blog

Veiligheid kan nog beter!

Veilig werken

Het mag duidelijk zijn dat veiligheid in de chemische industriele sector reeds erg uitgewerkt en uitgebreid is.

Veiligheid kan nog beter!

Sinds de jaren ‘60 van de vorige eeuw zijn immers al heel wat veiligheidsverbeteringen bedacht, tot stand gebracht en geimplementeerd. De ongevallen van Moerdijk (2011) en Shell (2014) en het hele verhaal van Odfjell (2012-2013) bewijzen echter dat waakzaamheid nog steeds geboden is en dat er ook nog heel wat verbetering mogelijk is.

“Absolute veiligheid” of “zero-accident” bestaat niet. Het is immers een illusie om te denken dat alle incidenten te vermijden zijn.  Rampen kunnen we wel voorkomen en we kunnen  vermijden dat kleine incidenten leiden tot rampzalige gevolgen. In dit opzicht moet er een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende soorten bedrijven. Er zijn de ‘best-of-class’ bedrijven, er zijn de bedrijven die we voor de eenvoud ‘second-best-of-class’ noemen, en er zijn de ‘cowboy’ bedrijven.

In de best-of-class ondernemingen is het laaghangend fruit geplukt en dienen de verdere veiligheidsinspanningen zich te richten op de High Reliability Organisation (‘HRO’) principes. In deze bedrijven is het dus voornamelijk uitkijken dat er geen zelfgenoegzaamheid ontstaat en dat er voldoende aandacht blijft bestaan voor de ‘evidente’ veiligheid. Deze bedrijven kunnen ook niet garanderen dat er geen incidenten voorkomen op hun bedrijfsterrein. Maar ze hebben wel het vermijden van de potentiele escalatie tot zware gevolgen goed geregeld.  Zo bleef bij de brand bij Shell op de Moerdijk  op 3 juni 2014 alles (relatief) onder controle, ondanks de potentie tot verdere escalatie.

In de second-best-of-class ondernemingen kunnen nog heel wat verbeteringen worden aangebracht onder de vorm van klassieke veiligheidskennis, -management, en -technologie. Bij dit soort bedrijven is het oppassen geblazen en is de potentiele escalatie niet goed geregeld. Er kunnen zich zware rampen ontwikkelen in uitzonderlijke omstandigheden. Zulke bedrijven dienen zich nog meer te realiseren dat veiligheid essentieel is voor hun voortbestaan. Meestal staan die bedrijven daar ook wel open voor. Maar het is een kwestie van tijd en middelen, en overtuiging van het top-management, van het belang van veiligheid voor de winstgevendheid van het bedrijf op lange termijn. Een voorbeeld is Odfjell.  Maar misschien was dit gewoon een cowboybedrijf met veel geluk. Het onderscheid tussen second-best-of-class bedrijven en cowboybedrijven is uiteraard niet strikt afgelijnd en daar valt soms over te discussieren.

Wat de cowboybedrijven betreft, moet er gewoon streng worden opgetreden door toezichthouders en de collega-bedrijven. Niemand wordt immers beter van het laten bestaan van onveilige toestanden. En zowel de maatschappij als de industrie heeft er alle belang bij dat er geen rampen plaatsvinden.  Zo was de grote brand bij Chemiepack in 2011 een onvermijdelijke gebeurtenis die vroeg of laat zou plaatsvinden, zonder mogelijkheid tot de-escalatie binnen het bedrijf.

Veiligheid kan in chemische ondernemingen dus nog beter, maar  laten we niet alle bedrijven over dezelfde kam scheren. Cowboybedrijven moeten eruit, terwijl de haantjes-de-voorste zich moeten richten op HRO principes. De middelmatige bedrijven die het goed menen, moeten veiligheid ernstig nemen binnen de strategische beslissingen van het bedrijf. Veiligheid moet een plaats hebben op volledig hetzelfde niveau als productie in het kader van lange termijn voortbestaan en winstgevendheid.

Prof. dr. ir. Genserik Reniers is hoogleraar Safety of Hazardous Materials aan de TU Delft.

Reageer op dit artikel