artikel

Actueel

Wetgeving

De Stichting van de Arbeid, waarin werkgevers en werknemersorganisaties verenigd zijn, heeft in een brief aan staatssecretaris Van Hoof van SZW laten weten gedeeltelijk overeenstemming te hebben bereikt over de nationale kop in de Arbowet. Bij de evaluatie van de Arbowet 1998 pleitte de SER voor de invoering van heldere doelvoorschriften met grenswaarden die in de nieuwe Arbowet worden vastgelegd. Hoe die doelvoorschriften te bereiken, moet worden beschreven in middelvoorschriften, onderwerp van discussie tussen werkgevers en werknemers en opgeborgen in zogenaamde arbocatalogi.

 

Ook zou Nederland moeten streven naar een ‘Europees level playing field’: een uniforme Europese arbostructuur. In de weg daar naartoe zou in Nederland al vast gekeken moeten worden naar die zaken in de Arboregelgeving die niet door Europa worden voorgeschreven, de zogenaamde ‘nationale kop’.

 

De werkgevers en werknemers hebben een aantal zaken beschreven die volgens hen kunnen worden geschrapt. ‘De running gag’ dat we in Nederland zelfs voorschrijven hoeveel toiletten een bedrijf dient te hebben, wordt als eerste aangepakt door de stichting. Bovenaan het lijstje van overbodige bepalingen staat dat de voorschriften voor het aantal toiletten dienen te vervallen.

 

Ook het aantal bedrijfshulpverleners dat een bedrijf dient te hebben, wordt niet langer voorgeschreven. De voorschriften voor een gemeenteraad die onder artikel nummer 45 in de oude Arbowet staan, kunnen worden geschrapt. Het certificaat vakbekwaamheid trekkerarbeid dient te verhuizen naar de verkeerswetgeving en de bepaling dat er uitgangen moeten zijn bij laadplatforms langer dan vijftig meter, kan ook worden geschrapt.

 

Maar er zijn ook bepalingen waarvan de sociale partners vinden dat ze moeten blijven gehandhaafd, zoals de wettelijke verplichting een arbospreekuur te houden.

 

De Stichting van de Arbeid was het eens over zestig bepalingen uit de nationale kop. Over dertien artikelen kon de stichting geen overeenstemming bereiken. Ze varieren van de schriftelijke voortgangsrapportage over het plan van aanpak tot de bredere dan Europese definitie van fysieke belasting

 

Afstekers van vuurwerk hebben onvoldoende risicobesef en gebruiken nog te weinig persoonlijke beschermingsmiddelen. Daardoor wordt een belangrijk doel van de verplichte certificering niet bereikt, stelt de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) in het inspectierapport ‘Vuurwerk meester’. Afstekers van professioneel vuurwerk moeten een geldig certificaat vakbekwaamheid vuurwerk hebben. De houder van een certificaat moet een evenement zonder risico’s voor zichzelf en het publiek kunnen verzorgen. Daartoe moet hij een opleiding volgen en kennis en vaardigheden onderhouden. Kiwa Certificatie en Keuringen NV verstrekt als enige deze certificaten.

 

De Inspectie Werk en Inkomen, die toezicht houdt op de certificatie en keuringsinstellingen, stelt in het rapport vast dat Kiwa voldoet aan de voorwaarden van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Kiwa gaat in de toekomst ook toezien op beter gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

De inspectie noemt in het rapport een aantal ontwikkelingen die nadelig zijn voor de verplichte certificatie van vakbekwaamheid en vuurwerk. De markt is verzadigd, er worden nagenoeg geen certificaten meer afgegeven en de opleiding ligt stil. Dat is volgens de IWI een smalle basis voor Kiwa om een uitgebreid kwaliteitssysteem te onderhouden.

 

In 2004 werd bij zo’n 800 evenementen professioneel vuurwerk afgestoken door ongeveer 140 certificaathouders.

