artikel

Voldoende gewaarschuwd?

Veilig werken

Hij slijpt een aantal ijzeren trekstaven door om de houten vliering te verwijderen die onder de trekstangen zit. Daardoor stort het betonnen dak in en de man raakt ernstig gewond.

Hij vordert schadevergoeding van zijn werkgever, omdat die onvoldoende heeft gewaarschuwd voor het risico van het doorslijpen van de trekstangen. De werkgever beweert dat hij de dag voor het ongeval heeft gezegd dat de ijzeren stangen niet mochten worden doorgezaagd. Dat mocht pas gebeuren nadat de betonnen dakkoepel was verwijderd.

 

Kantonrechter en hof zijn van oordeel dat de werkgever aansprakelijk is voor het ongeval. Deze stapt naar de Hoge Raad. Volgens de werkgever was de man er zo op gebrand de houten vloerplanken van de vliering onbeschadigd uit het te slopen pand te halen en mee naar huis te nemen, dat hij de instructies van de werkgever en een collega in de wind heeft geslagen.

 

Volgens de raad is het verweer van de werkgever alleen steekhoudend als de werknemer duidelijk te horen heeft gekregen dat bij het doorslijpen van de trekstangen het dak zou kunnen instorten, en de man daar toch mee door was gegaan. Of dat het doorslijpen daadwerkelijk was verboden. Zijn collega heeft gezegd dat de trekstangen dienden als verankering van de dakgoten, maar hij zei niet dat het dak kon instorten. De werknemer zou zonder problemen drie, vier of vijf trekstangen kunnen doorslijpen. Op grond van die mededelingen was de man zich dan ook niet van het gevaar bewust.

 

De raad komt tot het oordeel dat alleen het feit dat de werknemer de houten planken van de vlieringvloer graag onbeschadigd in handen wilde krijgen, niet genoeg is om aan te nemen dat er sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid. Het is immers (naar algemene ervaringsregels) niet aannemelijk dat de werknemer bewust zoveel risico zou nemen. Ook het hoger beroep wordt verworpen.

 

Reageer op dit artikel