artikel

Eigen schuld werknemer bij val van steiger?

Veilig werken

Een werknemer tuimelt van een steiger terwijl hij werk verricht aan een buitenmuur van een woon- en zorgcomplex. De werkgever betoogt dat de ingeleende werknemer eigen schuld had aan zijn val. Wat zegt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State daarover?

Eigen schuld werknemer bij val van steiger?

Een werknemer verricht werkzaamheden aan de buitenkant van een muur. Hij valt daarbij van een steiger en loopt letsel op. Na onderzoek door de Inspectie SZW legt de minister in juli 2016 een boete op van 18.000 euro wegens overtreding van art. 3.16 Arbobesluit.

Volgens de minister was bij het werk sprake van valgevaar. Desondanks is geen veilige steiger gebruikt. En de werkgever heeft ook niet het valgevaar tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere voorzieningen. Bezwaar en beroep van de werkgever bij de rechtbank zijn vergeefs.

> LEES OOK: Valgevaar bij werken op hoogte met stip op 1

Artikel 3.16 Arbobesluit bevat geen opzet of eigen schuld

In hoger beroep stelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat art. 3.16 Arbobesluit geen opzet of eigen schuld als bestanddeel bevat. Daarom is sprake van een overtreding als aan de materiële voorwaarden van dit artikel is voldaan. Dus als de werkgever betoogt dat hem geen verwijt valt te maken, moet hij dit aannemelijk maken.

> LEES OOK: Wetgeving valgevaar? Discussie gesloten

Slachtoffer stelt dat hij niets heeft veranderd aan de steiger

Het (ingeleende) slachtoffer moest een balkje aan de muur schroeven en is daarbij op een losliggende bret gaan staan. Die kantelde, waarna het slachtoffer ruim 2,7 meter naar beneden viel. Daardoor was ziekenhuisopname noodzakelijk. Het slachtoffer stelt dat hij gebruik heeft gemaakt van de steiger zoals die daar stond en er niets aan heeft gewijzigd.

Niet aannemelijk dat slachtoffer wist dat steiger onveilig was

De werkgever heeft niet aannemelijk gemaakt dat het slachtoffer wist dat de steiger niet veilig was voor het verrichten van werkzaamheden aan de buitenmuur. Evenmin is aannemelijk gemaakt dat het slachtoffer een tussenleuning heeft verwijderd en een bret heeft losgemaakt en verplaatst om erop te gaan staan. Uit verklaringen van de uitvoerder en de voorman volgt niet dat zij het slachtoffer dit hebben zien doen. Zij hebben verklaard dat de steigers dagelijks werden gecontroleerd en dat bij gebreken maatregelen volgden.

> LEES OOK: Geen geklooi met steigers

Grond eigen schuld slachtoffer aan ongeval ontbreekt

Daarom ontbreekt de grond dat het slachtoffer eigen schuld had aan zijn ongeval. Dus heeft de minister terecht geoordeeld dat verwijtbaarheid niet volledig ontbreekt. Want er was geen RI&E en evenmin was een veilige werkwijze ontwikkeld.

De werkgever heeft ook gesteld dat de inleenkracht de werkzaamheden vanaf de binnenkant van het gebouw had moeten verrichten. Maar niet is gebleken dat de werkgever maatregelen had getroffen om te voorkomen dat de man de steiger zou gebruiken. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de nodige instructies waren gegeven.

> LEES OOK: Hoezo genoeg gedaan tegen valgevaar?

Terecht oordeel minister: geen adequaat toezicht werkgever

Voor wat betreft het toezicht stelt de Afdeling dat van een werkgever in beginsel niet kan worden gevraagd dat hij voortdurend toezicht houdt op een – ervaren – werknemer. Maar nu de steiger onveilig was en niet was afgesloten, kon de minister terecht oordelen dat de werkgever geen adequaat toezicht heeft gehouden. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Bron: Raad van State, 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2879
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> TIP: Bijblijven met arbowetgeving en -jurisprudentie? Kom in maart 2019 naar de Arbo Actualiteitendag!

eigen schuld bij val van steiger

Reageer op dit artikel