blog

Nietsvermoedend

Veilig werken

Arthur Mac Gillavry – ietsvermoedend veiligheidskundige – breekt een lans voor de RI&E.

Nietsvermoedend

Mevrouw Nellie de Groot, moeder van vijf kinderen, liet nietsvermoedend haar hond uit in een naburig parkje toen onverwacht een betonblok naar beneden kwam suizen en haar ter plekke verpletterde. De huisvrouw vond op slag de dood terwijl haar hondje hulpeloos keffend vast zat aan de riem die nog steeds door een levenloze hand werd omklemd.

 

Dit soort berichten vind je elke dag wel in de krant: een nietsvermoedende burger, die als bij toverslag door het noodlot wordt getroffen en wiens (of wier) leven vanaf dat moment nooit meer het zelfde zal zijn. Wat vooral tot de verbeelding spreekt is het “niets vermoeden”. Het ene ogenblik is er nog niets aan de hand en het volgende ogenblik heeft zich een onomkeerbaar drama voltrokken.

 

Voor een actrice best moeilijk te spelen: Als zij haar rol netjes heeft bestudeerd weet ze dat bovenaan bladzijde 20 de psychopatische buurman haar badkamer binnenkomt met een Borneose klewang om haar op gruwelijke wijze te verminken, net nadat ze, nietsvermoedend meezingend met de radio, haar behaatje uitdeed. De actrice moet in dit geval lang genoeg onschuldige onwetendheid veinzen, om dan plots haar belager te ontwaren en de boel bij elkaar te krijsen.

 

In het eerste voorbeeld is de nietsvermoedendheid begrijpelijk, tenzij het slachtoffer net onder een overbelaste hijskraan door liep. In het tweede voorbeeld is de staat van onwetendheid functioneel voor de suspense van de film: dat ze tevoren de buurman al maanden had getreiterd door zich voor het open raam wulps te ontkleden en onafhankelijk van het seizoen korte rokjes droeg, doet hier niet ter zake: het bioscooppubliek zal gruwend onder de zitting kruipen, de krant zal een vernietigende kritiek schrijven en de kassa zal uitpuilen van succes.

 

In een werksituatie gelden andere regels. Hier mag een werknemer niet “nietsvermoedend” zijn. Hier moet iedere medewerker op de hoogte zijn van mogelijke risico’s en daar wat aan doen of er bewust mee omgaan. Een arbeider die nietsvermoedend zijn ongeluk tegemoet gaat, is slecht opgeleid en heeft een belabberd functionerende baas. De werkgever moet immers allang een lijstje hebben gemaakt van risico’s op het werk, hij moet de ernst van die risico’s hebben ingeschat en tenslotte moet hij die risico’s hebben geelimineerd of een plan hebben om dat op redelijke termijn te doen, liefst in samenspraak met de werknemers. Een Risico Inventarisatie en -Evaluatie dus. Een RI&E, gevolgd door een Plan van Aanpak.

 

Erger nog: In plaats van vast personeel zetten aannemers tegenwoordig vaak zzp’ers in, die zich tegen een concurrerende prijs hebben aangeboden. Deze, meestal noodgedwongen zelfstandigen, verkeren in een kwetsbare positie, omdat ze over het algemeen geen reserves hebben om bij tegenslag op terug te vallen. Het moet duidelijk zijn, dat hier de aannemer wel degelijk een verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid van de zzp’er. Daar mogen geen van beide partijen nietsvermoedend mee omgaan. Afgaande op de ellende die een zzp’er wacht bij invaliditeit, valt te verwachten dat de rechter na een ongeval steeds realistischer schadeclaims zal toewijzen. Dit zal er uiteindelijk op neerkomen dat verzekeringsmaatschappijen steeds hogere eisen zullen stellen aan die RI&E. Verzekeringsmaatschappijen doen namelijk niets nietsvermoedend.

 

Nu hoorde ik kort geleden een TU- professor nietsvermoedend verklaren dat de RI&E er niet meer zoveel toe doet, we hebben immers een Arbocatalogus! Hiertegen zijn een aantal bedenkingen in te brengen: Ten eerste worden arbocatalogi gemaakt om te voldoen aan de stokoude ministeriele eis dat er arbocatalogi worden opgesteld. Vervolgens zijn ze gericht op “Majeure risico’s” terwijl veel ongevallen juist uit een ander (klein) hoekje komen. Ten middelste gelden arbocatalogi voor een branche, terwijl elk bedrijf zo zijn eigen risico’s heeft. Verder zijn arbocatalogi geschreven om goedgekeurd te worden door de Inspectie SZW, dus zijn te scherpe randjes en te heikele puntjes vermeden. En ten laatste zijn er maar weinig bedrijven waarvan de arbocatalogus leesbaar is en zwaar beduimeld onder het hoofdkussen van alle werknemers ligt. En laten we wel wezen: In een arbocatalogus staat hoe bedrijfsprocessen moeten, aangevuld met “Best Practices”. Maar hoe controleer je of het werkelijk zo wordt uitgevoerd? Juist: met een RI&E.

 

Auteur: Arthur Mac Gillavry – Ietsvermoedend veiligheidskundige die ook aan een arbocatalogus heeft bijgedragen.

Reageer op dit artikel