artikel

Rookverbod vergt cultuuromslag

Veilig werken

Er wordt gewerkt in ploegendiensten, vijf ploegen van elk drie werknemers. In de fabriek geldt, net als op de andere bedrijfslocaties, een rookverbod. In december 2010 laten twee leidinggevenden in een e-mail aan alle werknemers weten dat het verboden is om te roken en dat overtreding leidt tot ‘gepaste maatregelen’ en dat ‘de consequenties ernaar zullen zijn’. Ook tijdens ochtendbesprekingen wordt, volgens de notulen, gewezen op het rookverbod.

 

Als men erachter komt dat in de controlekamer tijdens nachtdiensten wordt gerookt, wordt er een recherchebureau ingeschakeld om te achterhalen wie dat zijn geweest. Met behulp van een verborgen camera wordt vastgesteld dat het de bovenvermelde vier werknemers zijn. Zij geven toe dat zij gerookt hebben en ook dat zij wisten dat dit niet was toegestaan. De mannen worden in juli 2011 op staande voet ontslagen.

 

De vier werknemers vorderen in een kort geding dat dit ontslag ongedaan wordt gemaakt.

De kantonrechter stelt vast dat het roken in strijd was met het geldende rookbeleid. Het is dan niet aan de werknemer om te beoordelen of ergens wel of niet mag worden gerookt. Zeker nu zij diverse malen op dit rookverbod zijn gewezen.

 

Vorig jaar was er nog een explosie in de fabriek. Die was niet het gevolg van roken, maar daaruit blijkt dat er wel degelijk sprake is van explosiegevaar. Desondanks zijn de werknemers doelbewust doorgegaan met roken in de controlekamer. Daarmee hebben zij zich niet gedragen als een goed werknemer en dat kan onder omstandigheden een dringende reden zijn voor ontslag op staande voet.

 

Maar die omstandigheden doen zich hier vooralsnog niet voor. Het bedrijf heeft volgens de kantonrechter namelijk de indruk gewekt dat het zo’n vaart niet zou lopen. Er is door de leidinggevenden meerdere malen gewezen op het rookverbod. Maar daarbij is nooit de sanctie ontslag op staande voet genoemd. Daar komt bij dat het bedrijf de werknemers van deze fabriek al geruime tijd op de korrel had. De eerste schriftelijke waarschuwingen dateren al van juli 2010. En al die tijd is niet expliciet gedreigd met ontslag.

 

Het bedrijf heeft geconstateerd dat in de fabriek een cultuur heerste waarin roken op (delen van) de werkvloer normaal werd gevonden en heeft die cultuur willen doorbreken. Dat is het goed recht van de werkgever. Maar de kantonrechter acht het ontslag op staande voet vooralsnog een brug te ver. De zo gewenste cultuuromslag had wellicht ook kunnen worden bereikt met een minder zwaar middel, bijvoorbeeld schorsing en inhouding van loon. De vordering tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon wordt toegewezen.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel