 41.000 euro.

Alleen het opstellen van gedragscodes om (bijvoorbeeld) seksuele intimidatie en andere ongewenste omgangsvormen te voorkomen, is volstrekt onvoldoende. De werkgever moet een omgeving creeren waarin het effectief mogelijk is klachten te uiten, moet ervoor zorgen dat duidelijk is wie aanspreekbaar en verantwoordelijk is voor de afhandeling van klachten en waarborgen dat zorgvuldig met klachten wordt omgesprongen.

Reageer op dit artikel