blog

De schaduw van Bataclan

Veilig werken

Onlangs werden we weer herinnerd aan een zwarte vrijdagavond in Parijs, een jaar geleden. Sting heropende met een gedenkwaardig optreden concertzaal Bataclan, waar op 13 november vorig jaar 89 mensen stierven in een bizarre uiting van barbarij en waanzin. “Life goes on!”

De schaduw van Bataclan

Maar de schaduw van de aanslagen op Bataclan en andere uitgaansgelegenheden in hartje Parijs reikt ver en zal ook het karakter van diverse beroepsgroepen blijvend veranderen.

Handelingskader hulpverlening bij aanslagen

Zo worstelen hulpverleners in alle westerse steden, ook in Nederland, sinds de gebeurtenissen in Parijs (en Brussel) met de vraag hoe zij onder de extreme condities van een terreuraanslag veilig hun levensreddende werk kunnen doen. De geneeskundige hulpverleningsketen (ambulancezorg, ziekenhuizen, medisch specialisten) broedt thans op een handelingskader voor hulpverlening bij aanslagen. Doel van dit kader: vooraf nadenken over dilemma’s waarvoor medisch hulpverleners kunnen komen te staan. En die dilemma’s zijn groot, vooral voor de levensredders in de frontlinie. Want wat is je handelingsperspectief als mensen op straat liggen dood te bloeden, terwijl je niets kunt doen omdat je eigen leven gevaar loopt?

Duivelse dilemma’s voor hulpverlening

De duivelse dilemma’s voor de hulpverlening kwamen in juni dit jaar ook ter sprake op een themacongres dat het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum organiseerde. Prefect Laurent Prevost, directeur-generaal van de Franse Civiele Bescherming, nam de genodigde fine fleur van de Nederlandse crisisbeheersing mee in de ervaringen en lessen van de Parijse hulpdiensten op die dertiende november. Hij schetste het beeld van een dreigende situatie met schietpartijen tussen terroristen en speciale politie-eenheden. En zwaargewonde slachtoffers die door de politie uit theater Bataclan naar veilig gebied moesten worden gesleept, voordat de medische hulpverleners ermee aan de slag konden.

Andere dimensie ‘veilige werkcondities’

Alles ging die avond anders dan de ambulanciers, trauma-artsen en brandweerlieden hadden geleerd. ‘Eigen veiligheid eerst’, geldt uiteraard voor elke situatie waarin hulpverleningsprofessionals hun werk doen. Maar die avond kreeg het thema ‘veilige werkcondities’ voor de Parijse hulpverleners niet eerder geziene dimensies. Eigenlijk had het werk van de hulpverleners op de Parijse plaatsen delict meer weg van een oorlogssituatie. Naar aanleiding van de gevaarlijke omstandigheden die een snelle en soepele hulpverlening belemmerden, wil de Franse overheid onderzoeken of het mogelijk is om medische hulpverleners te voorzien van beschermende uitrusting, zodat zij ook tijdens een terroristische aanslag nabij gevaarlijke locaties hun levensreddend werk kunnen doen. Over arbo-uitdagingen gesproken …

Andere hulpverlening, ander risicobeeld

Of de Nederlandse geneeskundige wereld bij de voorbereiding op terreurscenario’s het beeld voor ogen heeft van ambulancepersoneel met kogelvrije vesten en een legerhelm op, is twijfelachtig. In ieder geval maken de ervaringen van de Parijse collega’s duidelijk dat hulpverlening bij een grote terroristische aanslag heel andere kenmerken heeft dan het optreden bij een alledaags verkeersongeval of een onwelwording op straat. En ook een ander risicobeeld. Soortgelijke conclusies trokken ook de eerstelijns hulpverleners in Brussel na de aanslagen in maart dit jaar. Aanpassing van procedures is gewenst, niet alleen omdat een aanslag hulpverleners confronteert met een schaalgrootte en complexiteit die zij niet kennen, maar ook omdat de eigen veiligheid daarom vraagt.

Scoop and run-benadering bij aanslag

Gebruikelijk in de ambulancezorg is dat patiënten zoveel mogelijk op locatie worden onderzocht en gestabiliseerd, omdat de praktijk uitwijst dat daarmee de meeste gezondheidswinst kan worden geboekt. Bij een aanslag lijkt een ‘scoop and run’-benadering meer op zijn plaats. Snel het slachtoffer schouwen, op de brancard en zo snel mogelijk weg van straat. Dat is de denkrichting van de sector, om te voorkomen dat ook medisch hulpverleners slachtoffer worden van bommen of kogels, ook door eventuele vervolgaanslagen die soms door de terroristen worden gepleegd om doelgericht slachtoffers te maken onder hulpverleners. Conclusie: hoe korter slachtoffers en hulpverleners op straat hoeven te verblijven, hoe beter.

Hulpverlening bij aanhoudende terreurdreiging

Het is dramatisch te constateren dat professionals die het als hun levensmissie zien de medemens te helpen en levens te redden, zo in de verdediging worden gedwongen omdat ze voor hun eigen leven moeten vrezen. Het is voor ambulancemedewerkers moeilijk verteerbaar om in een veilige zone te blijven wachten tot speciale politie-eenheden het werkterrein veilig hebben gemaakt. En dat terwijl er ondertussen slachtoffers zwaargewond op straat liggen en het ‘golden hour’ waarbinnen levens kunnen worden gered, wegtikt. Maar de eigen veiligheid noopt tot moeilijke maar begrijpelijke keuzes. Dan is er nog de psychische belasting door de extreme letsels die hulpverleners na aanslagen onder ogen krijgen. Niet voor niets spreken artsen in Brussel en Parijs over ‘oorlogsletsels’. Zulke extreme ervaringen kunnen psychotrauma’s in de hand werken. Het zijn aspecten van veiligheid en welzijn die bij werknemers en werkgevers in de (para)-medische sector een nieuwe mindset vragen. Hulpverlening anno eenentwintigste eeuw bij aanhoudende dreiging van terreuraanslagen; het zijn andere tijden.

Rob Jastrzebski | freelance journalist in de sector veiligheid en crisisbeheersing

Reageer op dit artikel