nieuws

Is veiligheid te meten?

Veilig werken

Ongevallenstatistieken. Ze gelden als maatstaf voor veiligheid, maar berusten ze niet eerder op toeval? Want is het aantal ongevallen niet veel te klein om er statistiek op los te laten?

Jarenlang publiceerde het bedrijf vol trots haar ongevallenstatistieken. Want jarenlang lag het aantal ongevallen ongeveer op nul. Maar dan… zijn we getuige van maar liefst drie incidenten op een rij. En dus besluit de directie tot een grootscheepse veiligheidscampagne. Gelukkig weet die het tij te keren: in de rest van het jaar komt men weer uit op nul.
Een mooi succesverhaal? Veiligheidskundige Arthur Zanders is niet overtuigd. “Waarschijnlijk is hier gewoon sprake van toeval. Een 100% veilig bedrijf is een utopie, dus met een beetje pech gebeuren er een paar ongevallen achter elkaar. Daarna zie je meestal weer een terugkeer naar het gemiddelde. Met of zonder veiligheidscampagne.”

Toeval

Het verhaal onderstreept Zanders stelling: veiligheid is moeilijk te meten, en zeker niet met het aantal ongevallen. “Het grote probleem – althans voor de meting – is dat die ongevallen meestal weinig voorkomen. Als het aantal omhoog gaat van een naar twee per jaar, praat je over een stijging van 100%. Maar statistisch zegt dat weinig, want de kans is groot dat dit valt binnen de standaardafwijking. Toeval dus.”

Het probleem zit hem niet alleen in die kleine aantallen. “Natuurlijk”, zegt Zanders, “bij een groot aantal ongevallen, zijn veranderingen van grotere betekenis. Hoe onveiliger dus je bedrijf, hoe beter die onveiligheid is te meten. Maar ook met grote aantallen moet je uitkijken. Neem het aantal verkeersslachtoffers. Stel dat dit daalt van 800 naar 700; dan zou je kunnen zeggen dat de Nederlandse wegen veiliger zijn geworden. Maar er kan ook sprake zijn van onvoorziene variabelen: misschien was het dat laatste jaar minder vaak glad.”

50 ongevallen

Daar komt nog bij dat ongevallen niet altijd op een logische manier worden geteld. “Stel dat er 50 personeelsleden in een bus zitten naar een personeelsuitje “, zegt Zanders. “Die bus raakt betrokken bij een ongeval en 40 van de 50 inzittenden belanden in het ziekenhuis. In zo’n geval komt dit in de statistieken als 40 afzonderlijke ongevallen. Zo’n telling vertroebelt het beeld natuurlijk enorm. Als het toevallig een persoon naast een reactor staat als die ontploft, gaat dat de boeken in als een ongeval. Maar als dat er 50 zijn, is het een heel ander verhaal.”

En het probleem zit nog dieper, in de definitie van het begrip ongeval. Want volgens Zanders zijn er twee verschillende soorten – ieder het gevolg van een verschillende vorm van onveiligheid. “Allereerst heb je de ongevallen die vaak voorkomen: een grote kans met een klein gevolg. Je kunt denken aan struikelpartijen of kleine snijwonden. Daartegenover staan ongevallen die juist weinig voorkomen: een kleine kans met grote gevolgen, bijvoorbeeld grote branden. Het probleem is dat onze modellen vooral zijn toegespitst op die eerste variant. En dat leidt tot schijnveiligheid. Mensen hebben het idee dat ze goed zitten als ze dat aantal kleine ongevallen maar op nul houden – terwijl ze al die tijd een kleine kans kunnen lopen op een grote ramp. Het dragen van veiligheidsschoenen beschermt je niet tegen een explosie.”

Veiligheid

Niet alleen het begrip ‘ongeval’ is diffuus, datzelfde geldt voor het begrip ‘veiligheid’. Hebben we het bijvoorbeeld over veiligheid voor het individu of voor de maatschappij? “Ja, dat leidt soms tot verschillende uitkomsten”, zegt Zanders. “Als alle vliegtuigen twee keer zo veilig zijn als vroeger, is dat voor jou als inzittende goed nieuws. Maar als ze vervolgens de vliegtuigen twee keer zo groot maken, kunnen er ook twee keer zoveel passagiers in. En als je die grotere vliegtuigen dan ook nog eens meer vluchten laat maken, zullen er uiteindelijk toch meer mensen verongelukken.”

Hoe wel?

Goed, veiligheid is dus een diffuus begrip, en het aantal ongevallen vormen een onbetrouwbare maatstaf. Toch zullen veel bedrijven die veiligheid in kaart willen brengen. Bijvoorbeeld om te weten of zij het beter doen dan in vorige jaren, of beter dan hun concurrenten. Hoe kunnen zij dat realiseren?

Een mogelijke oplossing schuilt in de registratie van bijna-ongevallen. Die komen in vergelijking met echte ongevallen immers vaker voor, en dus kun je ze met een gerust hart onderwerpen aan statistiek. Toch is Zanders niet enthousiast. “Het eerste probleem is dat die analyses meestal worden gedomineerd door ongevallen met een grote kans en kleine gevolgen. Er wordt zelden iets gerapporteerd over een leiding die op scheuren staat, maar wel over iemand die staat te lassen zonder brandblusser ernaast. Bovendien kun je je vraagtekens zetten bij de betrouwbaarheid van die rapportages. Wat als jouw jaarcontract bijna afloopt. Zul je dan zelf melden dat je een stommiteit hebt begaan die maar net goed afliep? Ik denk het niet.”

Zanders pleit voor een combinatie van verschillende indicatoren. “Kijk naar ongevallen, bijna ongevallen, en de resultaten van inspecties en audits. Dan krijg je een globale indicatie van je veiligheid. Daarnaast kun je ook rekening houden met de heersende cultuur. In de petrochemische industrie is het veiligheidsbewustzijn meestal erg hoog, maar anders ligt het bijvoorbeeld in de medische sector. Per jaar overlijden er bijna 1000 mensen aan vermijdbare medische missers, en een deel daarvan is te wijten aan cultuur. Wat gebeurt er als een OK-assistent ziet dat de chirurg voor een operatie verzuimt zijn handen te wassen? Dan zal hij of zij daar misschien niets van te zeggen, want zo’n chirurg is heilig. Zolang zulke patronen niet worden doorbroken, heb je geen ongevallen nodig. Dan weet je dat er sprake is van onveiligheid.”

> LEES OOK: Veel methoden ongevallenanalyse onbekend

Reageer op dit artikel