 

FNV Bondgenoten vindt dat de herbeoordelingen van WAO’ers moeten stoppen. Van de herkeurde WAO’ers die hun uitkering verloren, vond slechts vijf procent werk, blijkt uit eigen cijfers van uitvoeringsorganisatie UWV.

 

Hoewel er in reintegratietrajecten een half miljard euro omgaat, leidt dit niet tot werk, stelt vakbondsbestuurder Erica Hemmes. Volgens haar vallen mensen direct terug naar de bijstand. Hemmes: ‘Wij zijn voor duurzaam werk. Maar op deze manier lukt het niet. Stop er dan mee.’

 

Het UWV is sinds oktober vorig jaar bezig met de herkeuring van ongeveer 325.000 arbeidsongeschikten. In totaal zijn nu 55.000 mensen herkeurd. Bij 35 procent van hen werd de uitkering beeindigd of verlaagd. Zo’n 900 mensen vonden werk.

 

Het UWV heeft de planning voor de herkeuringen door tijdgebrek en een tekort aan keuringsartsen opnieuw moeten bijstellen. De organisatie verwacht nu dit jaar zo’n 120.000 tot 135.000 herkeuringen te kunnen doen. Eerder stonden 246.000 herkeuringen op de rol.

 

Minister De Geus van Sociale Zaken rekent er op dat binnenkort meer mensen via reintegratiebedrijven alsnog een baan vinden. FNV Bondgenoten wil daar niet op wachten. Zij start in november een meldweek over de herbeoordelingen. De uitkomsten kunnen mogelijk leiden tot harde acties, zoals bezettingen en omsingelingen, kondigt de bond nu al aan.

 

Producten met vluchtige organische stoffen moeten, als het aan staatssecretaris Van Hoof van SZW ligt, een Aware-code krijgen: twee cijfers die duidelijk maken hoe gevaarlijk een product is en hoeveel ventilatie nodig is. Van Hoof ontvouwde deze plannen in een brief aan de Tweede Kamer.

 

Nu nog wordt het bedrijfsleven geinformeerd door een veiligheidsinformatieblad. Dit is niet goed toegankelijk voor werkgevers en werknemers, zo schrijft Van Hoof. Aware, Engels voor ‘let op’ en een afkorting van Adequate Warning and Air REquirementcode maakt het makkelijker om producten met elkaar te vergelijken en de minst schadelijke voor de gezondheid te kiezen. De eerste proef met de code start volgend jaar. SZW wil dat de code in heel Europa wordt ingevoerd.

 

Het aantal werknemers met een organisch psychosyndroom als gevolg van het werken met vluchtige organische stoffen daalt volgens Van Hoof. In 2000 steeg het aantal OPS-patienten met vijftig. In 2004 werden 24 nieuwe gevallen vastgesteld. Volgens SZW is de daling te danken aan betere bescherming tegen schadelijke stoffen door het gebruik van veiligere producten en verbeteringen van arbeidsomstandigheden zoals betere ventilatie.

 

Dexis Arbeid en de werkgeversorganisatie AWVN ondertekenden vorige maand een samenwerkingsovereenkomst. Dexis wordt preferred supplier voor het bedrijfsgezondheidsbeleid bij de 850 individuele ondernemingen en zeventig bedrijfstakken die bij de AWVN zijn aangesloten.

 

De nieuwe NEN-EN 1005-4 moet bijdragen aan het vermijden van het maken van fouten en productiviteitsverlies door klachten aan het bewegingsapparaat bij werknemers. De Europese norm stelt eisen aan het ontwerp van machines. Dat moet ervoor zorgen dat werknemers die veel kortdurende taken uitvoeren en die ook vaak herhalen, minder last

 

krijgen van gezondheidsklachten.

