blog

Health support of gezondheidsdwang?

Veilig werken

De bedrijfsarts, door leken en collegae doorgaans beschouwd als iets minder mislukt dan de kinderarts van een consultatiebureau, had een marginale rol: vragen wat er aan de hand was, meelevend knikken en voorstellen om volgende week maar eens vijftig procent te beginnen. Overzichtelijk en duidelijk.

Health support of gezondheidsdwang?

Nu is dat anders. Werknemers raken steeds meer sociaal vangnet kwijt en rekenen werkgevers af op ziekteverzuim. We moeten tot steeds ouder werken. Ziek worden of verslijten is niet alleen een groter probleem voor de werknemer, het wordt ook een sociaal taboe. Het geloof in de maakbaarheid van gezondheid brengt ook een veroordeling met zich mee van iedereen die afvalt in de ratrace. Kortom, wie ziek wordt of outburnt, heeft dit aan zichzelf te wijten of kan zijn werkgever er op aanspreken. Soms is dat duidelijk, zoals bij asbestslachtoffers, kapotgewerkte bouwvakkers of bij gekgetreiterde leraren. Maar het gaat verder: niet alleen slechte arbeidsomstandigheden en  psychosociale arbeidsbelasting (idiote term) maar ook ongezond leven leiden tot ziekte, uitval en arbeidsongeschiktheid.

Ook dat kan de baas zich niet permitteren: Harry Jansen kwam op zijn twintigste kwiek het bedrijf binnenhuppelen en is nu, na vijfendertig jaar, een vadsige, uitgebluste huisvader met conditie nul, 10% ziekteverzuim en nog tweeentwintig  jaar voortsukkelen te gaan. Dit betekent verlies lijden voor de baas of, als hij hem kan lozen, armoedeval voor Harry, die nooit meer aan de bak komt en zijn huis aan de hypotheekbank gaat verliezen.

Is daarom de opkomst van de gezondheidsprogramma’s een zegen? De baas huurt een deskundig bureau in dat de medewerkers op de testbank legt. Alles wat meetbaar is wordt opgeschreven en de employee wordt op een trainingsprogramma gezet. Na een jaartje buffelen in de bedrijfsgym en gerichte voedingsadviezen is de bloeddruk perfect, het cholesterol ideaal en de slagaderplaque terug op het niveau van een dertienjarige. Een win-win situatie: voor een paar centen heeft de baas een gezondere crew, de medewerkers kunnen weer haasje- over en tikkertje spelen en het bureau voor ‘preventief medisch onderzoek’ int haar omzet.

Mooi dus, maar er valt veel meer winst te behalen uit gerichte levensloopadviezen. Zo zijn sommige sporten niet erg goed voor het verzuimgetal. Roken en kankerbevorderende voeding moeten worden bestreden. Een goede partnerkeuze en een zo kort mogelijke vrijgezellenfase bevorderen tevredenheid en voorkomen SOA.  De eventuele kinderwens bij werknemers en -neemsters kan bedrijfsstrategisch worden gestuurd. Hulp bij de opvang en opvoeding van kinderen maakt gelukkige ouders en dus tevredener werknemers. Ach, u begrijpt: de ontwikkeling begint pas.

Arthur Mac Gillavry is veiligheidskundige bij een universiteit en heeft ondertussen de eerbiedwaardige leeftijd van 60 overleefd. Hij doet “min of meer” mee aan het health programma van zijn huidige baas.

Reageer op dit artikel