artikel

Dienstkledingbeleid of discriminatie?

Veilig werken

Een moslima stuit bij haar werk in een ziekenhuis op het dienstkledingbeleid. Zij wil haar onderarmen uit geloofsovertuiging kunnen bedekken, de dienstkleding heeft korte mouwen met het oog op de handhygiëne. Is er sprake van discriminatie?

Dienstkledingbeleid of discriminatie?

Een vrouw werkt al ruim dertig jaar bij een ziekenhuis in Amsterdam. Zij is inmiddels coördinerend medewerker op de afdeling bloedafname. Als moslima bedekt zij haar armen in verband met haar geloofsopvatting. Maar het ziekenhuis hanteert een dienstkledingbeleid, gebaseerd op de richtlijn van de Werkgroep Infectie Preventie.

Patiëntgebonden werkzaamheden? Dienstkleding!

In het dienstkledingbeleid staat dat iedere medewerker die patiëntgebonden werkzaamheden verricht, dienstkleding moet dragen. Deze dienstkleding heeft korte mouwen en moet de onderarmen onbedekt laten, zodat een goede handhygiëne mogelijk is. Omdat de vrouw voornamelijk patiëntgebonden werkzaamheden uitvoert, staat het ziekenhuis niet toe dat zij haar onderarmen tijdens het werk bedekt.

> LEES OOK: Broek of rok? Instructierecht werkgever

Blote armen? Discriminatie op godsdienst

Volgens de vrouw discrimineert het ziekenhuis haar hiermee vanwege haar godsdienst. Zowel de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) als het RIVM hebben aangegeven dat een uitzondering op het dienstkledingbeleid mogelijk is. Partijen kunnen daar bijvoorbeeld maatwerkafspraken over maken. Maar het ziekenhuis zou weigeren daaraan mee te werken.

Discriminatie, maar met objectieve rechtvaardiging

Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt als volgt. De verplichting om de onderarmen onbedekt te laten, treft in het bijzonder personen die vanwege hun geloof hun onderarmen willen bedekken. Daarom is sprake van indirecte discriminatie op grond van godsdienst. Dat is niet verboden als daar een goede reden voor is, de zogenoemde objectieve rechtvaardiging. De verplichting om de onderarmen te bedekken dient om infecties zo goed mogelijk te voorkomen. Het ziekenhuis heeft daar belang bij.

> LEES OOK: Is de RI&E basis voor anti-discriminatiebeleid?

Voorgestelde alternatieven vindt ziekenhuis niet werkbaar

De vrouw heeft alternatieven aangedragen voor het onbedekt laten van haar armen bij contacten met patiënten, waaronder losse wegwerp-/afritsmouwen en oprolbare driekwart mouwen. Volgens het ziekenhuis zijn deze alternatieven niet werkbaar. Het College gaat hierin mee. Ook is het College ervan overtuigd dat het dragen van korte mouwen bijdraagt aan een goede handhygiëne. En dat dit noodzakelijk is voor het voorkomen van infecties bij het uitvoeren van patiëntgebonden werkzaamheden.

> LEES OOK: Infectiepreventie, welke maatregelen moeten?

Het belang van het ziekenhuis weegt daarom zwaarder dan het belang van de vrouw. Het College oordeelt dat geen sprake is van discriminatie op grond van godsdienst.

 

Bron: College voor de Rechten van de Mens, 26 april 2018, Oordeel 2018-40

Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

Reageer op dit artikel