blog

Kosten noch moeite waren gespaard: er was locatietheater over een aanrijding met een heftruck, overal hingen grote veiligheidsposters met foto’s van projectdeelnemers en gewone mensen. Er waren leuk verklede meisjes die aanwezigen vragen stelden over veiligheid en een echte cameraploeg. Er stonden kraampjes met pennen, mokken en USB-sticks, en we kregen een speciaal bedrukte linnen tas met alweer een pen, een aantekenblok met veiligheidsspreuken en veiligheidsfoto’s. Er liepen frisse jongens en meisjes rond met bekertjes erwtensoep en bananen. De broodjes waren klein en met modern beleg (makreel, pesto). De suiker in de koffie was biologisch en ik vermoed dat de rest van het eten ook onbespoten was. Het was, kortom, een bijzonder eigentijds gebeuren.

Feest

 

Locatie van de bijeenkomst was een oude fabriek die (Engels is uit) Fabrique bleek te heten. De sfeer was die van een romantisch industrieel verleden. Aan de daken en  muren hingen nog roestige attributen uit de tijd dat in de fabriek nog veevoer werd gemaakt. Of ze goed bevestigd waren kon ik niet beoordelen. Ook niet of allerlei loshangende leidingen nog in gebruik waren. Een buurman fluisterde mij toe dat dit nou zo’n typische asbestlocatie was.

 

De voorzitter van het feest was een vrolijke, lange jongeman met een Twents accent, een buikje en zweet op zijn voorhoofd. Hij droeg onder zijn colbertje een knalgeel T-shirt met een lollige tekst over veiligheid. Op een geimproviseerd podium verdrongen zich zo’n tien trotse deelnemers van het project die allemaal applaus kregen voor hun mooie werk op veiligheidsgebied: allerlei filmpjes, trainingen, brochures, acties, programma’s en wat al niet meer. De cameraploeg wurmde zich tussen deze vips door. Ik hield mijn hart vast omdat er zomaar iemand van het krappe podiumpje kon vallen.

 

De bijeenkomst werd geopend door een belangrijke ambtenaar namens de verhinderde staatssecretaris. Hij had zelf ook ervaring met veiligheid: hij had de dag ervoor splinters van een gevallen vaas opgeruimd en bovendien zijn hand verbrand aan een ovenschaal. Daarna kwam de Twentse voorzitter nog even tussendoor melden dat hij de nooduitgangen per ongeluk niet had aangewezen, maar dat die er wel waren. Vervolgens kwam een degelijke mevrouw die had onderzocht of het project rendement had gehad. Ze had, leek mij, zichtbaar moeite om te kiezen tussen de echte conclusie dat zo’n effect niet te onderzoeken  was en de gewenste conclusie dat het allemaal veiliger was geworden. De volgende spreker was de veiligheidsmanager bij de Hoogovens van Tata. Zijn doordachte presentatie detoneerde een beetje bij het ongecompliceerde optimisme tot dan toe. Hij begon trouwens met vast te stellen dat het podium hem wat gevaarlijk leek.

 

In de pauze moest ik weg, ik had meer te doen. Ik kreeg nog een gele broodtrommel met veiligheidstekst. De eerste uitgang die ik probeerde bleek op slot te zitten, maar gelukkig was de tweede open. De busjes reden nog niet, dus ik moest lopen langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Het terrein van de Fabrique was onoverzichtelijk en rommelig. De zon was inmiddels verdwenen en het was kil en een beetje nevelig. De weg had geen voetpad, alleen een roodbruin geverfde fietsstrook. Her en der stonden roestige busjes en Duitse auto’s met spoilers op die fietsstrook. Bij het station werd ik bijna omver gereden door een achteruitrijdend taxibusje. De passagiers daarvan hadden nog net de trein naar Amsterdam gehaald, ik net niet. En de volgende had tien minuten vertraging.  

Reageer op dit artikel