artikel

90.000 euro boete, is dat niet wat veel?

Veilig werken

Een werkgever legt zich niet neer bij de extreme verhoging van boetes voor asbestovertredingen. Ook heeft ‘naming and shaming’ hem extra schade bezorgd.

90.000 euro boete, is dat niet wat veel?

In juni 2013 voeren SZW-inspecteurs een controle uit op de bouwlocatie in Rotterdam. Werknemers zijn bezig met het aanbrengen van een brandwerende coating in een technische schacht en boven een verlaagd plafond. Rondom de doorvoeringen is koord aangebracht.

Chrysotiel

Na analyse blijkt dat het koord meer dan 60 procent chrysotiel bevat. Dat is asbest zoals bedoeld in art. 4.37 Arbobesluit. De minister van SZW gaat ervan uit dat de grenswaarde van één vezel per m3 is overschreden en dat de werkzaamheden vallen in risicoklasse 3 (art. 4.53a Arbobesluit). Schriftelijke melding vooraf was niet gedaan en een werkplan ontbrak. Restanten asbesthoudende koord werden bij elkaar geveegd en samen met ander afval in vuilniszakken afgevoerd. Er werd geen adembescherming gebruikt en verspreiding van stof naar buiten de ruimte was niet voorkomen.

Werkwijze aangepast

Nadat bekend werd dat het koord asbesthoudend was, is de werkwijze aangepast. Er is instructie gegeven en het koord is verwijderd. Maar voordat de brandwerende coating werd aangebracht is geen eindbeoordeling uitgevoerd. Niet alle asbest werd verwijderd en er was geen deskundig asbestverwijderaar ingeschakeld. In februari 2014 krijgt de werkgever wegens vele asbestgerelateerde overtredingen een boete van alles bij elkaar 90.000 euro. Bezwaar en beroep worden ongegrond verklaard.

In hoogste instantie oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de boetebedragen van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving voor de verschillende overtredingen evenredig zijn. De werkgever vindt de boete onredelijk hoog en de verhogingen van de laatste jaren extreem. Zo was voor overtreding van art. 4.45 d het normbedrag in 2006 per overtreding 900 euro, maar staat inmiddels als ernstige overtreding te boek met een bedrag van 27.000 euro. Volgens de Afdeling gaat het om verschillende overtredingen en is geen sprake van soortgelijke overtredingen. Daarom is cumulatie van de boetes niet onevenredig. Gezien de feiten en omstandigheden was die boete passend en geboden.

Naming and shaming

De werkgever heeft niet bestreden, dat hij de geconstateerde overtredingen heeft begaan. Daarmee staan die in rechte vast. De werkgever vindt dat de hoogte van de boete niet past bij een eerste overtreding en voelt zich behandeld als een recidivist. Maar volgens de Afdeling zou bij recidive de boete veel hoger zijn uitgepakt. De werkgever maakt verder bezwaar tegen een persbericht van het ministerie. Daarin werd de naam van het bedrijf niet genoemd, maar het bericht was wel tot het bedrijf te herleiden. Door deze ‘naming and shaming‘ is een extra sanctie opgelegd. Maar volgens de Afdeling heeft de werkgever niet aannemelijk gemaakt dat hij hierdoor schade heeft geleden. Het beroep is ongegrond.

Noot: Bij de uitspraak is een bijlage gevoegd waarin uitvoerig de wettelijke aspecten van deze zaak aan de orde komen. U vindt de uitspraak HIER

 

Bron: Raad van State, afd. Bestuursrechtspraak, 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:967
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo wetgeving & Actualiteitendag op 17 november 2016.

Reageer op dit artikel