artikel

Kruis liever niet zichtbaar

Veilig werken

Het kruisje is naar schatting vijf centimeter lang. Bij het GVB wordt er bedrijfskleding gedragen. De kledingvoorschriften geven aan dat sieraden niet zichtbaar over de bedrijfskleding mogen worden gedragen. Het bedrijf verzoekt daarom de werknemer zijn ketting met kruis onder zijn kleding te dragen, maar de werknemer weigert dit.

 

In het kort geding vordert hij nu dat het hem wordt toegestaan zijn ketting met kruis over zijn bedrijfskleding te dragen, omdat dit – zo stelt hij – voor zijn geloof uiterst belangrijk is. Daarbij beroept hij zich op de Grondwet en de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Volgens de kantonrechter gaat het er niet om of de werknemer vanwege zijn geloofsovertuiging een ketting met kruis mag dragen. Dat is zijn goed recht en dat wordt door de werkgever ook niet verboden. Waar het om gaat is of de instructie om de ketting met kruis in diensttijd onder in plaats van boven de bedrijfskleding te dragen, onredelijk is.

 

De rechter is van oordeel dat dit niet het geval is. De werknemer heeft een publieke functie en moet in die hoedanigheid onder diensttijd een uniform dragen voorzien van het GVB-logo. Om een professionele uitstraling en de veiligheid te bevorderen, is het vervoersbedrijf als werkgever bevoegd om het zichtbaar boven de kleding dragen van kettingen, al dan niet met kruis of ander (religieus) symbool, te verbieden.

 

Terecht maakt het GVB daarbij geen onderscheid tussen kettingen waaraan wel en kettingen waaraan geen religieuze betekenis is verbonden voor de drager. Van direct of indirect onderscheid is geen sprake, omdat andere vormen van geloofsuiting, zoals een ring of armband met kruisje, wel zijn toegestaan. Het feit dat het dragen van een hoofddoek wel is toegestaan, betekent nog niet dat de werknemer ongelijk wordt behandeld. Een hoofddoek met GBV-logo behoort tot de bedrijfskleding. De vordering van de werknemer wordt daarom afgewezen.

Reageer op dit artikel