artikel

Toezicht bij asbestsanering: met je neus er bovenop

Veilig werken

Het antwoord op de vraag of sprake is van voldoende feitelijk toezicht af van de omstandigheden van het geval. Maar bij asbestsanering betekent voortdurend toezicht ook echt: voortdurend zicht op het werk. En zo niet, dan levert dat een boete op.

Toezicht bij asbestsanering: met je neus er bovenop

Tijdens een asbestsanering constateert een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW dat een werknemer asbesthoudend sloopafval bij elkaar veegt met een bezem in plaats van met een trekker. Daarbij komt stof vrij. De werkgever krijgt op 5 juli 2016 een bestuurlijke boete voor overtreding van artikel 4.45 Arbobesluit. Na een matiging met 75 procent bedraagt die 2.700 euro.

Rechtbank draait boete en bekendmaking terug

Ook besluit de minister om de inspectiegegevens openbaar te maken op de website van het ministerie. Het bezwaar van de werkgever dat hij wel adequaat toezicht heeft gehouden tijdens de asbestsanering, wordt verworpen. Datzelfde geldt voor zijn bezwaar tegen de openbaarmaking. De rechtbank draait in beroep in maart 2018 de boete en de bekendmaking echter terug. Volgens de rechtbank was er geen sprake van verwijtbaarheid.

Maar: bij asbestsanering voortdurend toezicht vereist

In hoger beroep van de staatssecretaris van SZW oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als volgt. Volgens de staatssecretaris valt het bij elkaar vegen van asbesthoudend sloopafval uit het plafond onder risicoklasse 2. Dan moet op iedere werknemer binnen het containment voortdurend en zonder enige onderbreking toezicht worden gehouden. Dat was hier niet het geval en de rechtbank heeft daar ten onrechte geen rekening mee gehouden.

> LEES OOK: Asbest is niet gevaarlijk

Toezicht voldoende? Dat hangt af van de omstandigheden

Volgens de Afdeling hangt het antwoord op de vraag of sprake is van voldoende feitelijk toezicht af van de omstandigheden van het geval. Daarbij gaat het om de aard van de werkzaamheden, de ervaring van de werknemer en zijn positie in het bedrijf. Van een werkgever kan in beginsel niet worden verlangd dat hij voortdurend een toezichthouder naast een (ervaren) werknemer plaatst. Dat er op zeker moment geen toezichthouder aanwezig is, is op zichzelf niet voldoende voor het oordeel ‘onvoldoende toezicht’. Wel moet het feitelijke toezicht werknemers stimuleren om zich aan de veiligheidseisen te houden.

> LEES OOK: Veiligheidsvoorschriften, lap ze niet aan je laars

Adequaat toezicht bij asbestsanering: zicht op het werk

Maar het gaat in dit geval om asbestsanering. Die moeten volgens artikel 4.54d Arbobesluit worden uitgevoerd onder voortdurend toezicht van een Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering (DTA’er). Deze strenge mate van toezicht is door de wetgever bepaald. De staatssecretaris heeft in dit geval dus terecht het begrip adequaat toezicht uitgelegd als voortdurend toezicht. Dit betekent: zicht op de werkzaamheden. De DTA’er was op een andere verdieping bezig en had dus geen zicht op de werkzaamheden. Daarmee heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat het toezicht adequaat was.

> LEES OOK: Hoe gevaarlijk is asbest nu echt?

Geen zicht op werk is dan dus geen voortdurend toezicht

Dat het om een ervaren werknemer ging, de werknemers specifieke instructies hadden om een trekker te gebruiken, er alleen trekkers ter beschikking waren gesteld en iedereen twee keer per week in een toolboxmeeting te horen krijgt niet met de bezem te werken …  allemaal prachtig, maar van adequaat toezicht blijft geen sprake. Over het openbaar maken van de inspectiegegevens stelt de Afdeling dat bij milieu-informatie het algemeen belang niet hoeft te worden afgewogen tegen het bedrijfsbelang als gevolg van de publicatie. Het hoger beroep is dus gegrond.

Bron: Raad van State, Afd. bestuursrechtspraak, 3 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1042
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> TIP: Bijblijven met Arbowetgeving? Kom naar de Arbo Actualiteitendag!

Bij asbestsanering betekent toezicht echt toezien

Reageer op dit artikel