artikel

Dág werk door drugsbezit

Veilig werken

Is het bezit van een geringe hoeveelheid softdrugs grond voor een rechtsgeldig ontslag? De werknemer vindt het ontslag zwaar overdreven, de werkgever niet. Hoe luidt het oordeel van het hof in hoger beroep?

Dág werk door drugsbezit

Een 22-jarige werknemer werkt als cateringmedewerker bij een speelautomatenhal. In het bedrijfsreglement en in de Gedragscode Amusementscenters staat dat het de werknemers uitdrukkelijk is verboden om verdovende middelen voorhanden te hebben, te bewaren of aanwezig te hebben in het amusementscenter en de kleedkamer.

Vermoeden

Wegens het vermoeden van drugsbezit vraagt de werkgever aan de werknemer om zijn tas te openen. Die verklaart dan dat zijn tas hasj bevat, bestemd voor eigen gebruik. Hij kon die niet thuis bewaren omdat zijn ouders het dan misschien zouden vinden. De werknemer krijgt ontslag op staande voet. Hij wil vernietiging van het ontslag en vordert loonbetaling, omdat hij het drugsbezit – een geringe hoeveelheid softdrugs – onvoldoende vindt voor een rechtsgeldig ontslag. Ook ontkent de werknemer dat hij het bezit heeft toegegeven. De kantonrechter wijst de vordering af en de werknemer gaat in beroep.

Drugsbezit toegegeven

Volgens het hof hebben diverse getuigen verklaard dat de werknemer bij de controle in de kleedkamer zijn drugsbezit heeft toegegeven. Het is niet vast komen staan dat de werknemer daadwerkelijk drugs bij zich had. Dat is volgens het hof ook niet nodig omdat de werkgever, gezien het antwoord van de werknemer op de vraag om zijn tas open te maken, redelijkerwijs van drugsbezit mocht uitgaan.

Bedrijfsreglement

Uit de arbeidsovereenkomst en het bedrijfsreglement blijkt dat het niet is toegestaan om tijdens het werk verdovende middelen voorhanden te hebben. En dat handelen in strijd met deze bepaling te beschouwen is als een dringende reden voor ontslag. Daarom moet het de werknemer duidelijk zijn geweest dat de werkgever zwaar zou tillen aan drugsbezit in het amusementscentrum. Bovendien heeft een werkgever in deze branche er een bijzonder belang bij dat dit soort activiteiten in zijn bedrijf niet plaatsvindt. Het hof verwerpt het beroep.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 21 april 2015, Prg. 2015, 147; ECLI:NL:GHSHE:2015:1480
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> Up-to-date blijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo Wetgeving & Actualiteitendag op 12 november.

Reageer op dit artikel