 

Ultraviolette straling kan schade veroorzaken aan ogen en huid. Om dat te voorkomen moeten werkgevers voor een veilige werkomgeving zorgen. De nieuwe NEN-EN 14255-1 helpt ze daarbij. De norm geeft geen blootstellingslimieten, maar wel aanwijzingen over een goede manier om de werkomgeving te organiseren.

 

Een keurmerk voor arbodienstverleners biedt meer zekerheid voor kwaliteit, vindt een groot aantal werkgevers, blijkt uit onderzoek van MarketConcern. Het keurmerk moet werkgevers en ondernemingsraden houvast bieden op de nieuwe vrije markt.

 

Vakcentrales FNV, CNV en MHP vinden dat het schrappen van artikel 8 lid 4 van de Arbowet vooral risico’s oplevert voor ‘toch al kwetsbare groepen zoals jongeren, uitzendkrachten en allochtonen’. Volgens Van Hoof kan het artikel vervallen omdat het voortvloeit uit de bepaling over goed werkgeverschap in het Burgerlijk Wetboek. De bonden zien vooral een verschuiving van de risicosfeer van werkgever naar werknemer.

 

De regels voor het omgaan met asbest worden aangepast zodat ze meer in overeenstemming zijn met de risico’s die optreden. Dat heeft staatssecretaris Van Hoof de Tweede Kamer laten weten. De staatssecretaris laat zich hierbij leiden door een Europese richtlijn die dit voorschrijft en door werkgevers die de regels als knellend ervaren.

 

Gecertificeerde bedrijven stellen vast in welke risicocategorie werkzaamheden vallen. Zij kunnen dan gebruikmaken van de nieuwe NEN-norm voor de beoordeling van blootstellingsrisico’s voor gebruikers en derden aan asbest in en om gebouwen: de NEN 2991. Deze norm zag op 1 september het levenslicht.

 

Van Hoof volgt met deze wijziging in regelgeving de aanbevelingen van een in april door TNO uitgebracht rapport. TNO Kwaliteit van Leven concludeerde dat voor werken met asbest beter gedifferentieerd kon worden naar de risico’s. Zo kan voor eenvoudige werkzaamheden met asbest best worden volstaan met minder strenge veiligheidsvoorschriften. Hieronder valt bijvoorbeeld het eenvoudig en routinematig verwijderen van asbest in vaste vorm zonder te breken. Volgens de onderzoekers komt hier weinig asbest vrij en kunnen maatregelen dan ook beperkt blijven. Voor werken waarbij asbest gemakkelijk kan breken, moeten wel de bestaande veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen, terwijl voor activiteiten waarbij asbestvezels in grote hoeveelheden vrijkomen, bijvoorbeeld bij spuitasbest, mogelijk aanvullende veiligheidsmaatregelen nodig zijn, aldus TNO Kwaliteit van Leven.

 

Het kabinet kan rekenen op brede steun onder de bevolking voor een strenger arbeids(on)geschiktheidsbeleid. Dat blijkt uit de Belevingsmonitor die vorige maand werd gepubliceerd door het kabinet.

 

Door middel van deze monitor onderzoekt de regering het draagvlak voor maatregelen. Het koopkrachtbeleid wordt het minst gewaardeerd; werken naar vermogen het uitgangspunt voor de nieuwe arbeidsongeschiktheidswetgeving, wordt door driekwart van de bevolking onderschreven.

 

De steun voor het werkgelegenheidsbeleid is toegenomen, al maakt een op de vijf mensen zich zorgen over de eigen baan. Toch is de bereidheid afgenomen loon in te leveren als dat banen zou opleveren. Van de ondervraagden laat 63 procent zich negatief uit over het financiele beleid van de overheid. Meer dan de helft van de Nederlanders ging er vorig jaar naar eigen zeggen financieel op achteruit. Deze cijfers stroken met gegevens van het Centraal Planbureau. Dat berekende dat de koopkracht van Nederlanders op het niveau van het jaar 2000 zit.

