artikel

Broek of rok? Instructierecht werkgever

Veilig werken

Een werkgever mag instructies geven over de kleding die het personeel onder werktijd draagt. Maar wel binnen de grenzen van het redelijke.

Een werkneemster werkt als schoonmaakster bij de BIGA Groep. Deze organisatie begeleidt medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt naar passend werk. Naast medewerkers met een zogenaamde SW-indicatie zijn ook reguliere arbeidskrachten in dienst, zoals de schoonmaakster. Volgens de gedragscode moet zij bij haar werk de verstrekte, gepaste werkkleding dragen. Zij heeft enkele polo’s en twee broeken gekregen. Een van deze broeken heeft zij kort daarop vermaakt tot rok.

 

In oktober 2012 wordt in een functioneringsgesprek niets over het dragen van de rok gezegd. In april 2013 krijgt zij nogmaals twee broeken uitgereikt en wordt kort daarop door haar teamleider aangesproken op het dragen van de rok. Later wordt schriftelijk bevestigd, dat zij zich moet houden aan de kledingvoorschriften en dat in het pakket geen rok zit. Omdat zij nog steeds de rok blijft dragen volgt na nog enkele gesprekken een schorsing en een loonstop. De werkneemster vordert in kortgeding loondoorbetaling en wedertewerkstelling in de rok.

 

De kantonrechter stelt vast, dat de werkneemster bereid is te werken en dat dit door haar schorsing wordt belemmerd. De schorsing komt voor rekening van de werkgever (zie HR 21 maart 2003, LJN AF0175) en daarmee is de vordering tot doorbetaling van het loon toewijsbaar, inclusief betaling van de rente. Daarnaast wordt de vordering tot wedertewerkstelling in de door werkneemster tot rok vermaakte broek toegewezen.

 

Op grond van het instructierecht (art 7:660 BW) is de werkgever in beginsel gerechtigd voorschriften te geven met betrekking tot onder andere de door het personeel tijdens het werk te dragen kleding. Maar die bevoegdheid wordt begrensd door de eisen van redelijkheid. De werkneemster kwam vanaf de nazomer 2012 in een rok op het werk en werd daar pas medio april 2013 over aangesproken. De rok werd in eerste instantie kennelijk gedoogd.

Verder geeft de rok geen reden om aan te nemen dat de door de werkgever nagestreefde zakelijke, uniforme en professionele uitstraling van de bedrijfskleding wordt verstoord. De rok is van dezelfde stof en daarmee in dezelfde kleuren van de bedrijfskleding en voorzien van het bedrijfslogo van werkgever, dat op dezelfde plaats zit als dat in de broek.

De vorderingen worden toegewezen, met een dwangsom voor elke dag die de werkgever in gebreke blijft.

 

Auteur: Rob Poort | bureaupoort.nl
Bron: Kantonrechter Utrecht. 10 juli 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:3559

Reageer op dit artikel