blog

Hulp voor de hulpverleners

Veilig werken

Mijn dochter kan er niet bij. Op nog geen 500 meter van ons huis is die nacht een woning uitgebrand en alle gezinsleden, de ouders en 3 kinderen, zijn daarbij omgekomen. Mijn vrouw is ’s nachts ook wakker geworden van de vele sirenes. Zelf had ik blijkbaar mijn sirenefilter ingeschakeld. Ik las het pas bij het ontbijt op Teletekst.Al snel wordt ‘uit betrouwbare bron’ vernomen dat de vader het waarschijnlijk zelf heeft aangestoken.

Hulp voor de hulpverleners

Mijn dochter had gezien dat er een groot aantal bakken eten, inclusief kroepoek, werd afgeleverd bij de uitgebrande woning. Vanwege de kroepoek concludeerde ze dat het dus om Chinees eten moest gaan. Kijk, die kan direct solliciteren bij de Technische Recherche.  Afijn, zij vroeg zich dus af of de medewerkers van de recherche een hap door hun keel konden krijgen bij de aanblik van zoveel leed. Ik vraag me dat ook af.

 

Er was in de eerste dagen na het drama heel veel media-aandacht. Aandacht voor de buren, voor de school, voor jeugdzorg, voor … Maar in de media was er geen aandacht voor de hulpverleners en de onderzoekers, de brandweermannen en –vrouwen, de mensen van het onderzoeksteam van de technische recherche. Of er achter de schermen wel aandacht voor was, en is? Ik weet dat niet. Ik heb geen relaties in dat wereldje, dus ik kan er slechts naar gissen. Maar ik mag toch hopen dat er nazorg is voor deze mensen. Ik kan mij namelijk niet voorstellen dat je bij dit soort werk je gevoel, je emoties kunt uitschakelen. Misschien wel tijdens het werk, maar toch zeker niet erna. Als je thuis zit, aan tafel, misschien wel met je eigen kinderen. En vindt er, net als bij militairen, een debriefing plaats na zo’n ernstig voorval? Een (verplicht) gesprek met een ‘hulpverlener voor hulpverleners’? Ik ga er voor het gemak maar even vanuit.

 

Een snelle zoektocht op internet brengt mij bij het volgende rapport:

“Inzet van geuniformeerde hulpverleners bij rampen en grootschalige calamiteiten:

psychosociale gevolgen en de organisatie van preventie en nazorg in Nederland.

Inventarisatie en beleidsaanbevelingen.”

 

Mijn interesse gaat vooral uit naar de hoofdstukken ‘Huidige organisatie van preventie, opvang en behandeling van hulpverleners in Nederland’ en ‘Organisatie van preventie en nazorg in Nederland’. Na het rapport globaal doorgenomen te hebben concludeer ik voor mijzelf voorzichtig dat onder andere dankzij de RGF’s (regionaal gezondheidsfunctionarissen) en de BOT’s (BedrijfOpvangTeams) de nazorg in Nederland voor hulpverleners behoorlijk goed geregeld is. Een belangrijke factor bij het wel of niet last hebben van PTSS (post traumatic stress syndrome)  is of je als hulpverlener het gevoel hebt om gefaald te hebben. Dat je misschien had kunnen voorkomen dat mensen waren overleden. Als ik dan terugga naar dit voorval in Hoofddorp … Ik zou hier van alles over willen schrijven, maar dan moet ik ingaan op de feiten, en die zijn te gruwelijk. Ik wens alle hulpverleners die hierbij (en bij vergelijkbare voorvallen) betrokken waren alle sterkte toe bij het verwerken van dat waarmee ze zijn geconfronteerd. Wees niet stoer, zoek hulp, pas goed op je collega’s.

 

Aart Kraak is werkzaam bij De Arbocompagnie

www.arbocompagnie.nl

Reageer op dit artikel