 

De helft van de Britse werknemers heeft last van een luie collega. Zij klagen dat ze langer moeten werken om de nietsnutten te corrigeren. Veel gedupeerden (40 procent) vinden dat hun werkgever te weinig onderneemt.

 

Het Britse onderzoeksbureau YouGov ondervroeg 2.500 werkgevers en werknemers over de personele instelling. Driekwart van de werkgevers had ervaring met luie werknemers. Bij bedrijven met meer dan duizend werknemers klaagt 84 procent van de werknemers over hun collega. Bij bedrijven met minder dan vijftig werknemers zegt vijftig procent samen te werken met een collega die lui en niet capabel is. Een luie collega zou een boel ergernis wekken bij anderen en dat gaat uiteindelijk ten koste van de productiviteit van de hele organisatie.

 

Werkgevers houden onvoldoende rekening met de verstoring van de biologische klok door een gebrek aan licht op de werkplek. Dat schrijft Myriam Aries in haar promotieonderzoek aan de Technische Universiteit Eindhoven dat ze vorige maand verdedigde. Bij gebrek aan licht wordt de biologische klok ontregeld en voelen mensen zich sloom en slaperig. Hogere verlichtingssterkte kan de vermoeidheid van kantoorpersoneel verminderen, aldus de promovenda.

 

Door te weinig licht kunnen veel kantoormedewerkers vermoeid raken. Een hogere verlichtingssterkte, gericht op meer licht op de ogen, kan deze vermoeidheid verminderen.

 

Werknemers raken vermoeid omdat naast visuele receptoren (staafjes en kegeltjes) ook niet-visuele fotoreceptorcellen in het netvlies van het oog zitten. Deze onlangs ontdekte cellen geven signalen door aan de biologische klok in de hersenen en spelen een rol bij functies als slaap, stemming en alertheid. ‘Exacte waarden zijn nog niet bekend, maar er zijn aanwijzingen in de literatuur dat een hoog lichtniveau (1000-1500 lux) een vereiste is voor een gezonde werkomgeving. Momenteel liggen de lichthoeveelheden op het oog in de kantooromgeving vaak ver beneden deze waarden, soms wel tot 100 lux’, aldus Aries.

 

Voor haar onderzoek gebruikte Aries een speciaal ontworpen, mobiele experimentele opstelling om de verlichting in tien kantoorgebouwen in Nederland in kaart te brengen. Ze mat het licht op 87 werkplekken in tien verschillende kantoren. Ook ondervroeg ze mensen met behulp van 333 subjectieve vragenlijsten. Dit alles liet de verschillende invloeden van licht op mensen zien.

 

Maar het bleef niet bij metingen alleen. Om de lichtsituaties in de toekomst te kunnen verbeteren ontwierp Aries nieuwe concepten. De concepten werden getest in speciale proefkantoren, waarin testpersonen een dagdeel doorbrachten. De reacties van de testpersonen op de experimentele verlichtingsconcepten zijn onderzocht bij diverse (hoge) verlichtingsniveaus, met verschillende verlichtingssystemen en in twee seizoenen.

 

Volgens de promovenda is het mogelijk om met bestaande technologie en naar tevredenheid van medewerkers, gezonde verlichtingsconcepten voor kantoorruimten te realiseren. De verlichtingssterkten zijn daarin hoger dan de waarden die in huidige kantoren voorkomen. Optimistisch stelt Aries dat met vernieuwde lichtconcepten in de toekomst mogelijk de prestatie en het welbevinden van kantoorwerkers kunnen worden verbeterd.

 

De Arbeidsinspectie wil werknemers er op wijzen dat zij ook zelf verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Als de werkgever niets te verwijten valt, kan de werknemer een boete krijgen als hij geen persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

 

In de Arbowet staat dat werknemers voorzichtigheid en zorgvuldigheid in acht moeten nemen.

 

Stecr en de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA) hebben meer tijd nodig om de publicatie van hun leidraad ‘De Preventiemedewerker’ af te ronden. De BOA verwacht het stuk nu eind oktober uit te brengen.

 

Werknemers- en werkgeversorganisaties, beroepsverenigingen, arbodiensten en arbocoordinatoren bespraken medio augustus op een openbaar debat in Zeist de conceptleidraad. Tijdens het debat bleek dat er nog het nodige gesleuteld moest worden om te komen tot een leidraad met voldoende draagvlak.

 

BOA-woordvoerder Peter Boorsma: ‘In de stukken stond ergens de term blauwdruk. De leidraad werd daardoor te veel als voorschrijvend gezien. Dat was niet onze bedoeling. Die term moet er gewoon uit. Verder zat er een aantal technische onduidelijkheden in.’

 

Volgens Boorsma heeft de Werkgroep Preventiekwaliteit meer tijd nodig om de inbreng vanuit het debat te verwerken. Boorsma: ‘Wij hadden de leidraad liefst morgen klaar. Maar het kost gewoon tijd om er een goed document van te maken. Eind oktober moet er een definitieve leidraad liggen.’ Werkgevers en werknemersorganisaties zijn uitgenodigd om hierover mee te praten.

 

Inmiddels denkt de BOA ook na over een manier om werkgevers beter te kunnen ondersteunen bij vragen over de preventiemedewerker. Boorsma: ‘Hoe we dat gaan doen, is nog niet helemaal duidelijk. Je merkt wel dat daar behoefte aan is. Er lopen veel werkgevers met vragen.’ (Zie ook artikel elders in dit blad).

 

Veel overwerken vergroot de kans op ziekte en ongelukken. Dat blijkt uit een groot onderzoek van de universiteit van Massachussets. Werknemers die regelmatig overwerken, lopen volgens het onderzoek 61 procent meer kans ziek te worden of een ongeval te krijgen. Naarmate het overwerk toeneemt, vergroot het risico. Een zestigurige werkweek vergroot de kans zelfs met 23 procent, aldus de Amerikaanse onderzoekers.

 

Het gevaar schuilt niet zozeer in het type werkzaamheden. Dat maakt weinig verschil. Het gevaar komt vooral door het overwerk zelf. De kans op ziekte en ongelukken wordt vooral veroorzaakt door vermoeidheid en stress die de werknemers opbreken, stelt het onderzoek.

 

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek werkt 37 procent van de Nederlandse werknemers regelmatig meer dan 36 of 40 uur. Mannen tussen 25 en 45 jaar die een gezin met kinderen hebben, vormen het grootste percentage overwerkers (45 procent).

 

Werknemers met stress, gezondheidsproblemen of met een arbeidsconflict kunnen voortaan terecht bij de zogenaamde 24X7 hulplijn. Doel is het voorkomen van het uitvallen van medewerkers. Maetis zegt dat vooral de psychische problemen op het werk de laatste maanden enorm toenemen. Zo zou volgens de arbodienst maar liefst een kwart van de Nederlanders klagen over vermoeidheid en eindigt tien procent hiervan in een burn-out.

 

‘De maatschappelijke druk wordt in ons land steeds groter. En dat is niet alleen op het werk, ook prive krijgen mensen het steeds drukker’, vertelde directeur John van Hoof aan De Telegraaf.

 

De directeur verwacht vooral telefoontjes te beantwoorden van mensen die onderwerpen aansnijden die op de werkvloer niet makkelijk bespreekbaar zijn, zoals ongewenste intimiteiten en agressie onder collega’s. Ook bij ernstige prive-omstandigheden, zoals dood of scheiding, kunnen medewerkers de hulplijn bellen voor raad, maar ook voor rouwverwerking.

 

De hulplijn staat ter beschikking van medewerkers van bedrijven die een contract hebben met Maetis.

 

Reageer op dit artikel